maandag 23 maart 2009

ewa

In Westeuropa vond vroeger het rechtspreken plaats op een ding, een soort volksvergadering. Men zocht voor conflicten redelijke oplossingen, die duurzaam stand zouden houden. Het woord eeuw is afkomstig van zulk ewa recht. Indertijd had men geen geschreven teksten en daarom kon iets best strafbaar zijn hoewel het niet in een wet omschreven was. Oudere mensen herinnerden zich de afloop van vroegere rechtsgedingen en speelden daarom een belangrijke rol.

Het romeinse recht, dat in de westerse wereld momenteel domineert, wordt gemaakt door een elite en die zal zichzelf niet tekort doen. Dikwijls wordt getracht om zich te bevoordelen en daartoe helpt ruime beschikking over geld en meer dan evenredige zeggenschap. Heb je die dan is het prettig om zoveel mogelijk en ongestoord je gang te kunnen gaan, want je vermag meer dan vele concurrenten.
Vandaar dat in dit systeem niets strafbaar is tenzij in het verleden kwalijke gevolgen bleken en er op het papier van het wetboek in vervolging en straf voorzien wordt.
Omdat aldus geschreven tekst uiterst belangrijk wordt mag vaak een enkele persoon die goed kan lezen als rechter funktionneren. Natuurlijk behoort hij wel eerlijk te zijn en moet zich houden aan de eed of belofte van getrouwheid. De rechter verkeert volgens de alom gepropageerde ordening van Montesquieu in een onafhankelijke positie naast de wetgevende en de uitvoerende machten. In de practijk volgt hij niet zelden onder loslaten van die onpartijdige onafhankelijkheid de regering, temeer om dan zelf ook van begunstiging te profiteren.

In het dierenrijk heerst bestendige harmonie wat betreft de instandhouding van soorten indien de mens afwezig is. Als medeschepselen hebben zij recht op plek naast de mens die zich over de Aardbol verspreidde. Om goed tot hun aard te komen blijken er evenwel beperkingen voor ons mensen noodzakelijk. Dit geldt ook ten aanzien van de planten. Eenvoudige regels helpen hierbij op de goede weg:
Elk dier onder controle van de mens zal beschikken over voldoende natuurlijke buitenruimte om tenminste drie seconden achtereen voluit te rennen, vliegen of zwemmen.
Bij kunstmatig verhard oppervlak, hetzij erf, straat of dak boven gebouwen zal hoog opgaand geboomte aangeplant worden ter compensatie van voor de Natuur verloren gegane vruchtbare aarde.
Elk dier zal zijn natuurlijke gang gaan.
Gebruik van vergif is verboden tenzij er door bevoegde rechters overmatige agressieve activiteit vastgesteld wordt.
Het Amazone-oerwoud, het Noordpool-gebied, delen van de Noordamerikaanse prairie, van oostelijk Siberie, de Himalaya, de Sahara, binnen-Borneo en het Dreamland der Aboriginals zullen losgemaakt worden van staten en mensenvrij, behoudens stammen van inboorlingen, onder internationale controle gebracht worden gelijk Antarctica ten behoeve van wilde flora en fauna.
Grenslijnen tussen staten kunnen veranderen in mensenvrije grenszones, met bijvoorbeeld de beer weer heer op de Golan en de leeuw brullend in de Sinai.
In dichtbevolkte streken zoals Nederland hebben de mensen bijna alle grond in gebruik genomen voor zeer opgeschroefde behoeften, zodat er weinig resteert voor een gezond dierenrijk. Dit moet veranderen en kan geschieden door de boeren te verplichten om een tiende van de akkers te bebouwen voor het wild, de honden die kleine dieren opjagen of aanvallen in de omgeving van de woningen te houden en niet daarbuiten, kunstmatige hindernissen zoals asfaltdijken tussen verschillende milieus te vervangen door overgangszones en zich met handel en wandel te concentreren in stedelijke gebieden en compacte dorpen.
Hierover is een ding bijeen te roepen, dat vervolgens per referendum voorstellen doet, waarna een ondergeschikt parlement zorg draagt voor uitwerking en dagelijkse controle op de gang van zaken.
Daarna komen de verhoudingen tussen de mensen onderling aan de orde.

zaterdag 7 februari 2009

straattoneel


                 carriere/derriere/barriere
 
Een piepklein caravannetje (beschikbaar uit stalling De Ganzenhoeve te Zeewolde) staat tegen het hek op het bordes voor de hoofdingang van de Vrije Universiteit. Er boven is een spandoek bevestigd met daarop de tekst: zoek eerst het rijk der hemelen. Op de stoep spelen straatmuzikanten (er zijn hele goeie in Amsterdam te vinden) een soort marsmuziek.
Acht heren in een blauw sollicitatiepak, maar met rode stropdas, paraderen in een revue a la Folies, zingend:
 
WIJ....jongens van het flinke wanten
vormen de recruiters nieuwe klanten
We hebben zin en willen werk
solo: Voor welk bedrijf maak ik me sterk? En ik? En ik? En ik?
DAAR....waar je maakt carriere;
laat de rest achter je derriere
 
Een meisje komt op, gekleed in grijs streepjes-mantelpak van passend korte afmetingen om met beweging het woord derriere te benadrukken. Ze maakt grote stappen met sprongen ook en zwaait driftig met een aktentas:
 
Ahoy, carrieredagen!
Talenten gaan ze vragen
Wie wil er niet op wagen
dat z'n netwerkje zal slagen?
 
Uit de caravan komt iemand met een grote Bijbel in zijn handen en roept:
Netwerken is achterdeurtjes aflopen. We kunnen er toch wel zonder?
Hij verdwijnt weer in de caravan.
 
De heren staan in een kring en zingen op lage toon:
Hum, hum, hum.
Nou ja, lik af en toe een reet
dan ben je binnen voor je 't weet.
Zo krijg je concurrenten beet
en laat op 't lager volk een scheet.
 
Acht meisjes dansen een revue:
Met een mooie derriere maak je carriere.
Ze dansen in optocht:
Achter dikke derrieres maakt men vlotte carrieres.
Ze vormen samen zittende houding als van een enorme persoon:
Een goeie carriere leidt tot een grote derriere.
 
De iemand in de caravan doet het deurtje open en roept:
Pas toch op voor dikkonten die gewone mensen hinderen.
 
De meisjes dansen weer de revu:
Met een appetijtelijke derriere maak je vast en zeker carriere.
 
Een jongen, een van de acht heren, rent naar voren en beweegt ook mee met de revu, het achterpand van zijn jas optillend.
Een andere heer roept wijzend: Kijk, een ho-, ho-, hoger opgeleide.
De overige heren in koor: Dat zullen sommige bazen wel ideaal vinden!
 
Uit het caravannetje komt de iemand even te voorschijn en wijst op het spandoek.
 
Koor van alle jongens en meisjes:
Opzij. Opzij. Opzij.
Geen barriere voor mijn carriere.
Opzij. Opzij. Opzij voor mij.
'k Heb honger naar een goeie baan;
bij kaarslicht eten ook voortaan.
 
Persoon uit caravan: Aan een tafeltje in een luxe, duur restaurant, elke dag en de anderen naar de gaarkeuken of naar de voedselbank? Komt, eet en drinkt waar 't is vrij. De Heer der wereld maakt je blij en nodigt tot Zijn maal. Of rijk of arm, of lief of stout, sportief of met een kwaal: aan 1 tafel, aan dezelfde tafel allemaal! 
 
De jongens en meisjes:
Opzij. Opzij. Opzij, wij willen zijn volkomen vrij. Wat and'ren eten, wat min zij krijgen deert ons niet. Voor ons een toppositie in 't verschiet. Met stev'ge derriere na geslaagde carriere. Ze wijzen op het spandoek: De hemel, ach; 't pensioen daar ons nog niet te boeien mag. Opzij. Opzij. Opzij, voor onze carriere asjeblieft geen barriere. Wij zijn toch vrij?! Dus: Opzij, opzij, opzij! Ze trekken de caravan weg. Een reusachtig blauw gebodsbord met witte pijl (zoals in het verkeer) wordt zichtbaar. Op de pijl staat in duidelijke schuine letters Zuidas. Als ze klaar zijn:
Wij willen onze carriere
niet verruilen voor misere
van karig brood
en liever als despoot
de wereld schikken naar onz' hand;
schoon Eva is gestrand.
 
Zo juicht ons lijf, onz' buik en ook de derriere;
't verstand moet bukken als onnoozle stagiaire.
"Het pakken" is onz' oprecht' moraal;
wie daaraan komt stuit wis op staal.
Onze grote dictionnaire
bevat slechts carr- en derriere.
 
            Cary your derriere; dans de heel affaire
            Als 't stinkt je een borrel drinkt.
 
Uit het deurtje van de caravan:
Wat betreft melk en honing.....
 
De groep:
Zwijg stil, jij bent een nil.
Blijf jij maar hier parterre, wij maken carriere!
Wij stijgen naar de top;
terzijde: hoewel bij Eva 't werd een flop.
En plukken al het aardse
totdat het is ....   op.
 
Het volgende is strikt geheim en daarom gecryptiseerd: *.tstaalpguret keodnaps tem navarac ed eid tad thcawrev keilbup teh nav tdrow nerereggus et fo neggez et stei rednoZ
 
*Gebeurt het niet dan valt er nog wel aan het onderwijs op de VU te verbeteren.
 
                                                   .
(Sommige leestekens worden door het gebruikte keyboard geweigerd)
 

dinsdag 3 februari 2009

straattheater Q


        Quilcsalkmot
 
Een caravannetje waarvoor een jonge vrouw in zomerse kledij zit.
Quilcsalkmot komt aanzetten met gebogen gang als van een dier. Hij draagt bontjas, -muts en -wanten.
Q: Br wat is het koud hier. Terzijde: Ik ben warmer gewend. Brrr, foei, nog geen 30 graden denk ik. Brrr.
Hij ziet het caravannetje, sluipt naderbij, loert.
Q: Daar is wellicht werk voor mij. Hoe zal ik mij voordoen?
Hij verandert in net pak dragend. De muts afzettend worden er twee horens zichtbaar. Die bedekt hij met een zwarte hoed.
Q: Goede middag, mevrouwtje. Mooi warm weertje he? Hij rilt.
V glimlachend: Daag.
Q: Leuk caravannetje hebt u.
V: Voor de vakantie. Ik bedoel: Mijn huis heb ik verhuurd aan vakantiegangers. Zo verdien ik een beetje bij.
Q: Uw man werkt niet?
V: Die is overleden aan kinderverlamming.
Q: Ach, mijn deelname. Hij peinst, krabt zich achter het oor en terzijde: Heb ik die nou wel of niet bij ons in het vuur?
V staat op en kijkt de weg af.
Q slaat gade en vraagt: Ziet u iets, eh wat u behaagt?
V: Nee, of beter nog niet. Ziet u, mijn kind komt dadelijk van school en ik ben een beetje ongerust. Er schijnt polio de ronde te doen en dat is erg besmettelijk.
Q: Is het niet ingeent?
V: Nee, onze dominee zei dat het niet mag.
Q: Van wie niet?
V: Van God niet. Bij het woordje God krimpt Q telkens ineen.
Q: Oei! Hij denkt na, loopt heen en weer. Meent een antwoord gevonden te hebben, bedenkt zich. Tenslotte terzijde:Die "voorganger" zal wel door de andere dominees weggejaagd worden. Gelukkig is het nog niet zover.
Q: De dominee heeft vast gelijk. Terzijde: Een kind erbij in ons gezellige (hij grijnst) vuur is altijd welkom. Zo'n kleintje mag liefst niet de andere kant op naar de hemel. Dat moet ik voorkomen. En nu al een rot leven voor zo'n schepsel is mooi meegenomen.
Q listig: Als u bidt dat uw kind geen polio krijgt zal het vast niet gebeuren. Stenen kunnen toch ook brood worden?
V: Ja maar, je mag God (Q krimpt ineen) niet verzoeken.
Q: Och kom. Die vangt de mensenkinderen toch ook op als zij vallen!?
V: Ja maar, zoiets uitlokken. Ik moet er niet aan denken.
Q: Tja, misschien kan ik u helpen. Ik ben van de verzekering, ziet u? Als u even tekent, met een druppeltje bloed graag; het prikje doet helemaal geen pijn.
V: Ja maar, ze aarzelt, dan nadrukkelijker: hoor ik het goed? U wilt mijn bloed?
Q: Och, een klein druppeltje maar. Ik garandeer u dat er dan optimaal voor uw kind gezorgd zal worden. Terzijde, grijnzend: Sommigen geloven me nog ook.
Een druppeltje maar en ik persoonlijk zorg ervoor dat jouw kind en jij in het mooiste huis van de buurt zullen komen wonen. Die ouwe caravan is toch veel te klein. Jullie verdienen beter, een prachtige villa.
Terzijde: Maar dat kan natuurlijk wel afbranden. Of instorten. Misschien kan ik een windhoos regelen. Iemand nog een tip voor me?
Een kind komt aanrennen. De vrouw vangt het op in haar armen. Het kind huilt. Ze vraagt wat er aan schort.
K: Mama, ze willen ons op school komen prikken. Dat doet vast heel veel pijn.
V: Prikken?
Q: Prikken?
V: Waarvoor prikken. Ze willen toch geen bloed van je?
Q terzijde, ongerust: Concurrentie?
K: Nee, mam, maar het bloedt misschien wel. Voegt er rustiger aan toe: Een beetje misschien, heel misschien een ietsje. Het kind maakt zich vrij van de moeder en wordt weer de oude, vrolijk.
V: Waarom willen ze jou prikken, lieverd?
K: Tegen de polio. Anders wordt ik misschien misvormd.
Q: Dat valt best mee hoor, misvorming. Het staat helemaal niet lelijk en het vormt geen enkel beletsel om bij ons te komen.
V: Bij U? Waar komt u vandaan? Terzijde: Is het daar wel pluis?
Q doet verontwaardigd: Nou bij ons in  huis.....is het lekker warm. (Terzijde: om niet te zeggen heet, gloeiend, verstikkend heet) en iedereen kan net zo vaak en net zo diep geprikt worden, haha, als hij maar wil (terzijde: En ook als hij niet wil). Daar sta ik garant voor.
V: Wie bent u?
 
Muziek van straatmuzikanten:
Q zingt:
              Mijn naam is Quilczalkmot 
              of Czalkmotquil
              Bij ons geldt geen gebod;
              een tang maakt stil!
              Als 't volkje krijst en smeekt
              geen meelij ons doorweekt.
 
V zingt:    Mijn kind, jouw Maker heb ik lief
              'k bescherm je voor de dief.
              Nu aangereikt de spuit!
              Behoudt mijn kleine guit.
              Het prikje doet geen zeer,
              verblijdt de Lieve Heer!
 
Q:   Ach, 'k wil zo graag dat vrouwtje
      binden aan mijn touwtje
      en leiden naar de hel.
V:   De duivel is heel fel:
      Met valse hulp vermomd
      uit duisternis hij komt.

Q, hoofdschuddend:  
      'k Zal zinken naar benee;
      daar is mijn vaste stee.
      Dit rondgaan is mislukt.
V:   De hemel prijs en lof
      want 't serum is zeer tof,
      voorkomt rakend gebukt.
Q:   'k Mot afzien nu alweer
      van wat ik zo begeer:
      voor mensen groot ellende.
V:   Oh dokters, welkom nog;
      uw zorg is dienend toch;
      tot hulp zich ieder wende!

De muziek stopt.
Q schreeuwend: Wat ben IK? Ik ben ego. Wat kan mij de gezondheid van zo'n kind schelen. Als een kalf in de put valt moet het daar zelf maar weer uit zien te komen. Zeker 's zondags. Hij loopt weg.
De straatmuzikanten spelen de psalm "Looft de Heer want Hij is goed; looft Hem met een blij gemoed" en de vrouw met haar kind maken op de muziek een dansje.
Iedereen kan meedansen.
 
Dit straattheater bedoelt bij te dragen aan de campagne voor inenting tegen polio.                                                           
In de optiek van het stuk wordt naast fysieke ook geestelijke evolutie onderkend. Van Boven komt verspreiding van lief en leed zodat de mens geen zombie wordt maar door schade en schande wijzer zich richt op ontwikkeling, inhoudend ook het zoeken van God. En zo nodig van zijn helpertjes zoals dokters.



maandag 19 januari 2009

Yanchilin versus Einstein



    
 
     Kernvraag is wie er gelijk heeft: Einstein die meende dat licht nabij massa vertraagt, hetgeen in extremo het bestaan van zwarte gaten mogelijk zou maken, of Yanchilin die tot de conclusie komt dat het tegenovergestelde waar is.
Licht van Mercurius dat vlak langs de zon passeert wordt afgebogen naar het grote hemellichaam toe.
 
Het algemeen aanvaarde principe van Fermat stelt dat licht de in tijd gemeten kortste weg volgt.
 
Langs de zon zou de baan van een foton niet recht maar vanaf de zon bezien volgens de theorie van Einstein hyperbolisch moeten verlopen omdat de tijd dichter bij de zon trager tempo heeft en de duur van een gebeurtenis, het afleggen van het traject, toeneemt.
Is het juist wat Yanchilin beargumenteert, namelijk dat verder van de zon de tijd langzamer verloopt, dan zal het licht daar passeren. In zijn boek verduidelijkt Yanchilin een en ander als volgt: Stel dat het passerend deeltje radio-actief is en na tien seconden eigen tijd uiteenvalt. Dichter langs de zon gaande zou het volgens de oude theorie nooit aankomen omdat er al tien seconden eigen tijd verstreken zullen zijn voordat het hele traject afgelegd is.
Was er op Aarde geen dampkring met varierende brekingsindex dan zou je eens moeten waarnemen of de zon eerder of later ondergaat dan uit de baan van de Aarde berekend wordt.

Voorts mag er in de berekening van de verandering der baan van licht nabij massa volgens Yanchilin niet over het hoofd gezien worden dat er ook sprake is van verandering der "interne energie".

Ondermeer voor geologen is de nieuwe theorie van groot belang, want Yanchilin komt tot de conclusie dat in het verleden de radii van atomen kleiner waren, hetgeen bestaan van trans-uranium elementen mogelijk maakte. Zirkonen dienen wegens het radio-actief verval van ingesloten deeltjes vaak als gids voor tijdsbepaling. Die zal bijgesteld moeten worden als Yanchilin gelijk heeft. Ook tektoniek kan dan mogelijk beter verklaard worden en denk hierbij eens aan de aangroei van de oceaanbodems met mogelijke rotatie van de Britse eilanden tot gevolg alsmede verwijding van de Noordzeeslenk, opheffing van de Ardennen en met het Amsterdamse misschien ongeveer op het draaipunt. Zodat hier gevaar van aardbevingen, niet waargenomen in de laatste duizend jaar, klein zal zijn?

straattheater 7 euro


           
 
                         
                   of havermout en rijst

Een heel klein caravannetje op een stukje plantsoengras in een villabuurt zoals het Museumplein.
Voor het deurtje staat een stoel.
Er komt een bankdirecteur, met dikke sigaar en aktetas, langs wandelen. Hij blijft staan en bekijkt de caravan alsook de omgeving. Dan klopt hij aan en een oud mannetje doet open.
 
B: Goedendag, bent u eigenaar van dit caravannetje?
Oude man: Eigenaar? Deze caravan is van mij.
B: Ik wil het ding kopen, hoeveel wilt u er voor hebben?
O: Kopen? Jij wilt mijn caravannetje kopen? Die is niet te koop.
B: Kom, ik bied u een goede prijs. Zegt u maar hoeveel.
O: Nog voor geen tienduizend gulden verkoop ik mijn caravannetje. Ik woon erin.
B: Kom, ik bied u honderd euro. Dat is een redelijke prijs voor zo' n oud ding. Ik zoek namelijk onderdak voor mijn hond. Die krijgt jongen en dan is het oude hondehok te klein. Dit caravannetje is precies wat ik mijn hond graag gun.
O: En ik dan? Ik woon hier toch?
B: Heeft u geen huis? U kunt toch geld voor een woning bij de bank lenen? Ik ben bankier. Een lening bij ons is niet duur, maar elf procent rente op persoonlijke lening of doorlopend krediet.
 
De minister van Financieen, met steekhoed, komt langs.
 
B: Ach, minister goed dat ik u zie. Legt u, minister van financieen, deze oude man toch eens uit dat hij zich niet zo dwars moet opstelllen. Ik heb dit caravannetje nodig om mijn hond van goede huisvesting te voorzien.
M: Zo...dan kan hij het toch aan u verkopen? Tegen O: Deze heer wil graag uw caravan kopen.
O: Ik woon in mijn caravan. Ik heb die nodig om te wonen.
M: Heeft u geen huis? Er zijn ook voor u goede stenen woningen.
O: Die kan ik niet betalen van mijn AOW.
B: De AOW is toch net weer verhoogd?
M: Ja, met zeven euro.
B: Met zeven euro; da' s niet mis. Daar kun je wel 25 pakken havermout voor kopen.
O: Ik eet geen havermout, althans weinig. Ik ga meer rijst eten.
B en M: Rijst? Hoezo?
O: Nou ik wil een reis maken naar Indonesie, eindelijk naar de tropen, naar dat mooie land waar ze heel veel rijst eten.
M: Naar Indonesie? Dat kan toch niet van uw AOW?
B: Onmogelijk, de laatste keer dat ik naar Indonesie ging kostte een ticket 10.000 euro.
O: Ja, in de business class, maar daar reis ik niet in. Ik heb geen zaak die voor mij betaalt.

B: U kunt ook hier in eigen land rijst eten. Dat halen wij heel goedkoop uit de Derde Wereld.
M: De AOW is bedoeld als minimumvoorziening, niet voor luxe. Waar haalt u het geld vandaan?
O: Ik betaal geen hoge huur voor een goede woning. Ik woon in deze caravan.
M: U staat met uw caravan op openbaar groen, grond van de gemeente, dat mag niet.
B: Nee, dat mag niet, u mag hier niet wonen. Dit is grond van de gemeenschap. Verkoopt u nou maar het caravannetje zodat mijn hond onderdak krijgt.
O: Koop maar wat anders voor je hond. Jij hebt toch geld genoeg?!
B: Geld genoeg!? Helemaal niet. Hij wendt zich tot M: Kunt u mijn bank een paar miljard lenen?
M: U bedoelt garant staan voor een paar miljard. Bijvoorbeeld als u het uitleent aan senioren voor leuke woningen.
O tegen M: Dan kunt u beter rechtstreeks aan mij lenen.
B en M: Dat gaat niet. Wij proberen de economie draaiende te houden. Dat moet u begrijpen.
B: Precies. De regering zorgt ervoor zoals de minister zegt dat ik, ik bedoel mijn bank, genoeg geld krijgt om aan u uit te lenen. Dat mag u best waarderen.
O: U wilt aan mijn huis verdienen.
M: Dat is normaal. Daar is een bank voor. Hoe kan een bankier anders zijn villa bekostigen, zijn tweede huis, zijn jacht.
B: En een goed onderkomen voor mijn hond. Die heeft niet veel nodig. Dit caravannetje past precies. Ik bied u honderdentien euro.
M: Dat lijkt mij een goed bod.
O tegen B: Wat kost een hypotheek bij u?
B: Van 500 tot 5000 euro en meer per maand, afhankelijk van hoeveel aftrek u van de minister krijgt.
O: Aftrek? Dan krijg ik zeker heel veel aftrek, want ik heb slechts AOW inkomen.
M: Nee, nee, aftrek is voor welgestelden. Die hoeven dan minder belasting te betalen.
B: Iedereen evenveel belasting betalen. Dat zou het eerlijkst zijn. Tegen O: Ik veronderstel dat u eigenlijk te weinig belasting betaalt. Heeft u eigenlijk wel extra grondbelasting betaald nu uw caravannetje hier op gemeentegrond staat?
O: Van mijn 7 euro AOW erbij zeker. Kan ik niet met mijn caravannetje in uw tuin staan? Die is zo groot.
B: Mijn tuin is particulier bezit. Dat kan de minister bevestigen. M knikt plechtig. Als u geen huis kunt betalen hebben wij gelukkig het Leger des Heils. Dat is een hele goede organisatie met prima nachtopvang. Kom, ik heb u 110 euro geboden, dat is een heleboel geld. Misschien kan ik er nog wel een rijksdaalder bij doen.
M tegen O: Hoort u dat? De bankier heeft alweer zijn bod verhoogd. Weest u toch een beetje sociaal. Zijn hond heeft onderdak nodig. Tegen B: Waar gaat u de caravan plaatsen?
B: In mijn tuin natuurlijk; die is groot genoeg. He, wat is die oude man koppig, daar wordt je moe van. Hij gaat op de stoel voor het caravannetje zitten.
O: He, dat is mijn stoel.
B: Dat weet ik; ik mag er toch wel even op zitten?!
O: Nou, dat weet ik zo nog niet.
B: Ik ben moe en dan is het uw plicht om mij een stoel aan te bieden.
O: En ik loop elke dag, terwijl u mij in een grote auto met nog wel vier lege plaatsen voorbij rijdt.
M: Dat is meneer de bankier zijn dienstwagen.
B: Met chauffeur; er zijn maar drie onbezette plaatsen in de auto.
M: Ik weet zeker dat meneer de bankier de bedrijfswagen voor zijn werk gebruikt, want de onkosten worden van de belastingen afgetrokken.
O: De tram is voor meneer de bankier zeker te duur.
 
Hij gaat terug in zijn caravannetje.
 
B tegen M: Die caravan mag hier toch niet blijven staan?! Het is hier gemeentegrond en het ding verstoort mijn uitzicht.
M: Ik zal de politie zeggen het ding weg te halen en naar het gemeentelijk opslagterrein te brengen.
B: Dat kost zeker wat geld als de caravan daar opgeslagen wordt. Kan de oude man dat niet betalen en doet hij daarom afstand van de caravan dan wil ik die graag in mijn tuin geplaatst zien. Voor mijn hond.
M: Voor uw hond.
B: Mijn hond krijgt jongen.
M: Ach wat leuk, en die hebben natuurlijk een beschut plekje nodig tegen regen en kou. Ja, een oude caravan leent zich daar wel voor.
B: Zo is het; wij begrijpen elkaar. En die miljarden bankgarantie apprecieren wij; tweehonderd miljard voor alle banken samen? Een mooi bedrag; zo kunnen wij veel uitlenen.
M: En veel rente vangen. Vergeet niet om daarover ook wat belasting te betalen. Ik moet mijn ambtenaren immers goede salarissen geven.
B: Voor uzelf blijft er natuurlijk ook wel wat over?!
M: Eh ja, er zijn nogal wat ambtenaren die meer verdienen dan een minister. Dat moeten wij ministers inhalen.
B: Dat zal dan wel een salarisverhoging van zeven duizend euro betekenen voor u en de collegas.
M: Eh ja, per maand dan.
B neigt zich naar M's oor: Kunt u mooi arme mensen mee helpen. Mensen die te weinig verdienen voor een eigen huis en moeten huren. Van u. Of als u aandeelhouder van mijn bank wordt: wij verstrekken hypotheken en daarop krijgt u gegarandeerd hoog rendement. De mensen moeten immers altijd wonen Zo in een caravannetje dat is maar niks. Goed dat dat verboden is op grond van de gemeenschap of van particulieren.
 
Ben M schudden elkaar de hand.
 
M: Altijd prettig u te ontmoeten.
B: Wederzijds en als u later minister af bent: wie weet hebben wij nog een funktie a 7000 euro per week.
M: U schertst. U bedoelt natuurlijk zeven duizend euro per dag. Dat wordt dan, even narekenen, een drie, vier miljoen per jaar.
B: U bent dat waard!
M: En u ook.
 
De oude man is ondertussen weer uit de caravan gekomen en op de stoel gaan zitten.
 
O: Ik niet!
 
Vrouwelijke straatmuzikanten zetten muziek in en hij begint te zingen:
 
O:            Ik ben maar voor een dubbeltje geboren

               de sociale strijd heb ik verloren
               Wel vrij, maar niet gelijk in rechten
               ben ' k arm door 't pikken van de slechten
 
B & M:       Wij leven in een land heel overvloedig
                Met wind in onze rug gaan wij voorspoedig
                Dus volk, juich toe en help met blazen
  terzijde    Wij hebben jullie flink te grazen
 
B & M:       Wat hebben wij het goed
O:             Maar mij raakt tegenspoed
B & M:       Niemand die hoeft te klagen
O:             Toch heb ik nog wel vragen
B & M:       Een ieder krijgt zijn draai
O:             Ik niet, 'k verfoei gegraai
 
B & M        Wij delen eerlijk, doen onsz' stinkend' best;
                voor oudjes zeuven euro er nog rest
 
O roepend:  En daarvoor koop je wel 20 pakken havermout
 
B & M:        Vijfentwintig!
 
Ondertussen haalt een hele grote takelwagen van de politie het caravannetje weg.
 
(Een piepklein caravannetje, momenteel in stalling De Ganzenhoeve te Zeewolde, is beschikbaar voor opvoering)
 

Er kunnen evt. flyers uitgedeeld worden met daarop de tekst van art 1 der Verklaring van de rechten van de mens: "Ieder wordt geboren vrij en gelijk in rechten" en met toevoeging: "Dit behelst ook materiele componenten, bijvoorbeeld het recht op een minimale eigen plek om te wonen of te verblijven zonder dat anderen daar tegen je wil munt uit slaan. Het gaat hierbij niet over bouwvakkers die een reele prestatie leveren of de gemeente die de straat aanlegt, maar betreft huisjesmelkers, aandeelhouders van hypotheekbanken en lieden die al genoeg verdienen voor hun levensonderhoud maar meer wensen om arme mensen te kunnen "helpen" aan een huurhuis".

Vanzelfsprekend is een en ander ook van toepassing voor studenten en wellicht komt er dan na de voorstelling discussie op gang.


vrijdag 16 januari 2009

Brandstapel



                     Bij de Calvijn-week hoort natuurlijk een brandstapel en aangezien daarvan nog niets te merken was hieronder een voorstel tot opvoering van straattheater rondom zo'n opruimend geval. Het spel kan gespeeld worden zondag 18 januari MMIX op de Westermarkt, alwaar in de Westerkerk dan ook een zangstuk over Calvijn opgevoerd wordt.
 
       
                                    straattheater Calvijn
 
Uit een piepklein caravannetje naast de enorme Westerkerk komt af en toe een meneer iets betogen wat tegen het zere been van Calvijn is. Die (acteur uitgedost met lange baard volgens portret) loopt langs, luistert, trekt een zuur gezicht, verdwijnt, komt weer terug, etc.
Op zeker ogenblik komen werklieden aanzetten en bouwen een brandstapel. Calvijn knikt goedkeurend. Iedereen eventjes af.
Er arriveren lieden van Wikipedia, werpen het boek, een reusachtig kartonnen exemplaar met duidelijk leesbare kaft, "The quantum Theory of Gravitation" van Vasily Yanchilin op de brandstapel en proberen de boel aan te steken, hetgeen mislukt.
(Toelichting: Het boek bevindt zich in de biebs van VU en UvA, maar Yanchilin's werk wordt geboycot door Wikipedia).
Calvijn komt weer op, haalt de man uit het caravannetje en geleidt deze op de brandstapel. Uit de Westerkerk komen modern geklede mensen toegesneld die, eerst aarzelend, dat omkeren, de man weer in zijn caravannetje zetten; maar wel het ding afvoeren onder wegwerpende gebaren.
Calvijn kijkt om zich heen, slaat een dik boek open en scheurt daaruit etiketten "predestined for hell" (zo snappen toeristen ook enigszins waarover het gaat) en peinzend onderzoekt hij het publiek of daar misschien op te plakken valt. De modern geklede mensen komen terug en pakken na veel heen en weer gemompel en gesticulatie Calvijn die etiketten af, werpen deze papiertjes vervolgens in het vuur (praktisch bijvoorbeeld heel klein brandend in een wok) van de brandstapel. 
Evt. kunnen refo-gristenen ook homos aanvoeren (bedenk zelf een vervolg; het monument ter herinnering is er al).
Een paar straatmuzikanten beginnen te spelen: "He's got the whole world in His hands" (In de wetenschap is niets bekend over de Eerste Oorzaak. Religies noemen dat God en knopen er aan vast dat Die de mensen vriendelijk gezind is) en daarna toepasselijke liederen zoals "Onward christian soldiers" en het "strijdlied van de Amerikaanse Burgeroorlog". Calvijn staat er een beetje beteuterd bij, krabt zich achter de oren en zo, verdwijnt in het publiek. Tenslotte zingt een soprane:
 
Edel en hoog geboren
als mens naar Godes beeld
zoek ik rechtens behoren
de vrijheid onverheeld
Om 's Heren aardse gaven
te proeven met verstand
bied ik mijn broeder haven,
deel oogst in dit rijk land.
 
Humain par la sagesse
de Dieu le Createur
nous cherchons en noblesse
la liberte d' tout coeur
Le droit pour chaque tete
's appelle egalite;
sur Terre se rend une fete
plein de fraternite
                             (kan gezongen worden op de melodie van het Wilhelmus; meer coupletten en andere melodie zijn beschikbaar) 
 
De man uit het caravannetje komt weer op en gooit samen met de anderen emmers water op de brandstapel.
 
Waar daartoe gelegenheid te maken valt ware het publiek in staat te stellen om eigen slechte karaktertrekkenop een papiertje te zetten en dat vervolgens in het vuur van de brandstapel te werpen als teken dat men die nare eigenschappen kwijt wil. Het wordt zo van een straffend een reinigend vuur. Misschien rappend uit te leggen?



dinsdag 13 januari 2009

roodverschuiving


          spectrale frequentieveranderingen       

In de algemene relativiteitstheorie wordt aangenomen dat de tijd op de zon langzamer verstrijkt dan op Aarde als gevolg van verschil in massa der beide hemellichamen. Daardoor zou de frequentie van op de zon ontstaan licht lager zijn en wordt op Aarde roodverschuiving van spectraallijnen geconstateerd.
Echter moeten fotonen ook de zwaartekracht van de zon overwinnen op hun reis naar ons toe en het daardoor veroorzaakte verlies in energie uit zich eveneens in roodverschuiving.
Optellend moet er dus een som van twee keer roodverschuiving zijn. Maar er wordt slechts eentje waargenomen. Welke en hoe kan dat?
 
Dit probleem werd in het jaar 2000 aan de orde gesteld in de American Journal of Physics. In 2003 kwam Vasily Yanchilin in zijn boek The Quantum Theory of Gravitation met een verklaring:  De potentiaal van een foton in een gravitatieveld verandert 2 x zoveel als in de mechanica van Newton aangenomen wordt. Deze laatste rekent alleen met vrijkomende energie (mgh, massa x gravitatieconstante x hoogteverschil) doch is onbekend met verandering in interne energie volgens E = mc-kwadraat. Sterrelicht wordt door de zon afgebogen en wel precies 2 x zoveel als volgens de klassieke mechanica mogelijk is. Vandaar dat in de 19e eeuw lange tijd gezocht werd naar een extra planeet Vulcanus die verantwoordelijk zou zijn voor de afwijking in de baan van Mercurius wanneer deze de zon passeert. Evenwel hebben fotonen geen restmassa, er wordt geen massa getransporteerd en zodoende komt alle potentiele energie bij afbuiging van een foton door de zon vrij, naar buiten, in totaal 2mgh. Wiskundig uitgedrukt is het verschil in energie, delta E genoemd, gelijk aan de differentiering van het lid achter het gelijkteken. Dit kan slechts indien c veranderlijk en daarom differentieerbaar is.
 
De nieuwe theorie van Yanchilin behelst zulke verandering van de lichtsnelheid en wel volgens hypothese in kwantiteit gelijk aan de wortel uit de potentiaalverandering der totale massa van het heelal.
Tussen haakjes was het Einstein ook duidelijk dat licht, afgebogen als het wordt door massa, qua snelheid niet volstrekt onafhankelijk kan zijn van al het andere in het heelal. Hij nam de constantheid van c in vacuum slechts aan als voorlopige werkhypothese in een tijd dat de quantummechanica nog uitgevonden moest worden.
De speciale relativiteitstheorie blijft geldig mits zo opgevat dat de lichtsnelheid onafhankelijk is van de bewegingstoestand der waarnemers. De c hangt in de nieuwe theorie af van de potentiaal der totale massa van het heelal en of je als waarnemer ter plekke links of rechts beweegt maakt niet uit voor die daar heersende potentiaal. Wel wijzigt zich deze bij verdunning van de massa in het heelal, dus bij uitdijing en daarom in de loop der geschiedenis. Zo idem de lichtsnelheid.
 
Hoe wordt in de nieuwe theorie van Yanchilin de roodverschuiving van zonlicht verklaard? Allereerst is er op en bij de zon een iets hogere gravitatiepotentiaal door de bijdrage van diens massa. Dit betekent ter plaatse grotere lichtsnelheid en sneller verloop van alle fysische processen. Ofwel duurt de seconde er korter in plaats van langer zoals aangenomen wordt in de verouderde, inconsistent blijkende algemene relativiteitstheorie. Bijgevolg is de frequentie van het uitgestraalde licht juist hoger. Toch wordt op Aarde roodverschuiving waargenomen, namelijk omdat net als de verandering bij afbuiging van sterrelicht maar nu in tegenovergestelde richting en met ander teken er onderweg meer dan Newtoniaans verlies optreedt. Wie hieromtrent de preciese cijfers wil weten kan die in het boek goed beargumenteerd vinden. De berekening gebeurt aan de hand van een foton dat van de voet van een toren naar diens top gaat onder uitspitting van veranderende Planck.
Toch maar proberend dit in vooral woorden over te zetten naar het systeem Zon-Aarde:
Zoals een in de richting van de zon afgebogen van een ster afkomstig foton 2 x Newton in vrijkomende energie toeneemt heeft een door de zon uitgezonden foton idem 2 x Newton in hogere frequentie te vertalen energie. Daarenboven is de totale E van eenzelfde soort foton op Aarde wegens veranderende Planck, samenhangend met die plaatselijk geringere potentiaal der totale massa van het universum, ook nog eens een factor gh/c-kwadraat kleiner. Het verschil in frequentie bedraagt dan 3gh/c-kwadraat ten voordele van het foton op de zon. Tijdens de reis gaat daar dan 2gh/c-kwadraat van af in het zwaartekrachtsveld zodat de roodverschuiving netto uitkomt op gh/c-kwadraat, in overeenstemming met de waarnemingen. Als er onderweg geen energie verlies optreedt zoals in de algemene relativiteitstheorie aangenomen wordt (men kiest uit beide opties tijdvertraging) dan zou er naar nieuwe standaard 3 x zoveel roodverschuiving moeten zijn.