maandag 19 januari 2009
straattheater 7 euro
of havermout en rijst
Een heel klein caravannetje op een stukje plantsoengras in een villabuurt zoals het Museumplein.
Voor het deurtje staat een stoel.
Er komt een bankdirecteur, met dikke sigaar en aktetas, langs wandelen. Hij blijft staan en bekijkt de caravan alsook de omgeving. Dan klopt hij aan en een oud mannetje doet open.
B: Goedendag, bent u eigenaar van dit caravannetje?
Oude man: Eigenaar? Deze caravan is van mij.
B: Ik wil het ding kopen, hoeveel wilt u er voor hebben?
O: Kopen? Jij wilt mijn caravannetje kopen? Die is niet te koop.
B: Kom, ik bied u een goede prijs. Zegt u maar hoeveel.
O: Nog voor geen tienduizend gulden verkoop ik mijn caravannetje. Ik woon erin.
B: Kom, ik bied u honderd euro. Dat is een redelijke prijs voor zo' n oud ding. Ik zoek namelijk onderdak voor mijn hond. Die krijgt jongen en dan is het oude hondehok te klein. Dit caravannetje is precies wat ik mijn hond graag gun.
O: En ik dan? Ik woon hier toch?
B: Heeft u geen huis? U kunt toch geld voor een woning bij de bank lenen? Ik ben bankier. Een lening bij ons is niet duur, maar elf procent rente op persoonlijke lening of doorlopend krediet.
De minister van Financieen, met steekhoed, komt langs.
B: Ach, minister goed dat ik u zie. Legt u, minister van financieen, deze oude man toch eens uit dat hij zich niet zo dwars moet opstelllen. Ik heb dit caravannetje nodig om mijn hond van goede huisvesting te voorzien.
M: Zo...dan kan hij het toch aan u verkopen? Tegen O: Deze heer wil graag uw caravan kopen.
O: Ik woon in mijn caravan. Ik heb die nodig om te wonen.
M: Heeft u geen huis? Er zijn ook voor u goede stenen woningen.
O: Die kan ik niet betalen van mijn AOW.
B: De AOW is toch net weer verhoogd?
M: Ja, met zeven euro.
B: Met zeven euro; da' s niet mis. Daar kun je wel 25 pakken havermout voor kopen.
O: Ik eet geen havermout, althans weinig. Ik ga meer rijst eten.
B en M: Rijst? Hoezo?
O: Nou ik wil een reis maken naar Indonesie, eindelijk naar de tropen, naar dat mooie land waar ze heel veel rijst eten.
M: Naar Indonesie? Dat kan toch niet van uw AOW?
B: Onmogelijk, de laatste keer dat ik naar Indonesie ging kostte een ticket 10.000 euro.
O: Ja, in de business class, maar daar reis ik niet in. Ik heb geen zaak die voor mij betaalt.
B: U kunt ook hier in eigen land rijst eten. Dat halen wij heel goedkoop uit de Derde Wereld.
M: De AOW is bedoeld als minimumvoorziening, niet voor luxe. Waar haalt u het geld vandaan?
O: Ik betaal geen hoge huur voor een goede woning. Ik woon in deze caravan.
M: U staat met uw caravan op openbaar groen, grond van de gemeente, dat mag niet.
B: Nee, dat mag niet, u mag hier niet wonen. Dit is grond van de gemeenschap. Verkoopt u nou maar het caravannetje zodat mijn hond onderdak krijgt.
O: Koop maar wat anders voor je hond. Jij hebt toch geld genoeg?!
B: Geld genoeg!? Helemaal niet. Hij wendt zich tot M: Kunt u mijn bank een paar miljard lenen?
M: U bedoelt garant staan voor een paar miljard. Bijvoorbeeld als u het uitleent aan senioren voor leuke woningen.
O tegen M: Dan kunt u beter rechtstreeks aan mij lenen.
B en M: Dat gaat niet. Wij proberen de economie draaiende te houden. Dat moet u begrijpen.
B: Precies. De regering zorgt ervoor zoals de minister zegt dat ik, ik bedoel mijn bank, genoeg geld krijgt om aan u uit te lenen. Dat mag u best waarderen.
O: U wilt aan mijn huis verdienen.
M: Dat is normaal. Daar is een bank voor. Hoe kan een bankier anders zijn villa bekostigen, zijn tweede huis, zijn jacht.
B: En een goed onderkomen voor mijn hond. Die heeft niet veel nodig. Dit caravannetje past precies. Ik bied u honderdentien euro.
M: Dat lijkt mij een goed bod.
O tegen B: Wat kost een hypotheek bij u?
B: Van 500 tot 5000 euro en meer per maand, afhankelijk van hoeveel aftrek u van de minister krijgt.
O: Aftrek? Dan krijg ik zeker heel veel aftrek, want ik heb slechts AOW inkomen.
M: Nee, nee, aftrek is voor welgestelden. Die hoeven dan minder belasting te betalen.
B: Iedereen evenveel belasting betalen. Dat zou het eerlijkst zijn. Tegen O: Ik veronderstel dat u eigenlijk te weinig belasting betaalt. Heeft u eigenlijk wel extra grondbelasting betaald nu uw caravannetje hier op gemeentegrond staat?
O: Van mijn 7 euro AOW erbij zeker. Kan ik niet met mijn caravannetje in uw tuin staan? Die is zo groot.
B: Mijn tuin is particulier bezit. Dat kan de minister bevestigen. M knikt plechtig. Als u geen huis kunt betalen hebben wij gelukkig het Leger des Heils. Dat is een hele goede organisatie met prima nachtopvang. Kom, ik heb u 110 euro geboden, dat is een heleboel geld. Misschien kan ik er nog wel een rijksdaalder bij doen.
M tegen O: Hoort u dat? De bankier heeft alweer zijn bod verhoogd. Weest u toch een beetje sociaal. Zijn hond heeft onderdak nodig. Tegen B: Waar gaat u de caravan plaatsen?
B: In mijn tuin natuurlijk; die is groot genoeg. He, wat is die oude man koppig, daar wordt je moe van. Hij gaat op de stoel voor het caravannetje zitten.
O: He, dat is mijn stoel.
B: Dat weet ik; ik mag er toch wel even op zitten?!
O: Nou, dat weet ik zo nog niet.
B: Ik ben moe en dan is het uw plicht om mij een stoel aan te bieden.
O: En ik loop elke dag, terwijl u mij in een grote auto met nog wel vier lege plaatsen voorbij rijdt.
M: Dat is meneer de bankier zijn dienstwagen.
B: Met chauffeur; er zijn maar drie onbezette plaatsen in de auto.
M: Ik weet zeker dat meneer de bankier de bedrijfswagen voor zijn werk gebruikt, want de onkosten worden van de belastingen afgetrokken.
O: De tram is voor meneer de bankier zeker te duur.
Hij gaat terug in zijn caravannetje.
B tegen M: Die caravan mag hier toch niet blijven staan?! Het is hier gemeentegrond en het ding verstoort mijn uitzicht.
M: Ik zal de politie zeggen het ding weg te halen en naar het gemeentelijk opslagterrein te brengen.
B: Dat kost zeker wat geld als de caravan daar opgeslagen wordt. Kan de oude man dat niet betalen en doet hij daarom afstand van de caravan dan wil ik die graag in mijn tuin geplaatst zien. Voor mijn hond.
M: Voor uw hond.
B: Mijn hond krijgt jongen.
M: Ach wat leuk, en die hebben natuurlijk een beschut plekje nodig tegen regen en kou. Ja, een oude caravan leent zich daar wel voor.
B: Zo is het; wij begrijpen elkaar. En die miljarden bankgarantie apprecieren wij; tweehonderd miljard voor alle banken samen? Een mooi bedrag; zo kunnen wij veel uitlenen.
M: En veel rente vangen. Vergeet niet om daarover ook wat belasting te betalen. Ik moet mijn ambtenaren immers goede salarissen geven.
B: Voor uzelf blijft er natuurlijk ook wel wat over?!
M: Eh ja, er zijn nogal wat ambtenaren die meer verdienen dan een minister. Dat moeten wij ministers inhalen.
B: Dat zal dan wel een salarisverhoging van zeven duizend euro betekenen voor u en de collegas.
M: Eh ja, per maand dan.
B neigt zich naar M's oor: Kunt u mooi arme mensen mee helpen. Mensen die te weinig verdienen voor een eigen huis en moeten huren. Van u. Of als u aandeelhouder van mijn bank wordt: wij verstrekken hypotheken en daarop krijgt u gegarandeerd hoog rendement. De mensen moeten immers altijd wonen Zo in een caravannetje dat is maar niks. Goed dat dat verboden is op grond van de gemeenschap of van particulieren.
Ben M schudden elkaar de hand.
M: Altijd prettig u te ontmoeten.
B: Wederzijds en als u later minister af bent: wie weet hebben wij nog een funktie a 7000 euro per week.
M: U schertst. U bedoelt natuurlijk zeven duizend euro per dag. Dat wordt dan, even narekenen, een drie, vier miljoen per jaar.
B: U bent dat waard!
M: En u ook.
De oude man is ondertussen weer uit de caravan gekomen en op de stoel gaan zitten.
O: Ik niet!
Vrouwelijke straatmuzikanten zetten muziek in en hij begint te zingen:
O: Ik ben maar voor een dubbeltje geboren
de sociale strijd heb ik verloren
Wel vrij, maar niet gelijk in rechten
ben ' k arm door 't pikken van de slechten
B & M: Wij leven in een land heel overvloedig
Met wind in onze rug gaan wij voorspoedig
Dus volk, juich toe en help met blazen
terzijde Wij hebben jullie flink te grazen
B & M: Wat hebben wij het goed
O: Maar mij raakt tegenspoed
B & M: Niemand die hoeft te klagen
O: Toch heb ik nog wel vragen
B & M: Een ieder krijgt zijn draai
O: Ik niet, 'k verfoei gegraai
B & M Wij delen eerlijk, doen onsz' stinkend' best;
voor oudjes zeuven euro er nog rest
O roepend: En daarvoor koop je wel 20 pakken havermout
B & M: Vijfentwintig!
Ondertussen haalt een hele grote takelwagen van de politie het caravannetje weg.
(Een piepklein caravannetje, momenteel in stalling De Ganzenhoeve te Zeewolde, is beschikbaar voor opvoering)
Er kunnen evt. flyers uitgedeeld worden met daarop de tekst van art 1 der Verklaring van de rechten van de mens: "Ieder wordt geboren vrij en gelijk in rechten" en met toevoeging: "Dit behelst ook materiele componenten, bijvoorbeeld het recht op een minimale eigen plek om te wonen of te verblijven zonder dat anderen daar tegen je wil munt uit slaan. Het gaat hierbij niet over bouwvakkers die een reele prestatie leveren of de gemeente die de straat aanlegt, maar betreft huisjesmelkers, aandeelhouders van hypotheekbanken en lieden die al genoeg verdienen voor hun levensonderhoud maar meer wensen om arme mensen te kunnen "helpen" aan een huurhuis".
Vanzelfsprekend is een en ander ook van toepassing voor studenten en wellicht komt er dan na de voorstelling discussie op gang.
vrijdag 16 januari 2009
Brandstapel
Bij de Calvijn-week hoort natuurlijk een brandstapel en aangezien daarvan nog niets te merken was hieronder een voorstel tot opvoering van straattheater rondom zo'n opruimend geval. Het spel kan gespeeld worden zondag 18 januari MMIX op de Westermarkt, alwaar in de Westerkerk dan ook een zangstuk over Calvijn opgevoerd wordt.
straattheater Calvijn
Uit een piepklein caravannetje naast de enorme Westerkerk komt af en toe een meneer iets betogen wat tegen het zere been van Calvijn is. Die (acteur uitgedost met lange baard volgens portret) loopt langs, luistert, trekt een zuur gezicht, verdwijnt, komt weer terug, etc.
Op zeker ogenblik komen werklieden aanzetten en bouwen een brandstapel. Calvijn knikt goedkeurend. Iedereen eventjes af.
Er arriveren lieden van Wikipedia, werpen het boek, een reusachtig kartonnen exemplaar met duidelijk leesbare kaft, "The quantum Theory of Gravitation" van Vasily Yanchilin op de brandstapel en proberen de boel aan te steken, hetgeen mislukt.
(Toelichting: Het boek bevindt zich in de biebs van VU en UvA, maar Yanchilin's werk wordt geboycot door Wikipedia).
Calvijn komt weer op, haalt de man uit het caravannetje en geleidt deze op de brandstapel. Uit de Westerkerk komen modern geklede mensen toegesneld die, eerst aarzelend, dat omkeren, de man weer in zijn caravannetje zetten; maar wel het ding afvoeren onder wegwerpende gebaren.
Calvijn kijkt om zich heen, slaat een dik boek open en scheurt daaruit etiketten "predestined for hell" (zo snappen toeristen ook enigszins waarover het gaat) en peinzend onderzoekt hij het publiek of daar misschien op te plakken valt. De modern geklede mensen komen terug en pakken na veel heen en weer gemompel en gesticulatie Calvijn die etiketten af, werpen deze papiertjes vervolgens in het vuur (praktisch bijvoorbeeld heel klein brandend in een wok) van de brandstapel.
Evt. kunnen refo-gristenen ook homos aanvoeren (bedenk zelf een vervolg; het monument ter herinnering is er al).
Een paar straatmuzikanten beginnen te spelen: "He's got the whole world in His hands" (In de wetenschap is niets bekend over de Eerste Oorzaak. Religies noemen dat God en knopen er aan vast dat Die de mensen vriendelijk gezind is) en daarna toepasselijke liederen zoals "Onward christian soldiers" en het "strijdlied van de Amerikaanse Burgeroorlog". Calvijn staat er een beetje beteuterd bij, krabt zich achter de oren en zo, verdwijnt in het publiek. Tenslotte zingt een soprane:
Edel en hoog geboren
als mens naar Godes beeld
zoek ik rechtens behoren
de vrijheid onverheeld
Om 's Heren aardse gaven
te proeven met verstand
bied ik mijn broeder haven,
deel oogst in dit rijk land.
Humain par la sagesse
de Dieu le Createur
nous cherchons en noblesse
la liberte d' tout coeur
Le droit pour chaque tete
's appelle egalite;
sur Terre se rend une fete
plein de fraternite
(kan gezongen worden op de melodie van het Wilhelmus; meer coupletten en andere melodie zijn beschikbaar)
De man uit het caravannetje komt weer op en gooit samen met de anderen emmers water op de brandstapel.
Waar daartoe gelegenheid te maken valt ware het publiek in staat te stellen om eigen slechte karaktertrekkenop een papiertje te zetten en dat vervolgens in het vuur van de brandstapel te werpen als teken dat men die nare eigenschappen kwijt wil. Het wordt zo van een straffend een reinigend vuur. Misschien rappend uit te leggen?
dinsdag 13 januari 2009
roodverschuiving
spectrale frequentieveranderingen
In de algemene relativiteitstheorie wordt aangenomen dat de tijd op de zon langzamer verstrijkt dan op Aarde als gevolg van verschil in massa der beide hemellichamen. Daardoor zou de frequentie van op de zon ontstaan licht lager zijn en wordt op Aarde roodverschuiving van spectraallijnen geconstateerd.
Echter moeten fotonen ook de zwaartekracht van de zon overwinnen op hun reis naar ons toe en het daardoor veroorzaakte verlies in energie uit zich eveneens in roodverschuiving.
Optellend moet er dus een som van twee keer roodverschuiving zijn. Maar er wordt slechts eentje waargenomen. Welke en hoe kan dat?
Dit probleem werd in het jaar 2000 aan de orde gesteld in de American Journal of Physics. In 2003 kwam Vasily Yanchilin in zijn boek The Quantum Theory of Gravitation met een verklaring: De potentiaal van een foton in een gravitatieveld verandert 2 x zoveel als in de mechanica van Newton aangenomen wordt. Deze laatste rekent alleen met vrijkomende energie (mgh, massa x gravitatieconstante x hoogteverschil) doch is onbekend met verandering in interne energie volgens E = mc-kwadraat. Sterrelicht wordt door de zon afgebogen en wel precies 2 x zoveel als volgens de klassieke mechanica mogelijk is. Vandaar dat in de 19e eeuw lange tijd gezocht werd naar een extra planeet Vulcanus die verantwoordelijk zou zijn voor de afwijking in de baan van Mercurius wanneer deze de zon passeert. Evenwel hebben fotonen geen restmassa, er wordt geen massa getransporteerd en zodoende komt alle potentiele energie bij afbuiging van een foton door de zon vrij, naar buiten, in totaal 2mgh. Wiskundig uitgedrukt is het verschil in energie, delta E genoemd, gelijk aan de differentiering van het lid achter het gelijkteken. Dit kan slechts indien c veranderlijk en daarom differentieerbaar is.
De nieuwe theorie van Yanchilin behelst zulke verandering van de lichtsnelheid en wel volgens hypothese in kwantiteit gelijk aan de wortel uit de potentiaalverandering der totale massa van het heelal.
Tussen haakjes was het Einstein ook duidelijk dat licht, afgebogen als het wordt door massa, qua snelheid niet volstrekt onafhankelijk kan zijn van al het andere in het heelal. Hij nam de constantheid van c in vacuum slechts aan als voorlopige werkhypothese in een tijd dat de quantummechanica nog uitgevonden moest worden.
De speciale relativiteitstheorie blijft geldig mits zo opgevat dat de lichtsnelheid onafhankelijk is van de bewegingstoestand der waarnemers. De c hangt in de nieuwe theorie af van de potentiaal der totale massa van het heelal en of je als waarnemer ter plekke links of rechts beweegt maakt niet uit voor die daar heersende potentiaal. Wel wijzigt zich deze bij verdunning van de massa in het heelal, dus bij uitdijing en daarom in de loop der geschiedenis. Zo idem de lichtsnelheid.
Hoe wordt in de nieuwe theorie van Yanchilin de roodverschuiving van zonlicht verklaard? Allereerst is er op en bij de zon een iets hogere gravitatiepotentiaal door de bijdrage van diens massa. Dit betekent ter plaatse grotere lichtsnelheid en sneller verloop van alle fysische processen. Ofwel duurt de seconde er korter in plaats van langer zoals aangenomen wordt in de verouderde, inconsistent blijkende algemene relativiteitstheorie. Bijgevolg is de frequentie van het uitgestraalde licht juist hoger. Toch wordt op Aarde roodverschuiving waargenomen, namelijk omdat net als de verandering bij afbuiging van sterrelicht maar nu in tegenovergestelde richting en met ander teken er onderweg meer dan Newtoniaans verlies optreedt. Wie hieromtrent de preciese cijfers wil weten kan die in het boek goed beargumenteerd vinden. De berekening gebeurt aan de hand van een foton dat van de voet van een toren naar diens top gaat onder uitspitting van veranderende Planck.
Toch maar proberend dit in vooral woorden over te zetten naar het systeem Zon-Aarde:
Zoals een in de richting van de zon afgebogen van een ster afkomstig foton 2 x Newton in vrijkomende energie toeneemt heeft een door de zon uitgezonden foton idem 2 x Newton in hogere frequentie te vertalen energie. Daarenboven is de totale E van eenzelfde soort foton op Aarde wegens veranderende Planck, samenhangend met die plaatselijk geringere potentiaal der totale massa van het universum, ook nog eens een factor gh/c-kwadraat kleiner. Het verschil in frequentie bedraagt dan 3gh/c-kwadraat ten voordele van het foton op de zon. Tijdens de reis gaat daar dan 2gh/c-kwadraat van af in het zwaartekrachtsveld zodat de roodverschuiving netto uitkomt op gh/c-kwadraat, in overeenstemming met de waarnemingen. Als er onderweg geen energie verlies optreedt zoals in de algemene relativiteitstheorie aangenomen wordt (men kiest uit beide opties tijdvertraging) dan zou er naar nieuwe standaard 3 x zoveel roodverschuiving moeten zijn.
woensdag 10 december 2008
de nieuwe theorie van Vasily Yanchilin
Geen angst meer voor het zwarte gat
theorie van de 21e eeuw
Een zwart gat slokt alles op. Als de Verenigende Zwarte Gaten komen aanstormen krijgen we vooraf geen bericht, want het snelste medium, het licht, vertraagt en verdwijnt. Slechts een de ruimte ingeschoten geraniumstekje kan als het slachtoffer wordt telepatisch het tweelingbroertje op de vensterbank zijn angstkreet doen voelen en daaraan gekoppelde geavanceerde apparatuur geeft ons het sein van het naderende einde met nog net voldoende tijd voor een schietgebedje.
Bij een zwart gat staat de tijd stil volgens de meeste hedendaagse geleerden en hoe zwaarder ie is des te vlugger. Toen alle massa nog in het puntje van de Big Bang geconcentreerd was bestond er dus helemaal geen tijd, kwam er geen tijd los en de hele wereld is fictie.
Einstein formuleerde zijn algemene relativiteitstheorie voordat er kwantummechanica bestond. Als werkhypothese nam hij voorlopig aan dat de lichtsnelheid in vacuum altijd constant is. Maar hij kon zich niet voorstellen dat deze werkelijk onafhankelijk zou zijn, los zou staan van al het andere fysische in het heelal.
Het licht van de zon komt bij ons aan met enige roodverschuiving en daarop wordt al een eeuw lang gebaseerd dat de tijd trager verloopt bij die zon en in het algemeen nabij grote massa. Wiskundig uitgedrukt gaat zo de tijd bij massa M een factor (1-2GM)exp.0,5 / r(c)exp 2 langzamer dan op een afstand r daarvan. G is de gravitatieconstante, een omrekeningsfactor, en c staat voor constante lichtsnelheid.
In 2003 kwam Vasily Yanchilin in zijn boek The Quantum Theory of Gravitation met een nieuwe zienswijze. Deze Russische geleerde is de eerste die zwaartekracht en kwantummechanica met elkaar weet te verbinden. Hij bouwt voort op een in de 19e eeuw door Mach uitgesproken veronderstelling dat de massa van het heelal bepalend is voor veranderingen in beweging zoals versnelling en vertraging. Newton wist wel aan te geven hoe kracht, massa en versnelling met elkaar in relatie staan maar niet waarom. Aan de hand van geijkte waarnemingen formuleert Yanchilin de hypothese dat de potentiaal van de totale massa van het heelal maat is voor de voortplantingssnelheid van electromagnetische straling en wel kwadratisch naar de gegevens indiceren. Potentiaal neemt lineair af, was het grootst bij de Big Bang (dat mathematisch wel in een punt gedacht kan worden maar fysisch nooit in een punt kan bestaan) en nadert tot nul aan de grens van het heelal. Evenzo dan de lichtsnelheid en een foton kan nooit het heelal verlaten. Bij de zon is deze potentiaal een tikkeltje groter dan op Aarde en derhalve de snelheid van het licht ook. Dat is met bijna dezelfde factor als hiervoor genoemd te beschrijven, alleen verandert de min in een plus en bedraagt de exponent min een half: (1 / wortel uit (1 + 2GM) / r(c)exp 2)
In de algemene relativiteitstheorie vertragen alle processen, de seconde duurt langer nabij grote massa, terwijl lichtsnelheid, massa van een arriverend deeltje en de "Planck" constant blijven; idem de frequentie van het licht. Met als gevolg op afstand van de zon roodverschuiving van het uitgestraalde licht.
In de nieuwe theorie zijn nabij massa en zo ook bij de zon de frequenties van straling hoger en evenzo de lichtsnelheid; de tijd verloopt er sneller terwijl de Planck kleiner wordt. Bereikt een foton de Aarde dan zijn de eerste drie verminderd en wordt roodverschuiving waargenomen.
Twee theoretisch tegenovergestelde uitgangspunten, langzamer resp. sneller tempo van de tijd, leiden hier tot hetzelfde waargenomen resultaat en daar is een wiskundige verklaring voor.
Om het iets gemakkelijker voor te stellen kun je bovenstaande factoren denken als (1 - rest) in de teller en (1 + rest) in de noemer. Is de rest zeer klein, reken zelf mee met bijvoorbeeld een duizendste, dan maakt het weinig uit of de ene dan wel de andere factor in de beschrijving van de waarneming gebezigd wordt omdat het verschil neerkomt op het kwadraat van die rest, in het voorbeeld een miljoenste. Als de observatie niet nauwkeuriger is dan een tienduizendste krijg je gelijke resultaten. Op die manier geven beide, de verouderde algemene relativiteitstheorie en de nieuwe theorie voor zover de metingen nauwkeurig kunnen zijn dezelfde uitkomst qua roodverschuiving bij de zon.
Maar het wordt totaal anders als die "rest" groot is, zoals bij een "zwart gat". Nadert 2GM / r(c)exp 2 in Einstein's honderd jaar oude formule door toenemende massa M tot 1 dan wordt de hele factor nul en komt de tijd tot stilstand. In Yanchilin's berekening wordt die factor echter steeds groter en dat vertaalt zich in sneller tijdsverloop nabij toenemende massa. Met andere woorden kunnen er volgens deze argumentatie helemaal geen zwarte gaten bestaan! En de Big Bang met z'n enorme massaconcentratie mag explosief verlopen!
In de kwantumtheorie geldt de onzekerheidsrelatie van Heisenberg, hetgeen wil zeggen dat niet tegelijkertijd beide plaats en impuls (snelheid maal massa) bekend en bepaald zijn. Einstein wilde hier niet aan omdat "God niet dobbelt". Men kan de onzekerheid voorstellen als een ruimtelijke sfeer waarin de gebeurtenissen ergens plaats vinden. Nu weet niemand wat eigenlijk bijvoorbeeld een electron in diepste wezen is maar Yanchilin poogt te benaderen met het deeltje voor te stellen als een discontinu talloze malen opduiken binnen een sfeer met "Heisenberg" dimensies. Komt een ingeschoten foton in botsing met zo'n opduiking (noem die even een iet, zodat de naam electron voor het geheel gereserveerd blijft) dan krimpt die sfeer onmiddelijk tot de plek van die toevallige iet. Om daarna weer geleidelijk uit te dijen. Zo kun je ook gemakkelijker begrijpen dat het electron door twee verschillende openingen tegelijk kan gaan en idem het "tunneleffect": de "sfeer" raakt uitgedijd tot voorbij de tunnel en als een iet in die sfeer maar buiten de tunnel in botsing komt met een foton, zodat het geheel op die plek krimpt, dan is de tunnel gepasseerd om vanaf de bewuste plek er voorbij weer uit te dijen. Hawkins ontdekte dat zwarte gaten kunnen verdampen en het bovenstaande illustreert dit op andere wijze dan door hem aangegeven. Yanchilin bezigt het woordje iet niet, maar het valt misschien ook te gebruiken om verklaring te zoeken voor het merkwaardige feit dat fotonen wel energie maar geen massa verplaatsen. Alsof ze bestaan uit meebuigende ieten gelijk omvallende dominostenen.
In de kwantumtheorie van de zwaartekracht is het de massa van het heelal welke de mate van onzekerheid, het kwantummechanisch aspect bepaalt. Een deeltje op grote afstand van veel massa is gekenmerkt door een grote toestand van onzekerheid (de ieten van het electron zitten in een snel expanderende sfeer). Deze ieten en daarmee het deeltje kunnen vrij gemakkelijk overgaan naar een plek dichter bij die massa. Maar daar is de onzekerheid geringer, de "bewegingsvrijheid" kleiner zodat de terugweg minder gemakkelijk, moeilijker is. Als optelsom krijg je dan dat het deeltje verplaatst raakt in de richting van de massa. De aantrekkingskracht/zwaartekracht/gravitatie is volgens Yanchilin derhalve een puur kwantummechanisch verschijnsel.
Tussen haakjes blijft de speciale relativiteitstheorie onverkort geldig, mits zo opgevat dat de lichtsnelheid onafhankelijk is van de bewegingstoestand der waarnemer. Dit komt omdat de potentiaal van de totale massa van het heelal waarmee de lichsnelheid in relatie staat onafhankelijk is van je beweging naar voren, achteren, links, rechts, onder, boven.
Een lichtsnelheid die inderdaad niet onafhankelijk is van al het andere (alsof licht er niet mee te maken heeft) en volgens de interpretatie van Yanchilin kwadratisch overeenkomt met de naar de grenzen van het heelal afnemende potentiaal van de massa-inhoud van het heelal voert naar een kleinere waarde van de Hubble constante, de gebruikelijke maat voor afstanden in het universum, dan tot dusver aangenomen werd. De maten van het heelal moeten naar ouderdom en massa bijgesteld worden. In zijn boek rekent Yanchilin dit uit en komt tot de conclusie dat negatieve energie (in de algemene relativiteitstheorie goed voor 70% van de noodzakelijke massa) en de kosmologische constante overbodig zijn en wegvallen. Donkere materie denkt hij als eindprodukt van electromagnetische straling. Merk op dat 's nachts evengoed als overdag de omgeving van de Aarde hel verlicht wordt door de zon. Maar omdat wij die straling niet op ons netvlies krijgen merken we er niets van. Licht betekent energie en vertegenwoordigt volgens E=mc(kwadraat) massa. Ongeveer tien procent bestaat volgens het nieuwe inzicht uit waarneembare massa van sterrenstelsels tegen ongeveer vier procent in de oude theorie. Indien er algemene beweging is naar een punt buiten het zichtbare heelal is het universum groter dan waargenomen kan worden en valt dit cijfer naderhand bij te stellen.
Ook inflatie na de Big Bang gooit Yanchilin overboord als overbodig en zot, ingaand tegen alle bekende natuurwetten. Invoering van inflatie was nodig omdat "een duiveltje" de mooie schemas van de geleerden verstoorde. Maar zo kun je het in wetenschappelijke publicaties niet met goed fatsoen noemen. Lees het vermakelijke verhaaltje hierover in het boek. Op welke pagina het staat zal niet verklapt worden aangezien de rest van het geschrift ook zeer de moeite waard is. Het boek van maar een paar honderd paginas is ondermeer beschikbaar in de biebs van de beide Amsterdamse universiteiten.
Filosofen mogen zich niet uitzonderen van het te lezen daar er naast de formules uitmuntende argumenterende tekst staat afgedrukt. Het is een heerlijk boek en de wiskunde erin valt gemakkelijk na te rekenen. Op deze nieuwe theorie voortbouwend in het door Yanchilin aangedragen besef dat bij de grenzen van het heelal alles richting en snelheid verliest, een soort karakterloze ieten wordt, valt wellicht een model te maken van een ietensoep waarin een Initiatief van Buiten een of verschillende Big Bangs teweeg brengt; net als het foton dat het electron raakt en de situering van het gebeuren tot bijna een punt reduceert, waarna de eerder genoemde ruimtelijke sfeer, waarin het electron volgens de onzekerheidsrelatie van Heisenberg vertoeft, weer toeneemt in omvang. Zo'n initiatief van "Buiten" wordt in de religie God genoemd omdat het de Eerste Oorzaak vertegenwoordigt. Die religie betoogt vervolgens dat G.d de mensen vriendelijk gezind is. Maar wij moeten kennelijk geestelijke evolutie via lief en leed doormaken omdat we anders zouden verzinken tot zombies. Een verstandige God die onze vrijheid respecteert zal niet op de televisie verschijnen. In de wetenschap is het onmogelijk om "eerste oorzaak" te begrijpen. Daartoe moet je waarschijnlijk eerst godentaal leren en dat is niet voor ons weggelegd.
Yanchilin verwijst in zijn boek in het geheel niet naar de Schepper of eerste oorzaak. Maar hij schreef recent in het russisch over kwantummechanisch te verklaren "contacten" die enorme afstanden overbruggen en ogenblikkelijk geschieden totdat van buiten -deze keer van ons of uit het heelal- er tussenkomst is.
Hij zal op uitnodiging gastcolleges willen geven over zijn onderzoekingen met inbegrip van presentatie der jongste resultaten. Je vind niets over zijn werk op de wikipedia, want aanhangers van de algemene relativiteitstheorie motten hem niet en zouden net als in de Middeleeuwen liefst zijn boek verbranden. Dat is hedentendage de inhoud negeren en niet met argumentaties komen aandragen die zijn 21e eeuwse theorie torpederen danwel bevestigen.
Nog een opmerking over minimale afstanden. Indien een ruimte leeg is aan materie, straling en velden, absoluut leeg dus, hoe weet een reizend deeltje dan waar het volgende punt op zijn pad is? Is het dichtbij of veraf? Er is niets in die leegte om dat te bepalen. Ook velden komen hiervoor niet in aanmerking omdat deze "dragers" nodig hebben. Het lijkt of Yanchilin's discontinue model met opduikingen in Heisenberg context oplossing van het probleem verschaft.
Dus in de nieuwe theorie is het de massa van het universum welke de onzekerheid omtrent plaats en beweging, kortom het kwantummechanisch aspect van elk deeltje reduceert.
De algemene relativiteitstheorie daarentegen bevat niets over het Mach principe, de beinvloeding der bewegingen, het "maken" van de wetten der natuurkunde, ofschoon Einstein dit zeer belangrijk vond.
De kwantumtheorie van de zwaartekracht maakt de betekenis van dit principe duidelijk en verklaart de hoedanigheid van de onzekerheid die alle deeltje kenmerkt. Bij grotere bestaat evenzeer onzekerheid, net als elk deeltje golfkarakter toegeschreven kan worden, maar in nog slechts onmerkbare mate.
In de algemene relativiteitstheorie wordt de zwaartekracht beschouwd als kromming van de ruimte, een meetkundig concept, en zijn er geen directe relaties van tijd en lengte met natuurkundige processen.
In de nieuwe theorie is tijd de voortgang, het tempo van fysisch gebeuren zoals in het aangeslagen Cesium atoom (waaraan merkwaardigerwijze ook in Einsteins oude theorie de seconde gekoppeld is). Lengtemaat wordt hier vastgeknoopt aan bijvoorbeeld een spectraallijn. In de algemene relativiteitstheorie wordt de seconde niet afgeleid uit de duur van een proces, maar gezien als een afstand op de geconstrueerde tijdas, net zoals de meter. Dit is een fundamentele fout omdat in werkelijkheid bij kortere duur van de seconde door sneller verloop van het fysisch proces alle tijdsintervallen kleiner worden, terwijl bij kortere lengtemaat, kortere meter, alle afstanden toenemen! Zo argumenteert Vasily Yanchilin.
Voorts harmonieert de algemene relativiteitstheorie niet met de (latere) kwantummechanica, geeft geen verklaring van de zwaartekracht maar beschrijft slechts het veronderstelde hoe.
Heel raar in de algemene relativiteitstheorie is dat de ruimte-tijdschaal verandert nabij massa terwijl juist aangenomen wordt dat de fysische processen niet met zwaartekracht te maken hebben, dat de frequentie van uitgezonden straling er niet door beinvloed wordt, dat de Planck overal en altijd constant is; evenzo de lichtsnelheid vanaf het allereerste begin. Dan krijg je vanzelf zwarte gaten bij zulk ondeugdelijk rekenwerk.
In de nieuwe theorie hangt de ruimte-tijdschaal helemaal af van de zwaartekrachtpotentiaal (der totale massa van het heelal met lokale variaties nabij grote deelmassa). Die verandert voortdurend met de gaande expansie van het heelal. Sterker nog: De baan van de Aarde om de zon is ellipsvormig en 's winters als wij ons het dichtst bij de zon bevinden is de lichtsnelheid tien centimeter groter dan 's zomers. Omdat andere factoren ook veranderen in gelijke mate valt dit niet op en is het niet te constateren. Volgens de algemene relativiteitstheorie is de verdeling van de massa over het universum irrelevant voor de ruimte-tijdschaal op Aarde en dat het heelal uitdijt verandert daar niets aan. In werkelijkheid nemen de afmetingen van de atomen en van de electronenschillen toe bij die expansie. De andere kant op, vroeger in de geschiedenis van het heelal of een plaatselijke massa naderend krijgt het electron grotere snelheid in een kleinere baan. Met als gevolg dat er meer energie vrij komt bij overgang naar een buitenschil. Ofwel neemt de frequentie van de hierdoor gecreeerde straling toe.
Yanchilin behandelt de bekende waarneming dat een deeltje in het gravitatieveld van de Aarde een paraboolbaan beschrijft inplaats van een rechte lijn. Elk deeltje, ook het foton ondervindt de zwaartekracht. Op het hoogste punt van die kromme baan verloopt volgens de algemene relativiteitstheorie de tijd sneller dan halverwege de rechte lijn tussen begin en eindpunt, zodat dit overeen stemt met een maximale tijdsduur (meer seconden) voor het onderweg zijn. Volgens de kwantummechanica echter kan de beweging van een deeltje volledig beschreven worden met de golffunktie en een golf beweegt altijd langs de optisch kortste weg, dus waar de tijd trager verloopt, in de paraboolbaan. Wat is er dan mis: de kwantummechanica of de algemene relativiteitstheorie? Lees op pagina 189 en volgende van het boek nog eens hoe wiskundig de algemene relativiteitstheorie aan z'n eind komt.
Ergens ver weg in de ruimte staat een dubbelster waarvan de ene partner in zijn omloop precies achter de andere verdwijnt, gezien door Aardse telescopen. Men berekent vanalles uit het ontvangen licht en geconstateerd werd dat de fotonen van de verste ster nabij dat verdwijnpunt vertraagd ons bereiken. Zie je wel, zeggen de aanhangers van Einstein: Dat licht moet de andere ster passeren en diens massa veroorzaakt vertraging van de tijd. Het komt daarom iets later aan dan fotonen die uitgezonden worden als beide sterren naast elkaar in plaats van achter elkaar staan (alles gecorrigeerd naar afstand welke varieert vanwege de omloopbaan).
In de natuurkunde geldt het beginsel van "least action", er wordt geen energie verspild aan overbodige stukken beweging. Daarom volgt licht een ietwat gebogen baan als het een vreemde massa zoals van een ster passeert. In de kwantumtheorie van de zwaartekracht wordt dit als volgt uitgelegd:
Op een rechte lijn van de fotonen uitsturende ster, de gepasseerde andere ster, wiens massa we even in een punt denken zodat het voorbijkomende licht niet geblokkeerd wordt, en de Aarde tracht het licht een zo klein mogelijk aantal golven te maken in zo groot mogelijke stappen of oscillaties. Nabij de tussenliggende ster is vanwege diens massa de lichtsnelheid groter, maar ook neemt de frequentie van de op weg zijnde straling hier toe en worden de golflengtes korter, de stappen kleiner. Tussen uitzendende ster en Aarde moeten er dan meer golven gemaakt worden; er zijn meer stapjes van elk een golflengte (die onderweg dus varieert) nodig. Voordeliger is het dan om met een klein boogje om de ster heen te gaan. Daar op enige afstand van de gepasserde massa is diens potentiaal geringer en ergo ook de lichtsnelheid, verloopt de tijd er langzamer en is het aantal te maken stapjes kleiner. Voor de verre waarnemer volgt het licht zo een iets kromme baan terwijl de fotonen zelf de kortste weg in eigen tijd (met de grootste golflengte, de grootste stappen) nemen. Dat is het pad met het minste aantal golven. Wiskundig uitgedrukt verandert de ruimte-tijdschaal nabij de massa van de tussenliggende ster; de lichtsnelheid neemt daar toe maar de frequentie percentueel nog meer omdat die in derde macht tot de Planck staat en de lichtsnelheid slechts lineair. Enfin, tijd om het boek zelf ter hand te nemen!
maandag 27 oktober 2008
100.000 euro
straattheater
't Is ook nooit goed
Een klein maar mooi caravannetje staat op een plein en er langs lopen, druk pratend en gesticulerend, een kapitalist (hoge hoed, sigaar) en Wouter Bos (acteur met masker en PvdA op een armband). De kapitalist blijft staan om met de armen zijn betoog meer kracht bij te zetten, toevallig precies voor de caravan.
Kapitalist: Honderdduizend euro heb ik bij Icesave. Dat mag ik toch niet zomaar kwijt raken; daar moet je iets aan doen, Wouter Bos!
Bos: Tja, het is heel erg om je spaargeld te verliezen. Heb je nog wat geld achter de hand?
K: Haast niks; ik krijg dit jaar maar een paar ton bonus. Ik kom niet rond. Hoe moet ik het personeel van mijn villa betalen en de brandstof voor mijn drie autos en mijn jacht.
B: De regering probeert iedereen te helpen.
De mobiele telefoon van Bos rinkelt en hij neemt op.
B: Met de Minister...Oh, hallo Wellink. Tegen Publiek: St, ik heb de baas van de Nederlandsche Bank voor de telefoon..... Jawel meneer Wellink.......Zeker......Doe ik. Doei.
Bos bergt zijn telefoon op en zet een ministerssteek op.
B tegen K: Wees maar niet bezorgd; ik de Minister van Financieën garandeer honderdduizend euro spaargeld.
K klopt Bos op de schouder: Goed zo jongen, zo hoort het.
Onderwijl gaat het deurtje van de caravan open en Jan met ouderwetse platte pet kijkt rond, luistert en zegt: Ik heb geen spaargeld.
K: Wie geen spaargeld heeft krijgt ook geen rente.
K tegen B: Ik moet die honderdduizend euro spaargeld gauw terug hebben, want ik krijg nu geen 5,25% rente meer nadat ze op IJsland omgevallen zijn.
B: Komt in orde. De Staat der Nederlanden staat garant dat iedereen honderdduizend euro spaargeld terug krijgt, ongeacht bij wie en tegen welke rente gespaard is.
J tegen B: Nou, als u helpt is er misschien ook nog wel wat voor mij over. Hij wijst op zijn caravannetje: Kan ik best gebruiken voor een grotere behuizing.
K tegen J: Woont u in die caravan?
J: Ja, dat is goedkoper dan zo'n duur huurhuis.
K: Ik heb nog wel een woninkje te huur. Maar duizend euro per maand. Daar verdien ik haast niks op.
J: Nee dank je, het geld groeit me niet op mijn rug.
K tegen B: Kom, ik wil graag meteen mijn spaargeld terug.
B: Wordt aan gewerkt. We moeten solidair met elkaar zijn en samen zorgen dat spaarders niet gedupeerd worden.
B tegen J: U bent toch ook solidair?
J: Ik heb geen spaargeld.
B: Nee, maar de staat staat garant als u begrijpt wat ik bedoel. En de staat komt aan geld door middel van belasting.
J: Ik heb geen geld om belasting te betalen.
B: Als u geen belasting betaalt bent u niet solidair. Dat kunnen we niet hebben!
Een deurwaarder is opgekomen met opschrijfboek en verzegelspullen.
Deurwaarder: Als u niet meebetaalt moet ik helaas beslag leggen op uw caravan.
B en K knikken goedkeurend; wandelen daarna weg, nog druk in gesprek.
J tegen D: Ik heb geen geld om te betalen zodat spaarders hun geld terug krijgen.
D: Zo is de wet nu eenmaal.
Twee politieagenten komen op en trekken J uit zijn caravan. J verzet zich en geeft D die de deur van de caravan verder opentrekt een lichte klap: Afblijven!
De beide politieagenten samen, luidkeels op hoge toon tegen het publiek: Geweld tegen een ambtenaar in funktie!.
Ze boeien Jan met de ouderwetse pet en voeren hem af, terwijl D de caravan verzegelt en een biljet gerechtelijke verkoping opplakt.
Er klinkt muziek, liefst van boven, en een soprane zingt:
Zeg Jan met de pet,
ken jij niet de wet?
Solidair moet je zijn:
verzachten spaarders pijn.
Jij, voor een dubbeltje geboren
moet voelen als je niet wilt horen.
Oh, Wouter Bos, oh jofele vent,
wie rijk is jij verwent.
En 't mindre volk, vol kwaad en nijd
aan 't kortste eind het trekt.....altijd (giechelend).
Een mannenstem:
Hoera, leve de koningin
Hoera, leve de koningin en Wouter Bos
Hoera, leve de koningin en Wouter Bos en de PvdA.
't Is ook nooit goed
Een klein maar mooi caravannetje staat op een plein en er langs lopen, druk pratend en gesticulerend, een kapitalist (hoge hoed, sigaar) en Wouter Bos (acteur met masker en PvdA op een armband). De kapitalist blijft staan om met de armen zijn betoog meer kracht bij te zetten, toevallig precies voor de caravan.
Kapitalist: Honderdduizend euro heb ik bij Icesave. Dat mag ik toch niet zomaar kwijt raken; daar moet je iets aan doen, Wouter Bos!
Bos: Tja, het is heel erg om je spaargeld te verliezen. Heb je nog wat geld achter de hand?
K: Haast niks; ik krijg dit jaar maar een paar ton bonus. Ik kom niet rond. Hoe moet ik het personeel van mijn villa betalen en de brandstof voor mijn drie autos en mijn jacht.
B: De regering probeert iedereen te helpen.
De mobiele telefoon van Bos rinkelt en hij neemt op.
B: Met de Minister...Oh, hallo Wellink. Tegen Publiek: St, ik heb de baas van de Nederlandsche Bank voor de telefoon..... Jawel meneer Wellink.......Zeker......Doe ik. Doei.
Bos bergt zijn telefoon op en zet een ministerssteek op.
B tegen K: Wees maar niet bezorgd; ik de Minister van Financieën garandeer honderdduizend euro spaargeld.
K klopt Bos op de schouder: Goed zo jongen, zo hoort het.
Onderwijl gaat het deurtje van de caravan open en Jan met ouderwetse platte pet kijkt rond, luistert en zegt: Ik heb geen spaargeld.
K: Wie geen spaargeld heeft krijgt ook geen rente.
K tegen B: Ik moet die honderdduizend euro spaargeld gauw terug hebben, want ik krijg nu geen 5,25% rente meer nadat ze op IJsland omgevallen zijn.
B: Komt in orde. De Staat der Nederlanden staat garant dat iedereen honderdduizend euro spaargeld terug krijgt, ongeacht bij wie en tegen welke rente gespaard is.
J tegen B: Nou, als u helpt is er misschien ook nog wel wat voor mij over. Hij wijst op zijn caravannetje: Kan ik best gebruiken voor een grotere behuizing.
K tegen J: Woont u in die caravan?
J: Ja, dat is goedkoper dan zo'n duur huurhuis.
K: Ik heb nog wel een woninkje te huur. Maar duizend euro per maand. Daar verdien ik haast niks op.
J: Nee dank je, het geld groeit me niet op mijn rug.
K tegen B: Kom, ik wil graag meteen mijn spaargeld terug.
B: Wordt aan gewerkt. We moeten solidair met elkaar zijn en samen zorgen dat spaarders niet gedupeerd worden.
B tegen J: U bent toch ook solidair?
J: Ik heb geen spaargeld.
B: Nee, maar de staat staat garant als u begrijpt wat ik bedoel. En de staat komt aan geld door middel van belasting.
J: Ik heb geen geld om belasting te betalen.
B: Als u geen belasting betaalt bent u niet solidair. Dat kunnen we niet hebben!
Een deurwaarder is opgekomen met opschrijfboek en verzegelspullen.
Deurwaarder: Als u niet meebetaalt moet ik helaas beslag leggen op uw caravan.
B en K knikken goedkeurend; wandelen daarna weg, nog druk in gesprek.
J tegen D: Ik heb geen geld om te betalen zodat spaarders hun geld terug krijgen.
D: Zo is de wet nu eenmaal.
Twee politieagenten komen op en trekken J uit zijn caravan. J verzet zich en geeft D die de deur van de caravan verder opentrekt een lichte klap: Afblijven!
De beide politieagenten samen, luidkeels op hoge toon tegen het publiek: Geweld tegen een ambtenaar in funktie!.
Ze boeien Jan met de ouderwetse pet en voeren hem af, terwijl D de caravan verzegelt en een biljet gerechtelijke verkoping opplakt.
Er klinkt muziek, liefst van boven, en een soprane zingt:
Zeg Jan met de pet,
ken jij niet de wet?
Solidair moet je zijn:
verzachten spaarders pijn.
Jij, voor een dubbeltje geboren
moet voelen als je niet wilt horen.
Oh, Wouter Bos, oh jofele vent,
wie rijk is jij verwent.
En 't mindre volk, vol kwaad en nijd
aan 't kortste eind het trekt.....altijd (giechelend).
Een mannenstem:
Hoera, leve de koningin
Hoera, leve de koningin en Wouter Bos
Hoera, leve de koningin en Wouter Bos en de PvdA.
donderdag 9 oktober 2008
Thee en biefstuk
>Een oud, klein, mooi caravannetje (beschikbaar in stalling De Ganzenhoeve, Zeewolde) staat op de Dam of bij de Stopera; een geit, aangebonden, eet van een hangende ris spruitenstronken.
Een politieagent komt aangeslenterd, bekijkt een en ander van alle kanten, klopt op de deur van de caravan, daarna op een ruitje, tuurt naar binnen, krabt achter zijn oor, ziet de geit, neemt zijn opschrijfboekje.
De burgemeester, herkenbaar aan de ambtsketting, komt langs, blijft staan en blijkt onder een grote theemuts een theepot met bekertjes bij zich te hebben. Hij biedt de agent thee aan, klopt ook op de caravan, biedt het publiek thee aan.
Het deurtje van de caravan gaat open, een vrouwtje 65+ komt tevoorschijn en krijgt ook thee.
Burgemeester: Prettig u te ontmoeten; als 't u blieft, een lekkere kop thee.
Vrouwtje: Dank u wel, wat aardig van u.
Politieagent: Mevrouw, het is verboden om op de Dam/dit plein te kamperen.
Hij kijkt met een schuin oog naar B. Helaas moet ik u verbaliseren.
B: Wacht even, mevrouw kan misschien uitleggen hoe zij hier met haar caravannetje en haar geit verzeild geraakt is. Was het per ongeluk, mevrouw?
V: Ja en nee. Ik hoorde dat de gemeente Amsterdam kersttoeslag geeft aan arme mensen zoals ik. Daarom kwam ik hier.
B: Zeker geven wij kersttoeslag; wel vijftig euro.
P terzijde: Maar vijftig euro, dat is veel te weinig voor ambtenaren zoals ik; dat moet de vakbond weten.
V: Ha fijn, vijftig euro kan ik prima gebruiken.
B: Vast wel, wat gaat u er mee doen? Een cadeau kopen?
P terzijde: Een cadeautjè dan. Veel meer kan ze er niet mee doen.
V: Ja en nee, hoewel, 't is maar hoe je het noemt.
B: U maakt mij nieuwsgierig. mag ik weten als ik niet onbeleefd ben wat u ervoor gaat kopen?
V: Biefstuk.
B: Eh, pardon, ik heb u niet goed verstaan.
V: Biefstuk.
B: Biefstuk?
V: Sappig, mals rundvlees van eersteklas kwaliteit. Niks varken of kip van de bio-industrie. Dat eet ik niet, want het is tegen de Tien Geboden.
B: Tien Geboden? Terzijde; Wij maken er veel meer. Vèrboden dan.
V: De Tien Geboden kennen ook aan het vee sabbath toe; ontspannen rondscharrelen in een natuurlijke omgeving.
P terzijde: Dat moet ik onthouden; zomaar rondscharrelen. Daar zitten vast wel wat bonnen in. Die geit slinger ik dadelijk ook op de bon.
V: Scharrelen in een natuurlijke omgeving, niet opsluiten in de schuren van de bio-industrie zonder zon en regen van de Schepper.
B: Ahum, ziet u dat zo! U eet dus biefstuk.
V: Ik ben er dol op. Maar het is heel duur.
B: Wij van de gemeente eten het soms wel een paar keer per week.
V: En u hoeft dan niet in een caravan te wonen om er voor te sparen? U hebt voldoende geld om ook een huis te hebben!
B: Tja, wij werken hard en worden daarvoor beloond.
P terzijde: Thee schenken en kletsen.
P: Mag ik vragen: Ook bij de politie bestaat er animo om regelmatig biefstuk te eten.
B terzijde: Dat lukt vast beter als jij veel bonnen schrijft.
V: Ik verheug me al zo op de kerst met die lekkere biefstuk dank zij uw vijftig euro.
B: Lust u geen reebout.. Oh,pardon, laten we het niet over eten hebben. Ik bedoel waarom woont u in een caravan?
V: Ik moet kiezen of delen. Of een klein huisje, een kamer bij vreemde mensen misschien en daarin pinaren, of af en toe mijzelf verwennen met biefstuk; mmm zo lekker!
P: Gaat u uw geit terzijnertijd ook opeten?
V: Nee, die geeft melk, het lieve dier.
Een vakbondsleidster kwam aangelopen en heeft toegeluisterd. Ze draagt een shirt met opschrift Leve de vakbond.
Leidster: Goededag samen; ik hoor dat de minima onvoldoende inkomen hebben voor een huis.
B: Niet helemaal waar; mevrouw zegt zelf dat het kiezen is. Of het een of het ander.
L: Maar u hebt beide, beter gezegd van alles.
B en P: Wij ambtenaren werken daar hard voor.
P tegen L: Vijftig euro kerstgratificatie is voor ons veel te weinig.
L: Zeker is dat veel te weinig, bent u vakbondslid? Dan kunt u op ons rekenen. Wij van het vakbondsbestuur eisen minstens drieeneenhalf procent.
B: Dat is misschien niet teveel en niet te weinig. Even uitrekenen: driekommavijf procent van mijn salaris zal ongeveer vijfduizend euro zijn. Daar kan ik wel èn reebout èn wild zwijn van eten met bovendien een welverdiende vakantie in Amerika of Azie.
P: Drieeneenhalf percent erbij; dat zal niet veel aanzetten omdat de inflatie weinig lager is.
V: Dan ga ik er weer op achteruit.
B: Nee hoor, wij van de gemeente en de regering zorgen ervoor dat u er niet op achteruit gaat. Terzijde: Maar ook niet op vooruit. Ze hoeft toch niet elke dag biefstuk te eten?
V: Kijk meneer de burgemeester: vroeger was er geen bio-industrie en er was geen Zeeman-textiel gemaakt door Chinese meisjes voor te laag loon.
L: Uitbuiting, daar protesteren wij tegen.
V: Ik wil geen uitbuiting van dieren en niet van Chinese vrouwen. Daarom ben ik met de boodschappen duurder uit dan het mandje van het Centraal Bureau voor de Statistiek aangeeft.
B: Ach, wij eten toch bijna allemaal van de bio-industrie en goedkope textiel is een zegen als je geen hoog inkomen hebt. Terzijde: Zo komen de armoedzaaiers tenminste niet in onze PC Hoofdtstraat.
L: Wij doen er wat aan, ik bedoel aan loonsverhogingen. Als u geld overmaakt wordt u lid van de vakbond.
P: Dat ben ik al, maar waar blijft mijn promotie? De betere baantjes zijn toch voor de vakbondsleden?
L: Tuurlijk; die hebben zich het meest ingespannen en er zijn genoeg ongeschoolden voor schoonmaakwerk en zo.
B: Juist, wij scheppen banen voor hen. Grijnzend terzijde: Hoeven we zelf niet schoon te maken.
V peinzend: Baantjes als schoonmaker en parkwacht. Niet bezig de goeie banen beter te verdelen en iedereen ontplooiingskansen te geven.
B: Gelooft u mij, mevrouw, wij hebben het allemaal nauwkeurig wetenschappelijk onderzocht: Er zijn een heleboel mensen minder geschikt voor de betere banen. Dat is niet hun schuld hoor, en wij helpen hen met vijftig euro extra in de kersttijd.
V: Ha fijn, dan kan ik biefstuk eten.
L: Het is niet goed dat u alsmaar biefstuk eet. Dan blijft er te weinig over voor andere mensen.
V: Is dat juist, meneer de burgemeester?
B: Nou, het is nu eenmaal zo dat verschil er moet zijn. Sommige mensen hebben wellicht meer recht op biefstuk dan anderen. In de kerk nuttigen ze ook geen biefstuk.
P: Alleen maar een klein stukje brood.
V: Daarna gaat iedereen gauw naar huis om apart biefstuk of gehaktbal te eten.
B: Zo is de wereld nu eenmaal.
L: Wij gaan er wat aan doen. Iedereen evenveel loonsverhoging.
V: Voor iedereen evenveel biefstuk erbij?
L: Dat ziet u verkeerd. wij rekenen in procenten. Dat is eerlijk, want voor iedereen gelijk.
B: Zeer goed opgemerkt. Wie driemaal in de week biefstuk op zijn bord krijgt, liefst in verschillende goede restaurants (likt zich de lippen) heeft bij gelijke inkomenstoename recht op evenveel meer als wie 1 keer in de maand zo royaal dineert.
P: Waar hebben we het over. Over een grote biefstuk of een kleine?
L: Even cijferen: Per jaar zal dat een paar kilo respectievelijk een paar ons meer zijn voor de burgemeester en dat vrouwtje. Dat lijkt mij heel redelijk, want het is een gelijk percentage.
V: Nou, ik lust wel meer dan een paar ons in de kerstmaand.
B: Weest u toch blij. dat u in dit land woont en volop te eten hebt. Elders in de wereld lijden mensen vaak honger. Eigenlijk hoort u in een woning en dan moet de huurverhoging betaald worden. Veel biefstuk eten door mensen zoals u is niet goed voor de economie. De melk van uw geit is vast ook heel lekker. Terzijde: Kostelijke biefstuk verspillen aan zulke mensen (wijst op het vrouwtje) is niet in het belang van de gemeente. Agent, schrijf maar een bon wegens ongedisciplineerd wonen in een caravan zonder huur te betalen voor een woning. Mevrouw, ik kan u helpen aan een huurwoning. Die kunt u van mij huren, (Terzijde: de huren zijn hoog, hoera, kassa!) want zelf ontvang ik belastingaftrek op hypotheekrente en zo krijg ik geld vrij om arme mesnsen een woning te bezorgen.
P: Wat knap van de burgemeester. Zo krijgt hij extra inkomsten.
L: Wij van de vakbond zijn vóór huursubsidie.
B terzijde: Ik ook, kan ik meer huur vangen! Net als de rechters, parlementariers en andere rijken, die meer geld uit de schtkist krijgen dan nodig is voor levensonderhoud.
V: Wat moet ik nu; krijg ik die vijftig euro echt?
B: Dan moet u ingeschreven staan bij de gemeente. Dat kan alleen als u in een woning woont; niet in zo'n oud caravannetje.
V: Is het geen mooi ding, mijn caravannetje?
P: Het is verboden om langdurig in een caravan te verblijven. Ik ga u proces verbaal bezorgen.
L: Sluit u toch aan bij de vakbond. Als u contributie betaalt helpen wij u bij het vinden van een woning.
V: Ik houd van lekker eten, van biefstuk. Anderen houden van vakantie, geven geld uit aan autos; rijke mensen nemen een tweede huis.
B: Men kan niet alles hebben. U hoort te kiezen voor een huurwoning. Zo hoort het in dit land.
P terzijde: En de burgemeester en zijn klasse spekken. Tegen B: Zeer juist. Ik ben klaar om een bon te schrijven voor een hoge boete.
L: Ziet u wel, u krijgt een boete als u niet bij de vakbond bent die u kan helpen aan een woning. Waarom eet u met de kerst niet gewoon een heerlijk stukje kip of varkensvlees?
V het hoofd schuddend: Van de bio-industrie.
Een politie-takelwagen komt en sleept de caravan weg met daarin het vrouwtje die haastig haar geit naar binnen trekt. Ze roept nog: U deelt thee uit, maar de biefstuk houdt u voor uw eigen soort.
P: Probleem opgelost.
L zuchtend: Ja, probleem opgelost.
B: Nou, probleem opgelost? Ik had graag gezien dat het vrouwtje mijn huurwoning betrok. Dat is goed voor de economie.
P: Goed voor uw portemonnee bij deze hoge huren.
B: St, je hebt niets gezegd. Dit is een dienstbevel.
P: Tot uw orders. Tegen L: Kan er niet nog een procentje salarisverhoging bij?
L lachend: Of nog een heleboel procentjes. Je zou graag netzoveel verdienen als de burgemeester of als ik, hè?
P: Dat zou niet gek zijn. Kan ik elke dag biefstuk eten, in een mooi huis wonen en nog geld overhouden. Tegen publiek: En nog geld overhouden om arme mensen te helpen aan een huurhuis. Kassa!
Er komen twee jongeren op met een spandoek waarop de tekst:
Art 1 Verklaring van de rechten van de mens:
Ieder wordt geboren vrij en gelijk in rechten
Ze delen flyers uit met deze tekst en:
Hierbij hoort beslist een materiële component: ieder heeft recht op een eigen minimale plek om te wonen of te verblijven zonder dat anderen daar tegen zijn wil munt uit slaan. Het gaat hierbij niet over de bouwvakker die een reële prestatie levert maar betreft huisjesmelkers en aandeelhouders van hypotheekbanken.
Muziek en zang:
Thee, thee, thee, een godendrank
voor iedereen of arm of rijk of zwart of blank
Zo'n lekker kopje thee doet je goed;
het geeft ook weer wat levensmoed
als zorgen om het huis en eten
des Scheppers rijke gaven doen vergeten.
Kijk nou die geit, zo'n ijvrig beest
dat alles eet met smaak en dan haar melk ons geeft.
Tja, biefstuk da's een luxe maal
waar rijken mee gaan aan de haal.
Maar straks in 't hemelrijk met ieder aan dezelfde dis:
De needrige die zit vooraan, gewis.
Oh, plukster van de thee, wat doe je goed.
Door ons nog uitgebuit zorg jij voor laven zoet
van 't lichaam en de geest. Thee drinken is een feest.
Er wordt opnieuw thee uitgeschonken en uitgedeeld.
Gesproken tekst:
En die biefstuk? Biefstuk eten?
De betere banen delen dan lukt dat wel zonder je te overeten.
Ook het mindere werk verdelen over allen, dan lukt het wel.
Gezang en muziek:
Oh theestruik, godsgeschenk in de natuur;
zuiver lijf en geest, maak elk een goede buur.
Een politieagent komt aangeslenterd, bekijkt een en ander van alle kanten, klopt op de deur van de caravan, daarna op een ruitje, tuurt naar binnen, krabt achter zijn oor, ziet de geit, neemt zijn opschrijfboekje.
De burgemeester, herkenbaar aan de ambtsketting, komt langs, blijft staan en blijkt onder een grote theemuts een theepot met bekertjes bij zich te hebben. Hij biedt de agent thee aan, klopt ook op de caravan, biedt het publiek thee aan.
Het deurtje van de caravan gaat open, een vrouwtje 65+ komt tevoorschijn en krijgt ook thee.
Burgemeester: Prettig u te ontmoeten; als 't u blieft, een lekkere kop thee.
Vrouwtje: Dank u wel, wat aardig van u.
Politieagent: Mevrouw, het is verboden om op de Dam/dit plein te kamperen.
Hij kijkt met een schuin oog naar B. Helaas moet ik u verbaliseren.
B: Wacht even, mevrouw kan misschien uitleggen hoe zij hier met haar caravannetje en haar geit verzeild geraakt is. Was het per ongeluk, mevrouw?
V: Ja en nee. Ik hoorde dat de gemeente Amsterdam kersttoeslag geeft aan arme mensen zoals ik. Daarom kwam ik hier.
B: Zeker geven wij kersttoeslag; wel vijftig euro.
P terzijde: Maar vijftig euro, dat is veel te weinig voor ambtenaren zoals ik; dat moet de vakbond weten.
V: Ha fijn, vijftig euro kan ik prima gebruiken.
B: Vast wel, wat gaat u er mee doen? Een cadeau kopen?
P terzijde: Een cadeautjè dan. Veel meer kan ze er niet mee doen.
V: Ja en nee, hoewel, 't is maar hoe je het noemt.
B: U maakt mij nieuwsgierig. mag ik weten als ik niet onbeleefd ben wat u ervoor gaat kopen?
V: Biefstuk.
B: Eh, pardon, ik heb u niet goed verstaan.
V: Biefstuk.
B: Biefstuk?
V: Sappig, mals rundvlees van eersteklas kwaliteit. Niks varken of kip van de bio-industrie. Dat eet ik niet, want het is tegen de Tien Geboden.
B: Tien Geboden? Terzijde; Wij maken er veel meer. Vèrboden dan.
V: De Tien Geboden kennen ook aan het vee sabbath toe; ontspannen rondscharrelen in een natuurlijke omgeving.
P terzijde: Dat moet ik onthouden; zomaar rondscharrelen. Daar zitten vast wel wat bonnen in. Die geit slinger ik dadelijk ook op de bon.
V: Scharrelen in een natuurlijke omgeving, niet opsluiten in de schuren van de bio-industrie zonder zon en regen van de Schepper.
B: Ahum, ziet u dat zo! U eet dus biefstuk.
V: Ik ben er dol op. Maar het is heel duur.
B: Wij van de gemeente eten het soms wel een paar keer per week.
V: En u hoeft dan niet in een caravan te wonen om er voor te sparen? U hebt voldoende geld om ook een huis te hebben!
B: Tja, wij werken hard en worden daarvoor beloond.
P terzijde: Thee schenken en kletsen.
P: Mag ik vragen: Ook bij de politie bestaat er animo om regelmatig biefstuk te eten.
B terzijde: Dat lukt vast beter als jij veel bonnen schrijft.
V: Ik verheug me al zo op de kerst met die lekkere biefstuk dank zij uw vijftig euro.
B: Lust u geen reebout.. Oh,pardon, laten we het niet over eten hebben. Ik bedoel waarom woont u in een caravan?
V: Ik moet kiezen of delen. Of een klein huisje, een kamer bij vreemde mensen misschien en daarin pinaren, of af en toe mijzelf verwennen met biefstuk; mmm zo lekker!
P: Gaat u uw geit terzijnertijd ook opeten?
V: Nee, die geeft melk, het lieve dier.
Een vakbondsleidster kwam aangelopen en heeft toegeluisterd. Ze draagt een shirt met opschrift Leve de vakbond.
Leidster: Goededag samen; ik hoor dat de minima onvoldoende inkomen hebben voor een huis.
B: Niet helemaal waar; mevrouw zegt zelf dat het kiezen is. Of het een of het ander.
L: Maar u hebt beide, beter gezegd van alles.
B en P: Wij ambtenaren werken daar hard voor.
P tegen L: Vijftig euro kerstgratificatie is voor ons veel te weinig.
L: Zeker is dat veel te weinig, bent u vakbondslid? Dan kunt u op ons rekenen. Wij van het vakbondsbestuur eisen minstens drieeneenhalf procent.
B: Dat is misschien niet teveel en niet te weinig. Even uitrekenen: driekommavijf procent van mijn salaris zal ongeveer vijfduizend euro zijn. Daar kan ik wel èn reebout èn wild zwijn van eten met bovendien een welverdiende vakantie in Amerika of Azie.
P: Drieeneenhalf percent erbij; dat zal niet veel aanzetten omdat de inflatie weinig lager is.
V: Dan ga ik er weer op achteruit.
B: Nee hoor, wij van de gemeente en de regering zorgen ervoor dat u er niet op achteruit gaat. Terzijde: Maar ook niet op vooruit. Ze hoeft toch niet elke dag biefstuk te eten?
V: Kijk meneer de burgemeester: vroeger was er geen bio-industrie en er was geen Zeeman-textiel gemaakt door Chinese meisjes voor te laag loon.
L: Uitbuiting, daar protesteren wij tegen.
V: Ik wil geen uitbuiting van dieren en niet van Chinese vrouwen. Daarom ben ik met de boodschappen duurder uit dan het mandje van het Centraal Bureau voor de Statistiek aangeeft.
B: Ach, wij eten toch bijna allemaal van de bio-industrie en goedkope textiel is een zegen als je geen hoog inkomen hebt. Terzijde: Zo komen de armoedzaaiers tenminste niet in onze PC Hoofdtstraat.
L: Wij doen er wat aan, ik bedoel aan loonsverhogingen. Als u geld overmaakt wordt u lid van de vakbond.
P: Dat ben ik al, maar waar blijft mijn promotie? De betere baantjes zijn toch voor de vakbondsleden?
L: Tuurlijk; die hebben zich het meest ingespannen en er zijn genoeg ongeschoolden voor schoonmaakwerk en zo.
B: Juist, wij scheppen banen voor hen. Grijnzend terzijde: Hoeven we zelf niet schoon te maken.
V peinzend: Baantjes als schoonmaker en parkwacht. Niet bezig de goeie banen beter te verdelen en iedereen ontplooiingskansen te geven.
B: Gelooft u mij, mevrouw, wij hebben het allemaal nauwkeurig wetenschappelijk onderzocht: Er zijn een heleboel mensen minder geschikt voor de betere banen. Dat is niet hun schuld hoor, en wij helpen hen met vijftig euro extra in de kersttijd.
V: Ha fijn, dan kan ik biefstuk eten.
L: Het is niet goed dat u alsmaar biefstuk eet. Dan blijft er te weinig over voor andere mensen.
V: Is dat juist, meneer de burgemeester?
B: Nou, het is nu eenmaal zo dat verschil er moet zijn. Sommige mensen hebben wellicht meer recht op biefstuk dan anderen. In de kerk nuttigen ze ook geen biefstuk.
P: Alleen maar een klein stukje brood.
V: Daarna gaat iedereen gauw naar huis om apart biefstuk of gehaktbal te eten.
B: Zo is de wereld nu eenmaal.
L: Wij gaan er wat aan doen. Iedereen evenveel loonsverhoging.
V: Voor iedereen evenveel biefstuk erbij?
L: Dat ziet u verkeerd. wij rekenen in procenten. Dat is eerlijk, want voor iedereen gelijk.
B: Zeer goed opgemerkt. Wie driemaal in de week biefstuk op zijn bord krijgt, liefst in verschillende goede restaurants (likt zich de lippen) heeft bij gelijke inkomenstoename recht op evenveel meer als wie 1 keer in de maand zo royaal dineert.
P: Waar hebben we het over. Over een grote biefstuk of een kleine?
L: Even cijferen: Per jaar zal dat een paar kilo respectievelijk een paar ons meer zijn voor de burgemeester en dat vrouwtje. Dat lijkt mij heel redelijk, want het is een gelijk percentage.
V: Nou, ik lust wel meer dan een paar ons in de kerstmaand.
B: Weest u toch blij. dat u in dit land woont en volop te eten hebt. Elders in de wereld lijden mensen vaak honger. Eigenlijk hoort u in een woning en dan moet de huurverhoging betaald worden. Veel biefstuk eten door mensen zoals u is niet goed voor de economie. De melk van uw geit is vast ook heel lekker. Terzijde: Kostelijke biefstuk verspillen aan zulke mensen (wijst op het vrouwtje) is niet in het belang van de gemeente. Agent, schrijf maar een bon wegens ongedisciplineerd wonen in een caravan zonder huur te betalen voor een woning. Mevrouw, ik kan u helpen aan een huurwoning. Die kunt u van mij huren, (Terzijde: de huren zijn hoog, hoera, kassa!) want zelf ontvang ik belastingaftrek op hypotheekrente en zo krijg ik geld vrij om arme mesnsen een woning te bezorgen.
P: Wat knap van de burgemeester. Zo krijgt hij extra inkomsten.
L: Wij van de vakbond zijn vóór huursubsidie.
B terzijde: Ik ook, kan ik meer huur vangen! Net als de rechters, parlementariers en andere rijken, die meer geld uit de schtkist krijgen dan nodig is voor levensonderhoud.
V: Wat moet ik nu; krijg ik die vijftig euro echt?
B: Dan moet u ingeschreven staan bij de gemeente. Dat kan alleen als u in een woning woont; niet in zo'n oud caravannetje.
V: Is het geen mooi ding, mijn caravannetje?
P: Het is verboden om langdurig in een caravan te verblijven. Ik ga u proces verbaal bezorgen.
L: Sluit u toch aan bij de vakbond. Als u contributie betaalt helpen wij u bij het vinden van een woning.
V: Ik houd van lekker eten, van biefstuk. Anderen houden van vakantie, geven geld uit aan autos; rijke mensen nemen een tweede huis.
B: Men kan niet alles hebben. U hoort te kiezen voor een huurwoning. Zo hoort het in dit land.
P terzijde: En de burgemeester en zijn klasse spekken. Tegen B: Zeer juist. Ik ben klaar om een bon te schrijven voor een hoge boete.
L: Ziet u wel, u krijgt een boete als u niet bij de vakbond bent die u kan helpen aan een woning. Waarom eet u met de kerst niet gewoon een heerlijk stukje kip of varkensvlees?
V het hoofd schuddend: Van de bio-industrie.
Een politie-takelwagen komt en sleept de caravan weg met daarin het vrouwtje die haastig haar geit naar binnen trekt. Ze roept nog: U deelt thee uit, maar de biefstuk houdt u voor uw eigen soort.
P: Probleem opgelost.
L zuchtend: Ja, probleem opgelost.
B: Nou, probleem opgelost? Ik had graag gezien dat het vrouwtje mijn huurwoning betrok. Dat is goed voor de economie.
P: Goed voor uw portemonnee bij deze hoge huren.
B: St, je hebt niets gezegd. Dit is een dienstbevel.
P: Tot uw orders. Tegen L: Kan er niet nog een procentje salarisverhoging bij?
L lachend: Of nog een heleboel procentjes. Je zou graag netzoveel verdienen als de burgemeester of als ik, hè?
P: Dat zou niet gek zijn. Kan ik elke dag biefstuk eten, in een mooi huis wonen en nog geld overhouden. Tegen publiek: En nog geld overhouden om arme mensen te helpen aan een huurhuis. Kassa!
Er komen twee jongeren op met een spandoek waarop de tekst:
Art 1 Verklaring van de rechten van de mens:
Ieder wordt geboren vrij en gelijk in rechten
Ze delen flyers uit met deze tekst en:
Hierbij hoort beslist een materiële component: ieder heeft recht op een eigen minimale plek om te wonen of te verblijven zonder dat anderen daar tegen zijn wil munt uit slaan. Het gaat hierbij niet over de bouwvakker die een reële prestatie levert maar betreft huisjesmelkers en aandeelhouders van hypotheekbanken.
Muziek en zang:
Thee, thee, thee, een godendrank
voor iedereen of arm of rijk of zwart of blank
Zo'n lekker kopje thee doet je goed;
het geeft ook weer wat levensmoed
als zorgen om het huis en eten
des Scheppers rijke gaven doen vergeten.
Kijk nou die geit, zo'n ijvrig beest
dat alles eet met smaak en dan haar melk ons geeft.
Tja, biefstuk da's een luxe maal
waar rijken mee gaan aan de haal.
Maar straks in 't hemelrijk met ieder aan dezelfde dis:
De needrige die zit vooraan, gewis.
Oh, plukster van de thee, wat doe je goed.
Door ons nog uitgebuit zorg jij voor laven zoet
van 't lichaam en de geest. Thee drinken is een feest.
Er wordt opnieuw thee uitgeschonken en uitgedeeld.
Gesproken tekst:
En die biefstuk? Biefstuk eten?
De betere banen delen dan lukt dat wel zonder je te overeten.
Ook het mindere werk verdelen over allen, dan lukt het wel.
Gezang en muziek:
Oh theestruik, godsgeschenk in de natuur;
zuiver lijf en geest, maak elk een goede buur.
maandag 29 september 2008
the financial crisis
There is a better solution for the present financial crisis than put forward by the Bush government and as mr Obama wants a change in the politics of Washington he may consider it:
Strangely at first sight this other solution is connected to art 1 of the UNO declaration on human rights "everybody is born free and with equal rights". In several religions this basic equality was expressed by saying that all descent from Adam. But the Bible adds also material components and thus art 1 may be enlarged by formulating that everybody has a right to possess a minimal place for staying or dwelling without others drawing money from it against his wanting or willing. This does not regard the carpenter who offers a real contribution but concerns moneylenders and profiteurs.
So the Federal Government should act by providing means to realize the mentioned material right, which can consist of lending to every houshold with a mortgage a sum of about fifty thousand dollars without taking interest for this except compensation for inflation. This money then has to be used for reducing the mortgage.
As a consequence those households will have a smaller burden and become able again to pay annually their lessened mortgages, while moneylenders like banks and other commercial companies will get an inflow of money that helps them survive. The crisis thus disappears.
One might think that it is not honest to provide only people with mortgages a sum of fifty thousand dollars from the Treasury. That is correct and to solve this problem I propose that everybody who wants to move to another house for improving circumstances of living will be allowed to receive the mentioned, interest free sum. Then remains a category that does not want to move because the inhabitants have a nice or even splendid home. Well, being very content wit it has a value that may balance helping others by the state when the latter were less lucky.
The aim of the suggested solution is to master the financial crisis without the taxpayers in the lower income categories suffering in their wallets. Also from America a very good example will spread over the world if the principle is accepted that every citizen has material rights connected to his or her existence as a free human being.
The Bible gives Ten Commandments which include sabbath for the animals under human controll, say for these strolling around at leisure in a natural environment instead of being locked up in the sheds of bio-industry without glimpse of the Creator's sun and rain, making Him angry. Therefore rules can be added when providing money from the Treasury like:
Every animal under human controll will have sufficient natural space to run, fly or swim for at least three seconds;
Near every artificially hardened surface, whether yard, street or roof (on a building) high growing trees have to be planted in order to compensate Nature for the loss of fertile ground.
Abonneren op:
Posts (Atom)