dinsdag 1 april 2008

how to stop suicidal terrorism


 
                                                          Amsterdam, march 25 MMVIII
 
            How to stop suicidal terrorism
 
When muslims debate the morality of terrorism (article in WSJ) they should read the Koran or even better the Bible. In both one finds the story of Abraham who was to offer his son. Modern explanation is not that God demands absolute obedience. At the time what belonged to the deity was offered, thrown into the fire. So Abraham had to recognize that not he was master over his son. Neither are political or religious leaders. It ended well for Izak; in other words God allows life and individual freedom.
Since Darwin we know that there is evolution and one should realize that spiritual development has its way too. If Allah appeared on television everybody would become kind of dummy with loss of personal choice for good or bad. Joost van den Vondel described in his theatre play Lucifer the involved struggle. It is in my shortened translation available on this site. Nowadays we understand that bad things haved to be experienced to value the good ones and make progress in evolution.
Already in Genesis is warned against climbing up to a level where God resides. Eva wanted to and then would have authority over other persons down below. It is a repeating story since present persons in power often refuse sharing that by referenda.
Another chapter, also in the Koran which some regard as preaches towards real heathens, mentions the Golden Calf built by the Israelites when Moses stayed away on the mountain. According to archeologists in the Middle East the deity had such an animal as a footbank, just like a king wears a crown. The people must have felt very lost and to draw God towards them they made thad golden calf. This was not appreciated from Above. Obviously God does not want to be put where people want him.
 
Before states with their laws were established religion often served to tame the humans who are greedy. In the Arabian desert, full of robbers, a man did well to hide his treasure and a veil for the woman serves that purpose. It is difficult to stop agressors when no punishment for them is in sight. Therefore the religious books do not lack message on this. Read p.e. psalm 21, which suits well to the Eastern feast. The psalms are common heritage of jews, christians and muslims. They may build a Psalms House of stainless steel and glass to sing and musicize these poems. Probably the Danish cartoonist who made a drawing with a bomb under the tulband of prophet Mohammed was not aware of the function that religon can and has to fullfil when state law is unknown. Generally religion uses commandments, while governments stick to forbidding. This is reflected nicely when those commandments lead to a harmonious society while present worldly regimes favour own class and make rules not to touch existing order. Induction to contribution of realizing heaven on Earth may follow. Such sometimes in a totally wrong way! Older men with greed for power cheat young persons then to terroristic suicide. The devil smiles. Satan puts a bomb under the hat of Mohammed and if the cartoonist had been better informed he might have visualized that devil, which is sneaky. Why not send a journalist to the Dane, give explanation and propose to complete his drawing with this seducing opponent of God? The Supreme of course cannot be content with a minimum of evil remaining. When the children of the nazi extermination camps step in the shoes of their fathers they better are smashed against the walls. But Bibel and Koran are explicit that ultimate revenge is to Him only.
 
Yet we can try to make an end to the manifold terroristic suicide acts. Presently the western countries have Roman law, made by an elite, which will not harm itself. So misdeeds are not punishable if not forbidden by written law and you can try to evade tax in another clever way. Geert Wilders is unable to erade half of the Koran by fire. The same regarding rich persons who think that the state steals from them and want to burn the concerning tax law. Before the technics of writing were mastered western Europe had ewa law, which is trying to find righteous solutions. There were no prisons for long stay and compensation after evil deeds varied between hanging and paying the victims money. Art 7b of the European Declaration of rights ressembles this ewa for unforeseen cases. So arrangements can be made to punish the group, the family, the clan, the village from where the murderer descends, p.e send them into hard labour, have them pay compensation to the other group, family, clan, village, those who have to mourn a victim, got a big loss forever. That satisfies the rule of a tooth for a tooth and an eye for an eye. This has a limiting function, but often it is misread as allowing to take a precious eye for a simple slain out tooth. Precisely so do the imams who favour terroristic action instead of struggling the right jihad, which is being in the army of God to fight the devil and evil. Instead of co-humans, creatures of God and belonging to Him only. Not their fate may be in the hands of those who lend their ear to the devil or to propagated devilish atmosphere.
 


training tennis


 Club Erwtje 
             
              T E N N I S     t r a i n i n g
 
 
v o o r a f
                         In de spiercellen van het lichaam zijn drie systemen werkzaam om energie te leveren voor het bewegen:
Adenosine-trifosfaat werkt het eerste tiental seconden, is iets effectiever dan de beide andere en stelt ondermeer in staat om te sprinten.
Daarna wordt automatisch het melkzuursysteem enige minuten actief.
En vervolgens begint er verbranding van vet met zuurstof. Dit proces heet daarom aeroob. Het kan lang doorgaan.
 
Op de fitness valt te kiezen uit:
 
Shaping - dat is om een minder dik, mooi lichaam te krijgen. De belasting moet laag zijn, zo'n 25% van het maximum, zodat je het lang vol kunt houden en er veel vet vet verbrand wordt.
Conditie - een belasting vergend van ongeveer 50% en vaak per spiergroep een aantal minuten getraind.
Hypertrofie - het meeste resultaat gevend voor spieropbouw en daarom populair bij bodybuilders. De belasting varieert tussen 60 en 80% in 4 tot 6 sets met elk 6 tot 12 herhalingen.
Explosieve kracht - de belasting gaat tot 100%, maar met lichtere training tussendoor om gewenning, mindere prikkeling van de spieren te voorkomen.
 
100% wil zeggen dat je er 1 keer in slaagt om de oefening, bijvoorbeeld bankdrukken, uit te voeren. 2 x wordt gesteld op 95%, 12 x op 65% en 25 x op 50%.
Topsporters beginnen na vakantie of ziekte met conditietraining, vervolgen met selectieve spieropbouw en naar de wedstrijd toe wordt er met een gevarieerd programma gewerkt aan vergroting van de explosieve kracht.
De spiercellen hebben als werkzaam bestanddeel mitochondrieën. Die reageren op training eerst met enige afbraak of slijten vanwege de belasting en daarna is er gedurende enige dagen een herstelfase plus supercompensatie. De spiercellen nemen in omvang toe en er kan meer gepresteerd worden. Dit proces moet enige tijd gegund worden en daarom mag eenzelfde spiergroep niet vaker dan een paar keer per week getraind worden. Buikspieren vormen hierop een uitzondering doordat deze vooral een statische funktie hebben.
 
West-afrikanen hebben dikwijls een hoog percentage fast twitch, snelle spiervezel, wat hen geschikt maakt voor de honderd meter. In Oost-afrika overheerst het slow twitch, het langzamere type, dat goed in staat stelt om de marathon te lopen of langdurig te werken. De rest van de mensheid zit ergens tussenin en het is goed om van jezelf te weten of je lichaam gebouwd is op het leveren van duurprestaties zoals de Elfstedentocht danwel veel spiercellen van het fast twitch type heeft. De aantallen slow en fast twitch cellen kunnen niet veranderd worden, maar door gerichte training wordt de een of de andere soort wel vergroot en verschuif je op de lijn dwars door Afrika. Ga na hoe de inspanningen zijn bij tennis en welke rol de beide typen spelen.
Het soort spiercellen dat mensen hebben is belangrijker dan de huidskleur. Een leeuw jaagt prooi en slaapt de rest van de dag. Zulke kortstondige grote activiteit met daarna wat op luieren lijkt komt ook wel voor bij lieden met veel van dat fast type spiervezel.

 


tennistraining (2)


d e   b a s i s
                       De gewone slag in het tennis wordt wel vergeleken met het hanteren van een zweep. Om krachtig te slaan neem je een daartoe goede houding aan en tijdens het raken moet er maximale energie overgedragen worden aan de bal. Verschillende spiergroepen worden geactiveerd, die samen de spierketen heten. Het lichaam moet een houding innemen die het ontwikkelen van spierkracht niet belemmert maar optimaal doet zijn. Vandaar dat het indraaien, het dwars op de richting van de slag gaan staan zo belangrijk is. Mechanisch gezien bevindt de optimale plek waar het racket de bal moet raken zich schuin voor je op een afstand met noch ingetrokken, noch overstrekte arm. Dan is tevens goede uitzwaai mogelijk zodat de bal niet geduwd maar echt geslagen wordt. Beginners komen in hun ijver meestal te dicht bij de bal, houden te weinig ruimte over om rustig te slaan danwel flink uit te halen en vertonen rechtopstaand of zelfs achterover hellend een holle rug en krampachtige armbewegingen. Een beetje voorover buigen schept ruimte voor een gemakkelijke slag. Let op dat een hard court baan de bal hoog doet opstuiten, hetgeen vooral voor kinderen lastig is. Gebruik daarom voor beginners onder hen eventueel een tikkeltje zachtere ballen die lager blijven. Je ziet vaak op die harde banen ietwat gevorderde spelers wachten totdat de bal naar hen toekomt in een vrij vlakke lange boog na een krachtig opstuiten. Ze hoeven dan alleen nog maar met hun arm te zwaaien om de bal te retourneren en zien er heel tevreden uit. Dat is doodverkeerd als je hogerop wilt, alle spelsituaties daarom moet oefenen. Het geeft  veel voldoening en resultaat als je de bal al terug kunt spelen ruim voordat die na de stuit het hoogste punt bereikt, maar dat uit proberen is in dit kader iets voor later. 
 
Er zijn globaal twee manieren om het racket vast te houden en wel wat de Amerikanen de eastern of continental en de western grip noemen. Pak het racket in je linkerhand met het blad zuiver verticaal en de greep een dertig graden opwaarts gericht. Doe met je rechter of je iemand een hand gaat geven en open hiervoor die hand. Leg het racket dan met een draai linksom van een vijftien graden in je rechterhand voor de forehand slag en idem de andere kant op voor de backhand. Nu heb je de eastern grip die heel geschikt is voor vlakke slagen zodat de bal hard en laag over het net gaat. Bij de western grip wordt het racket veel verder linksom of rechtsom gedraaid en dan is het gemakkelijker om spin-effect aan de bal mee te geven. Spin wil zeggen dat de bal een voorwaartse draaiing krijgt en daardoor aan de overkant van de baan sneller daalt zodat je vaker "in" slaat. Hiertoe moet er bij de slag een opwaartse, een verticale beweging aan het racketblad meegegeven worden. Dat snoept af van de kracht die in horizontale richting ontplooid wordt. De eerste opslag of service in een wedstrijd gebeurt normaliter zonder spin om de bal een zo groot mogelijke snelheid in voorwaartse richting te geven. Bij de tweede opslag is het absoluut noodzakelijk dat de bal in het servicevak terecht komt en daarom kiest men voor spin. Er wordt bij de tweede service even hard geslagen als bij de eerste, dus met maximale inzet van de werpketen, maar de toegepaste techniek verschilt. Ietwat grof gezegd doorloopt bij de vlakke forehand slag in eastern grip het racket een baan als van een schotel, terwijl bij de western grip voor het krijgen van spin er meer sprake is van een putje. Bij de tweede service wordt de bal dichterbij opgegooid zodat de zwaaiboog meer gekromd wordt. Individueel zijn er tal van variaties op het geschetste en door te oefenen alsook de cracks na te bootsen dien je tot een eigen keuze te komen. Tip: laat eens zien hoe de internationale toppers hun service uitvoeren.
 
 
 
k ij k!
                In de wedstrijd moet je proberen tempo te maken, zodat de tegenstander te laat bij de bal komt en die niet goed meer terug kan spelen. Het is zaak om wijken zoveel mogelijk te vermijden; dus niet achteruit lopen als dat niet nodig is. Eerder bij de bal komen houdt in voorwaarts bewegen. Lees net als bij een voetbal wat er op de tennisbal staat: "Kom naar me toe! Dat je dit zogenaamd moet lezen betekent dat er zeer nauwkeurig gekeken dient te worden waar de bal zich bevindt en hoe die beweegt. Naar de bal toegaand heeft het weinig zin om bij de voorbereiding van de slag arm en racket ver naar achteren te brengen, want bij het naar voren stappen sleep je die dan weer mee. Beter is het om deze slechts opzij naast de schouder te brengen en schuin voorwaarts te stappen. Oefen door het bovenlichaam een kwartslag te draaien zonder het racket ver te verplaatsen en stap dan ruim in waarbij het racket ten opzichte van de grond op ongeveer dezelfde plek blijft. Hieruit resulteert als het goed gaat een prima klaar staan voor een flinke slag zonder dat je overbodige bewegingen gemaakt hebt en dus geen tempoverlies lijdt. Dit kun je samen met je maatje kritisch droog trainen door het racket even opzij te leggen en met de hand elkaar aan te tikken.
Het traject van het racket tijdens de slagbeweging valt op verschillende punten te analyseren en te controleren, bijvoorbeeld:
Ben je een kwartslag ingedraaid met een schuine stap naar voren en "door je knie"? Een stijf gestrekt been is niet bevorderlijk voor een snelle start in de atletiek of waar dan ook.
Was je snel genoeg met de voorbereiding, het op de juiste plaats arriveren, zodat je nog even tijd hebt om bij te shuffelen met je voeten totdat je optimaal stevig staat en met een verwoestende slag kunt uithalen? Gedraag je om op die goede plek tijdig te arriveren, timing heet dat, als een snel optrekkende raceauto en niet als een stoomlocomotief die doordendert. Doe buiten de baan daarom interval training, dat is sprintjes van enkele tientallen meters maken.
 
Daar komt de bal en de oplettende tennisser kan uit de slagbeweging van de tegenstander informatie halen hoe die bal op jouw baanhelft neerkomt. Zeur nooit over wind, al vliegen de vogels achteruit, want die werkt traag in op de beweging van de bal en je hebt alle tijd om daarop te reageren. Nou ja, tenminste als je eenmaal tot de B-spelers te rekenen bent, want die weten hun voeten prima te gebruiken en zullen dan ook zweten bij een serieuze partij. C-spelers, tegenwoordig aangeduid met de speelsterktecijfers 5 en 6, hebben kennis en beheersing van de basisslagen. D-spelers tellen niet echt mee en horen les te nemen of gericht met elkaar te trainen. A-spelers kun je gratis bezig zien in de landelijke eredivisie, meestal omstreeks mei -juni. Sommigen van hen stevenen door naar internationale tournooien. Dat deze tennissers doorgaans een persoonlijke trainer hebben komt omdat telkens fouten dreigen in te sluipen bij hun techniek en omdat strategie en tactiek in het spel zeer belangrijk worden.
 
Daar komt de bal en het is zaak om die steeds in de gaten te houden. Bij het slaan niet naar de tegenstander kijken, want weten hoe en waar je de bal precies raakt is op den duur ook weten waar die terecht zal komen; vraag maar aan een voetballer! Dan de bal ophet juiste moment met voorbedachte rade over het te ontplooien soort slag raken. Kies je voor een harde lange slag met kans dat de bal uitgaat of tegen het net belandt? Of wacht je op gelegenheid voor een afmaker, een winner en houd je zolang met spin de bal diep achterin? Ligt een stopvolley voor de hand? Wel, nooit van achter de baseline als de tegenstander snel is. De smash wordt door velen te weinig toegepast en leer ook een running lob aan, een hard met spin geslagen boogbal. Vergeet niet om je eindhouding te controleren. Blijken arm en racket om je lijf gedrapeerd dan valt er nog een en ander te verbeteren, want de normale eindhouding is met het racket op schouderhoogte. Blijf vervolgens niet stilstaan, maar ren naar een goede positie om de volgende bal te pareren. Dat is vaak een metertje midden achter de baseline, terwijl serve-volley spelers er kien op zijn om in de buurt van het net te komen. Vermijdt de krokodillenzone tussen service- en baselijn, althans blijf er niet kamperen, omdat je daar de bal op je voeten gespeeld krijgt zodat terugslaan erg moeilijk wordt.
 
 
 
O e f e n i n g e n
                                   Als je gaat sporten moeten de spieren warm zijn om blessures te voorkomen. Dat bereik je door met beperkte intensiteit je warm te lopen en bijvoorbeeld niet meteen te gaan springen, want dat is een hoge belasting. Vaak worden er ook lichte stretch oefeningen gedaan. Tot een jaar of achttien is dat eigenlijk niet zo nodig omdat er nog maar weinig bindweefsel in het lichaam gevormd werd. Om de bewegingsuitslag te vergroten moet je apart en rustig gaan trainen met meer herhalingen van de rekoefeningen, maar altijd zonder te veren. De warming-up valt prima te doen in combinatie met mini-tennis op de binnenste helft van de baan. De bedoeling is dan niet zozeer om de bal over het net te krijgen alswel dat je aan je techniek werkt, goed indraait en een volledige maar ontspannen slag uitvoert, oplet wanneer je naar voren moet omdat je de bal beter kunt volleyen en niet in de laatste plaats kijkt hoe je partner aan de overkant van het net het doet. Praten om elkaar te helpen is zinvol, maar sommigen ligt dat niet. Altijd moet de eerste bal die bij training of inspelen naar de partner geslagen wordt technisch volmaakt uigevoerd worden. Zo krijg je een automatisme dat steeds van pas komt. Alleen de tennisleraar die de hele dag op de baan staat mag smokkelen tot een minimum aan bewegingen.
Speel vanaf de baseline vervolgens afwisselend een tijdje backhand-backhand, forehand-forehand en gespreid, om te beginnen net voldoende voor twee stappen waarbij precisie en timing geoefend worden zonder zich te hoeven uitputten in het bereiken van de bal. Schiet de bal ver door zodat recreatiespelers die bij hen aangeleverd krijgen en niet hoeven te lopen, alleen nog maar met hun armen gaan maaien, dan is men niet bezig met goede training. Vraag daarom eventueel tenminste de eerste bal wat korter zodat je er niet omheen kunt een stap te doen. Vraag ook om een rustige wat hogere bal die onderweg wat meer tijd vergt zodat jij voldoende gelegenheid krijgt om het shuffelen uit te proberen. Dat is nodig voor het bereiken van de beste plek om te slaan.
Ben je iets gevorderd dan komen er oefeningen zoals de één rechtuit spelen en de ander cross. Ben je met z'n drieën dan wordt de single zo toegespeeld dat hij zonder te rennen een ferme technische slag kan produceren die het geeft niet waar op de helft van de dubbel belandt. Dat dubbel moet hun baanhelft dekken, niet werkeloos achterin blijven hangen maar als de spelsituatie dat vereist oprukken naar het net. Zo komt men met z'n drieën tot een hoog tempo. De opdracht voor het dubbel is dus voetenwerk oefenen plus precisie van in een rustig tempo plaatsen. Vanzelfsprekend wordt er gewisseld voor de verschillende taken. Een andere mogelijkheid is dat juist de singel optimaal moet rennen en werken terwijl de dubbel aan het net staat en zodoende een ontzettend hoog tempo produceert.
In de wedstrijddubbel is het belangrijk om het veld goed te dekken en geen gaten te creëren waar de tegenstanders kunnen scoren. Je ziet gauw genoeg bij andere dubbels welke opstelling hiertoe het best of het meest gebruikelijk is. Schat bij de keuze van je opstelpositie het aantal stappen dat je nodig zult zijn als de bal bijna buiten bereik komt en houdt er rekening mee dat een zeer schuin hard geslagen bal meestal uit gaat, terwijl een langzame bal te belopen valt.
 
Het oefenprogramma wordt voortgezet met volleren aan het net. De partner moet beginnen met aangeven van de bal op schouderhoogte links of rechts, zodat je met een schuin voorwaartse stap kunt indraaien voor de standaard volley. Bij het aanleren van de meest eenvoudige techniek mag het racket niet eerst achter de schouder gebracht worden maar gaat in een minieme beweging nog voorbij de voorste voet en wel op extra hoogte om vervolgens een tikkeltje neerwaartse beweging te kunnen maken voor een slice. Slice is het omgekeerde van spin en inplaats van hoog op te stuiteren blijft de bal laag. Dat wordt moeilijk retourneren voor de tegenstander en vandaar de simpele combinatie met de volley. Er kunnen allerlei andere soorten bewegingen gemaakt worden bij het net maar onthoudt dat het bovenstaande doelt op een minimum aan verplaatsingen en dus aan tijd zodat je niet in problemen raakt als het tempo hoog wordt.
 
De service of opslag is in de aard der zaak ongeveer gelijk aan de smash, die overal op de baan uitgevoerd mag worden en niet zelden tot een winnend punt leidt. Serveer met 1 bal en kijk bij je oefenpartner hoe die daarmee terug serveert. Dan steek je wat op over hoe het wel of niet moet. Je kunt ook meteen aan de smash beginnen, want die is in wezen immers gelijk aan de servicebeweging, behalve dat je eerst de juiste plek voor de uitvoering moet opzoeken. Een ezelsbruggetje is tellen tot drie: bij 1 zorg je ervoor om op die goeie plek te komen, bij 2 neem je zonder uitstel de correcte uitgangshouding aan met 90 graden indraai -je vinger mag naar de bal wijzen; in wezen krijg je zo een goede uitgebalanceerde houding- en bij 3 sla je toe, de bal voor je rakend op voldoend grote hoogte met de snaren van je racketblad ietsje boven de sweet spot, de beste plek voor de andere slagen. Als het goed is zorgt de partner voor een mooi toegespeelde boogbal en dat vormt ook een goede oefening. Lukt het na verscheiden keren proberen nog niet om redelijk te serveren of te smashen? Neem dan de hond mee naar het park en werp ballen die het dier van zover mogelijk apporteert. Immers wordt bij worp en smash of service dezelfde spierketen ingeschakeld.
 
Om precisie te oefenen kun je trambaan spelen: de bal wordt in het smalle vak tussen singel- en dubbellijn gehouden. Het muurtje is geschikt om bepaalde slagen of een grip uit te proberen, maar je krijgt er geen goede timing van. Dus zodra er een andere tennisser opdaagt, ook al heeft hij lager nivo, zal het goed zijn om naar de baan te gaan. Alleen wordt je met een zwakke tegenstander niet scherp voor een echte wedstrijd. Bedenk daarom welke oefeningen met zo iemand geschikt zijn om te doen. Zo kun je bij rustig overspelen het racket heel losjes in de hand houden. Als je de bal niet op de sweetspot raakt maar aan de zijkant dan gaat het racketblad kantelen. Deze oefening is bij profs niet ongebruikelijk. Je mag verder aan de partner speciale oefenballen vragen, zoals betrekkelijk langzaam en hoog halverwege het servicevak. Jij komt dan vanaf midden achter de baseline toegesneld om met spin schuin over het net een keiharde winner te slaan. Ook dit is een standaard-oefening als je B-nivo wilt halen. Dit nivo is doorgaans binnen enkele jaren te bereiken mits je niet als ballen afwachtende recreant op je vaste plek op de baan verblijft doch aan gerichte training doet en een en ander in practijk brengt tijdens de competitie en op tournooien. Ballen terugslaan is niet al te moeilijk als die naar jou toegespeeld worden. Vandaar ook dat tennisleraren die dit veelvuldig doen populairder zijn dan anderen. In een wedstrijd probeert de tegenstander precies het tegenovergestelde. Als je dan niet op looptechniek, timing en het verkrijgen van inzicht getraind hebt zak je door het ijs.
Jonge kinderen hebben meer tijd nodig om alles onder de knie te krijgen. Zij verkeren in een verkennende levensfase en het is goed om dan verschillende balsporten te proberen. Het is niet gezegd dat zeer jong geleerd de beste resultaten in het tennis geeft. Een racket is redelijk zwaar voor een kind en het is raadzaam om eventueel de arts of de fysiotherapeut te raadplegen of het kind al groot en sterk genoeg is.
 
Bij het kopen van een racket valt te letten op het gewicht dat voor volwassenen enige tientallen grammen boven of onder de driehonderd kan liggen; voorts op de balans van het racket, dat wil zeggen is het blad relatief zwaar ofwel juist de steel. Deze worden respectievelijk gekozen door baseline spelers en service-volley lieden. Er is keuze uit de dikte van de grip, want die moet goed in de hand passen. Het aantal kilogrammen waarmee de bespanning aangezet wordt maakt het volgende uit: Strakkere bespanning is goed voor meer controle, terwijl minder kilootjes gunstig geacht wordt voor de power. Tegenwoordig vindt je aan uitleg ook opmerkingen over het soort zwaaibeweging dat jou eigen is en waarmee bepaalde typen rackets corresponderen. Voor kinderen zijn er lichte rackets met korte steel. Een algemeen toegepaste "oefening" is het uitproberen van rackets.
 
 
 
 
"i n"   o f   "u i t"
                                        Amerikanen menen dat de bal pas uit is als deze duidelijk zichtbaar buiten de lijnen neerkomt. Alle andere ballen zijn doodeenvoudig in. Er kan onenigheid ontstaan met spelers die vinden dat de bal uit is als ie niet duidelijk in is en zo worden er wel puntjes gesprokkeld. De officiële regel is dat de bal in is als de lijn geraakt wordt. Bij competitie en tournooien krijg je jouw speelsterkte vermeld op je deelnemerspasje, dat geldig is voor een heel jaar. Een deel van het voor de pas betaalde geld gaat naar de Tennisbond om kosten van het organiseren te dekken. Doorgaans krijgt men het pasje via de club, maar dit apart aanvragen bij de Koninklijke Nederlandse Tennisbond of afgekort KNLTB is mogelijk. De bedoeling is om spelers van ongeveer gelijk nivo tegen elkaar te laten spelen en dat wordt afgelezen aan de op het pasje vermelde speelsterkte. Meestal gaan de gravelbanen, met verharding van gemalen baksteen, begin april open en volgt meteen twee maanden lang de tenniscompetitie tussen teams van de clubs. Daarna organiseren die clubs elk afzonderlijk tournooien volgens het afvalsysteem die een week duren. Wil je in het komende siezoen tennisles dan is het van belang om goed ingedeeld te worden. Daarom moet je voorspelen, laten zien wat je al kunt. Wat je aan techniek in huis hebt is voor de leraar veel belangrijker om te weten dan hoe hard je kunt meppen. Pas dus op dat hij geen verkeerde indruk krijgt en zodoende jou te laag gaat indelen.
 
Bij grote tournooiwedstrijden mogen er geen kennissen of familie op de bank naast de baan zitten. Dit heeft de volgende diepere reden: Je bent met sport bezig en dat doe je samen met je tegenstander. Hij of zij heeft zo een relatie met jou die alle aandacht vergt en niet verstoord mag worden door andere personen te dichtbij op de bank. Samen moeten de sporters er het beste van maken en gadeslaan kan vanaf de tribune. Vroeger was er de etiquetteregel dat tenniskleding wit moest zijn. Aan dergelijke regels ligt vaak een praktische reden ten grondslag en in dit geval was het dat ondermeer zweetplekken op witte kleding weinig opvallen.
Tennis wordt gespeeld door jong en oud, man, vrouw, jongen en meisje in eenzelfde dubbel. Bepalend voor een mooie pot is ongeveer gelijk nivo der deelnemers. De tennissport is niet milieuvervuilend en goedkoper dan op een vrije dag rondrijden met de auto. Belangrijker dan het aanleren van een vreemde taal, engels niet uitgezonderd, is het kunnen omgaan met voetbal of basketbal of tennisbal. Hier hoort bij dat je leert je lichaam te verzorgen. Daarin zijn tussen haakjes wielrenners uitblinkers. Dan een paar woorden latijn leren mag ook, want je praat immers niet over de tweekoppige armspier maar zegt biceps. Idem op z'n internationaals triceps en pectoralis of op z'n amerikaans afgekort tot pec. De laatste is de grote borstspier die in de fitness extra getraind wordt om een hardere service te krijgen.
                             


maandag 31 maart 2008

tennis training (3)

 
souplesse vergroten
                                          Bij het ontplooien van sportieve activiteit is het van groot belang om soepel te bewegen en alleen daar waar het nodig is kracht te ontwikkelen door de spieren aan te spannen. Het tegenovergestelde, de spieren ontspannen, bespaart energie en het is zaak om verspilling door onnodig aanspannen te vermijden. Betere beheersing van de onderscheiden spieren helpt ook vooruit bij het aanleren van techniek. Daarom moet de beweging bij een slag met het racket gecontroleerd worden op verschillende punten in het traject van de zwaai.
Een extra oefening om het ontspannen beter onder de knie te krijgen is het volgende:
Steek een arm recht vooruit op schouderhoogte. Ontspan vervolgens de betrokken spieren. Als de arm niet als een zoutzak naar beneden valt heb je niet echt resoluut ontspannen.
Draai, nog zonder racket in de hand, hierna in voor een zachte backhandslag. Daarbij wordt je arm in goede uitgangspositie voor het maken van die slag gebracht en zal de hand ervan ongeveer op schouderhoogte komen. Als je nu de armspieren ontspant valt volgens de mechanische wetten de arm omlaag en eindigt door eerst de zwaartekrachtsversnelling en daarna idem -vertraging op een half metertje aan de andere kant van je lichaam.
Nu nemen we weer dezelfde uitgangspositie aan, ontspannen zodat de arm naar beneden begint te vallen, maar activeren dan de spieren tot een doorzwaai. Waar de bal geraakt zou moeten worden dient het maximum van deze krachtsontplooiing te liggen. Goed inslaan betekent dit proces bewust een aantal keren herhalen, zodat je de bijpassende timing vindt. Moet je in de wedstrijd hard slaan en daarop het aanspannen van de spieren afstemmen dan zul je via deze oefening grotere efficiency bereiken. Laag geklasseerde spelers vallen door de mand omdat zij bij het inspelen verwaarlozen "de eerste bal" technisch perfect te slaan, uit gemakzucht frontaal naar het net blijven staan en de bal als het ware opscheppen. Altijd bezig zijn om die eerste bal "volgens het boekje" te behandelen leidt tot begeerlijk automatisme in goed slaan.
 
    De warming up staat in het teken van vergroting der souplesse en als je volgens onderstaand schema er bij gaat zingen komt er vanzelf afwisseling van geactiveerde en relaxte spieren, toch?!:
 
       Bewegen, bewegen, bewegen   (looppasje op de plaats)
       dan vegen, flink vegen, diep vegen  (zijwaarts opgaande zwaai met beide armen)
       nu draaien en zwaaien en maaien  (shuffelende draai met zwaaien op schouderhoogte)
       een stapje maken, de bal gaan raken  (ruim schuin naar voren instappen met daarna
                                                            forehand of backhand zwaai)
       ook springen, hup springen  (springen komt soms voor bij een smash, maar doe het wel
                                               licht als je van huis uit geen bokser bent)
       en swingen, toe swingen     (verplaatsen van de voeten om de juiste plek te leren vinden)
       tot slot de shuffle met een knuffel  (twee spelers dicht bij elkaar bewegend vereist
                                                         aandacht voor de "fijnafstemming")
 
                                -----------------------------------------------------------------
 
de   T-dans
                            vierkwartsmaat
 
In starthouding bewegen op de plaats    123./123./123./123./
instappen rechts en links                        links rechts links./rlr./lrl./rlr./
shuffelen in dubbel tempo,
     zijwaarts en draaiend                        lrl./rlr./enz.
forehand met uitzwaai op schouderhoogte, eindigend in omhelzing 
     herhalen tot er een partner gevonden is
now a kiss / or shake hands                    m m mm/       clap, clap, clap
alles gevarieerd volgens de muziek herhalen
     en met steeds een andere te vinden partner
 
vervolg (gevorderd):
               rappen in vlot tempo    
               allen beginnend uit opstelling in een rij, heer naast dame danwel heer
               backhand uitzwaai met de vuist gespannen
               idem 180 graden gedraaid
               shuffelend een kring vormend
               imitatie opgooi en opslag in dans ritme met vooraf "stuiteren"
               dit herhalend langzaam overgaan tot overwinningsteken 
                     (beide armen omhoog) "be my friend, yeah"
 
De bedoeling is om lenigheid aan te kweken en ook andere dan eigen partner te ontmoeten in uitvoering van de dans.
What a miss, need a kiss/need no kiss, I'm to fish, superkiss                                          
                                                        


markttheater


theater op de markt
                                                       maart MMVIII

        E C H T E   M A N
                    gauwe meneren, zich spekkende heren
 
Op de markt loopt een acteur rond gekleed in slipjas en met ministerssteek. Hij draagt een masker Wouter Bos afbeeldend. Hij prevelt telkens: de regering heeft wat meer belastinggeld nodig. Hij doet telkens een vlugge greep in de broekzakken van publiek (mede-acteurs), haalt daaruit hele grote bankbiljetten van overigens lage waarde en stopt die in een soort schatkist, welke hij torst aan een schouderband. Dan staat hij even stil en haalt geld uit die schatkist en stopt het in zijn eigen broekzak, tellend één, twee....tienduizend euro extra.
Eén van de beroofden zegt: Hela, jij pakte mij geld af en stopt het in je eigen broekzak?
De minister zegt: Ik moet wel. Ik en de collegas hebben tienduizend euro extra nodig boven op onze gewone salarisverhoging.
Beroofde: Hoe zo, kun je anders niet rondkomen?
Minister': Van die honderdduizend plus euro die ik al krijg is wel rond te komen, maar wij moeten in de pas blijven met de graaiers.
Beroofde: Dat begrijp ik niet.
Minister: Heel eenvoudig; anders wordt het verschil te groot.
Beroofde: Je kunt die al rijke graaiers toch korten en meer belasting laten betalen.
Minister, verschrikt: Maar dat wil de VVD niet.
Beroofde: Jij bent toch van de socialisten?
Minister: Eh ja, maar ik ben ook bevriend met Wim Kok, u weet wel, die commissaris van de Shell.
Beroofde: De Shell maakt miljarden winst.
Minister: Zeker, en daar kan dan best iets af voor commissaris Wim Kok. Hij gniffelt: Wie weet later ook voor mij.
Beroofde: U kreeg al een procent loonsverhoging, dat is bij uw salaris duizend euro meer.
Minister: Slechts duizend.
Beroofde: Voor iemand met een minimuminkomen is een procent erbij maar honderd euro.
Minister, knikkend: U kunt goed rekenen.
Beroofde: Het verschil tussen die duizend meer voor u en maar honderd euro meer voor de mensen hier op de markt is goed te merken als ze wat willen kopen.
Minister: Verschil moet er nou eenmaal zijn. Dat is ook het kabinetsbeleid.
Beroofde: Dat is bepaald geen solidaire houding.
Minister: Toch wel hoor, want die tienduizend euro die ik en de collega's erbij krijgen, maar niet echt nodig hebben voor levensonderhoud en zo, wel met dat geld laten wij huurhuizen bouwen voor arme mensen.
Beroofde: De huren zijn vreselijk hoog.
Minister: Gelukkig wel, zo halen wij tenminste flink rendement op onze investering.
Beroofde: Flinke winst uit de huur van arme mensen?
Minister: Nee, nee, dat heb ik niet gezegd. Ik bedoel, kijk, het zit zo, weet u, het staat in alle economische leerboeken:
Op investeringen behoort winst gemaakt te worden. Anders gaat het niet goed met het land. 
Beroofde: Ik verdien niet genoeg om een eigen huis te kopen.
Minister: Weest u toch tevreden met onze goede sociale voorzieningen. U kunt bijvoorbeeld huursubsidie aanvragen.
Een andere beroofde: Wacht eens even, het geld voor de huursubsidie komt uit de schatkist. De schatkist wordt door ons belastingbetalers gevuld. De huurders staan de ontvangen subsidie weer af aan de eigenaren van de woningen.
Aan mensen als u dus, die meer verdienen dan ze nodig hebben.
Minister: Klopt, daarvoor ben ik minister om dat allemaal zo te sturen.
Andere beroofde: Even optellen en aftrekken: U krijgt loonsverhoging plus tienduizend euro extra plus geld als winst op investeringen.
Minister: Inderdaad, daarom ben ik graag minister geworden. En de collega's idem.  Geef toe dat wij erg knap, heel slim zijn en ons salaris plus al dat extra ten volle waard zijn.
Alle beroofden: We moeten wel toegeven, anders krijgen we morgen revolutie.
Minister: Precies. Voor revolutie is in Holland geen plaats. Als die al ooit komt dan uit Frankrijk, waar ze vrijheid, gelijkheid en broederschap hebben. Nou ja, niet altijd. Hij lacht: Bijna nooit! En wij hebben de politie en het leger achter de hand om oproerkraaiers een lesje te leren. Kijk, die marktkoopman heeft mandarijntjes voor een heel zacht prijsje. Misschien iets voor U?
Een beroofde: Soms wordt op de markt goedkoop verkocht wat ze in de winkel niet kwijt kunnen omdat bijvoorbeeld het nogal zure sinaasappels zijn.
Minister: Kom, kom even door de zure appel heen bijten, beste vriend.
Alle beroofden: Jawel, mijnheer de minister.
Een beroofde: En straks misschien wel de minister-president. Leve de minister!
Een dikke, rijk geklede kapitaliste loopt voorbij en Wouter Bos probeert ook van haar te pakken. Ze gilt: Help een dief! en kijkt strak naar de steek op het hoofd van Bos.
Minister: 't Is voor de belastingen. Iedereen moet betalen. Daarin zijn wij heel eerlijk.
Kapitaliste, spreidt armen om Bos heen en omhelst hem: Lieve jongen, ik heb helemaal geen geld bij me.
Terzijde: Dat zit veilig op de Bahama eilanden, in Liechtenstein, op de Antillen; u weet wel: tax free havens.
Minister: Hoe kan dat nou, dat u geen geld bij u heeft?
Kapitaliste: Ach, ik verdien maar zo weinig.
Terzijde: Ben directrice van de woningcorporatie à drie ton per jaar, maar dat hoeft hij niet te weten.
Minister: Jammer. Hij gaat verder met bij anderen geld uit de zakken te halen.
 
Een keurig geklede magere heer protesteert en zegt:
Ho, ho, ik ben leraar. Wij leraren hebben recht op extra geld uit de schatkist omdat wij de kinderen goed onderwijs geven. Wel duizend uur per jaar zijn wij druk bezig met het geven van goed onderwijs. Dat wij er een potje van maken zodat de kinderen onvoldoende leren is natuurlijk helemaal niet waar.
Minister: Oh nee? Legt u eens uit.
Leraar: Precies ja, dat is mijn vak: dingen uitleggen, onderwijzen. Hoe meer geld ik krijg des te beter ik dat doe.
Minister, tegen publiek: Zou dat waar zijn?
De leraar begint te schreeuwen en te overstemmen: Zeker is dat waar en hij haalt een spandoek te voorschijn waarop staat: Meer geld voor de onderwijzers.
Minister: Op uw spandoek staat "Meer geld voor de leraren". Dat is niet voor het onderwijs.
Leraar, kijkt naar zijn spandoek: Meer geld voor de onderwijzers. Oh, pardon, dat hoeven de mensen niet te weten.
De leraar veegt de laatste letters weg. Per ongeluk komt er te staan: Meer geld voor onwijzen.
Leraar: Natuurlijk zijn wij leraren niet volmaakt en kunnen we geen topmanagers opleiden.
Eén van de beroofden: Waarom niet? Het hoeft toch maar een paar jaar te duren om heel veel goede directeuren te krijgen?
Minister: Nee, nee. Vele varkens maken de spoeling dun. Die van de Shell krijgt er dit jaar twintig procent bij, stond in de krant. Dat kan alleen maar als de leraren en de professoren hun best doen. Eh, ik bedoel niet hun best doen, niet allerlei geschikte nieuwe kandidaten opleiden.
Leraar: Precies. Daar zijn wij niet voor. Eh, wij zorgen ervoor dat ze niet die scholing krijgen. Eh, toe minister, zeg eens wat. Doe eens wat.
Minister: Heel goed van u, ik merk dat uw onderwijs al beter wordt - natuurlijk hebben de echte directeuren dat niet nodig.
De minister stopt hem een handvol bankbiljetten toe.
 
 
Vanuit de verte aanzwellend een koortje:
 
                 We gaan zo graag naar school
                 Daar heb je een hoop jool
                 Je zit er de hele dag
                 en doet daar wat niet mag
                 Om vier uur wil er niemand weg;
                 de leraar heeft dan pech
 
Leraar:        Meer geld voor al die uren
                 da'k de kindren moet begluren;
                 hen vast moet houden in hun bank
                 De ouders geven mij veel dank
 
Koortje:       Hé meester, hoeveel is een procent
                 van Bijstand, van Bos z'n traktement?
 
Minister:      Iedereen gelijk erbij, dus een procent voor allen
                 Mijn baas heeft 't zelf gezegd. Toon toch uw welgevallen
 
Koortje:       Oh grote heren uit Den Haag, van Wassenaar en 't Binnenhof,
                  U deelt uw gunsten graag aan ons. Wij klappen tot uw lof (applaus)
 
Minister Bos deelt vervolgens pamfletten uit met daarop in grote letters:
 
 
       Voor iedereen ongeveer*1)
          gelijke welvaartsstijging*2)
 
 
                     J P Balkenende,   W. Bos
                                                           en Rouvoet *3)
*1)  Buiten beschouwing blijven extra's zoals bonussen, opties, inkomen uit vermogen, eenmalig tienduizend euro voor de ministers en de 27 miljard voor de aandeelhouders van de ABN Amro, welk geld opgebracht zal worden door harder werken van het personeel, voor zover niet ontslagen.
*2)  Geldt niet voor dieren in de bio-industrie.
*3)  Mag niet worden gestenigd.
 
 
Op de achterkant van het uitgedeelde papier staat een groot vet rood kruis door een ietwat minder goede afdruk met de volgende tekst:
 
         Uitbreiding der Verklaring van de rechten van de mens:
 
Art 1, luidend dat ieder wordt geboren vrij en gelijk in rechten, krijgt als toegevoeging:
 
Aan ieder komt een plekje toe om te wonen of te verblijven zonder dat anderen daar tegen zijn wil munt uit slaan.
Het gaat hierbij niet over de bouwvakker die een reële prestatie levert
of over de gemeente die de straat aanlegt,
maar over parasieten, huisjesmelkers, aandeelhouders van hypotheekbanken, etc.
 
 
(TIP:  Neem een hypotheek op uw villa en ontvang 52% belastingaftrek op hypotheekrente.
       Help met het vrijgekomen geld arme mensen aan een huurhuis en betaal slechts 30% box belasting over de ontvangen winst).
 


zondag 30 maart 2008

woensdag 26 maart 2008

street theatre The heir of Bileam

  
              street theatre
                                       The heir of Bileam
 
A person dressed in black and with horns dances and sings:
 
I am the devil in disguise
quite many people think me wise
Both scold and murder I provide;
seduce to choose old Satan's side
 
Hey, there lives a moslim fellow (in an old little caravan at the back of the stage)
I'll have him cursed and turn him yellow (which means fleeing)
So that he parts from Europe's lusty fields
to deserts where hot sand not much yields
The oil there 's only for the rich
to keep it so I will bewitch,
make (the) poor forget they're Adams heirs
and should possess what's theirs
 
He puts on a hat which makes invisible his horns.
 
On the stage appears a donkey (played by two acrobats)
on which is seated a man with European face and evt. blond hair.
 
Devil: My dear friend, nice weather today, although the plants might have a small shower. Are you travelling comfortably? Good day to you.
Donkeyrider: And a fine day to you all the same. Yes my donkey is very obedient and goes where I want to.
Devil: And that is, if you allow me to ask?
Donkeyrider: Well, I am just making a trip in the countryside. What is that little thing over there?
Devil: That's a caravan and serves as a house to a moslim immigrant.
Donkeyrider: I don't like it. It does not fit well in the landscape. The environment should not be spoiled by huts or anything like for immigrants.
Devil: I agree completely with you.
Donkeyrider: Thanks, but how to get it removed?
 
                          I am a seated man and want my pleasure
                          Pay for that I can, from private treasure
                          I do not need a Bible or Quoran
                          But like removed competing man
                          Who 's out for money and a house like me
                          An immigrant aside makes feel less free
 
Devil: Exactly, well said, but immigrants won't go away from themselves.
Donkeyrider: They should.
Devil: Perhaps they need a little push.
Donkeyrider: That's forbidden, hands off is what the law says. I mean our law, for that of moslims seems to be unlike.
Devil: Indeed, before you know they hit with some terrorism.
Donkeyrider: I don't feel at ease with them in my neighbourhood.
Devil: Quite right, but you should not retreat. It will be them to go away.
Donkeyrider: They do not listen when that 's told them.
Devil: May be you should speak in kind of Declaration.
Donkeyrider: How do you mean?
Devil: That 's not difficult. One can start with declaring that each people has its own homeland and that this has to be respected also by migrants, especially when they do no not change and become as the already settled people.
Donkeyrider: Do you think that this will impress the fellow over there in his little caravan? He'll pretend that he does not understand my language properly.
Devil: Does not matter, actually, for you can go to him and have said with solemn words that he does not belong here. It suffices to use an old standard sentence for this purpose.
Donkeyrider: Standard sentence? What's that? May be some kind of spell that will drive the moslim man from here? They do believe in such things.
Devil: Yes, in ancient times it was also called putting a curse.
Donkeyrider: Cursing instead of blessing. Not bad in this situation. What should I utter?
Devil: Just go nearer on your donkey and I will follow and whisper you a great curse in the ear that you then can speak out on that person with his Quoran.
Donkeyrider: Very well. (He pushes the donkey with his knees to go forward).
The donkey does some steps forward, then stucks and remains like a statue.
The rider tries to get it moving and even hurt the animal in a bad way. It cries sadly Ia, ia, ia.
The donkeyrider gets angry and wildly he uses his whip on the poor beast.
Then the donkey turns his head to him and speaks:
You, son of Adam and Eve, on your way to that other son of Adam and Eve, hit me with your whip while I am protecting you.
Donkeyrider: Talking, not walking, what are you made for. Not to talk but to walk and bring me to that little caravan where I will speak a curse to have that moslim fellow removed. He raises again his whip.
The donkey answers:  Who is the fool of us, do you want your death? And perhaps mine too? Look ahead, the sword the angel has in his hand.
The public now sees a giant (glittering by light inside) sword (the two actors forming the donkey protrude it).
The donkeyrider acts bewildered, the devil has already dissappeared.
Out of his caravan comes the moslim man with a glass of water, asking: Are you allright, can I help. Here have a drink, inside my caravan there is coffee.
The donkeyrider, still deeply impressed and hardly able to speak utters:
Thank you, thank you, God bless you, Allah bless you.
Turning his face to the public: How could I be so stupid to listen to that devil.
He dismounts and they shake hands heartily.
The donkey turns its head to the public and says: That's better; we all are creatures of the angel's boss, although one's hair is blond, another's dark. Mine is grey (he sweeps his tail to show). Next one acrobat comes out of the donkey's skin and shouts: I am black (has also negro skin). The second, a red haired person, also appears, shouting: Do you like red?
 
All four sing: p.e.
                          Humain par la sagesse
                          de Dieu le Créateur
                          nous cherchons en noblesse
                          la liberté (à) tout coeur
                          Le droit pour chaque tête
                          's appelle égalité
                          Sur terre se rend une fête
                          plein de fraternité
         
 
Een mooi oud, klein caravannetje is voor opvoering gratis beschikbaar.