zaterdag 28 maart 2009

straattheater


                           Uiteenzettingen jegens Harry
 
Een klein caravannetje staat op de stoep voor de hoofdingang van bijvoorbeeld een universiteitsgebouw. 
Een meisjeskoor komt op, al zingend:
     He, wie zit daar mensen;
     he, wie slaapt daar achter 't raam?
     't Is een vreemdling zeker,
     en niet ingelicht zeker;
     met wellicht een rare waan.
 
     't Is Harry maar, een Harry maar.
     Hij komt voor, zegt ie, onderzoek.
     Hij wil vast iets lekker.
     Nu open gaat het doek.
 
De gordijntjes van de caravan worden opzijgeschoven.
Naar buiten komt Harry, plm. 19 jaar oud met goed figuur. De acteur ware uit te zoeken door docenten tekenles om een mooi model te vinden. Het mag geen "David", een oudere en al volwassen persoon zijn.
Harry, met short en t-shirt, pakt een stoel uit de caravan en gaat ervoor zitten in de houding van le penseur (Rodin).
 
Meisjeskoor:
     O kom er eens kijken
     wat die.....(een hele ris bijvoegelijke naamwoorden worden geroepen, gejoeld).......Harry doet
     Straks zal welhaast blijken
     of ie krijgt zuur of zoet.
 
     Een meid met krullen in dr haar
     da's vast waar hij is zoekend naar.
     Een auto van het nieuwste jaar!
     Nog niet een buikje met sigaar.
     Hij krijgt 't wel voor mekaar.
     Zo'n vent is populair.
 
Harry: Vannacht droomde ik. We hadden iets afgerond en toen men terugkeerde naar het Witte Huis ging ik ook mee. Daar was het nog handen schudden en voorstellen aan diverse personen. Toen werd mij een schaal met erop een gekookte kalkoen aangereikt. Ik kon een of meer porties zo groot als een kroket pakken, maar er kwam een zekere walging op. Vanuit vegetarisch georganiseerd onderbewuste misschien en ik gaf de schaal door zonder er van te nemen.
Plotseling verscheen er in de lucht, aan de hemel een zwarte gestalte, iets groter dan een man. Het was eigenlijk alleen maar een schaduw of als een zwart stuk papier in de vorm van een mens met hoed en lange jas en wandelstok, zelfbewust zoals van hogere klasse. Het beeld was onbeweeglijk, slechts een teken en uit Californie werd vernomen dat daar hetzelfde gezien werd, iets kleiner dan de maan en op een veertig graden aan de hemel in plaats van op plm. zestig.
Het teken simboliseerde een knecht van Satan, dacht ik.
 
Ik werd wakker en had het angstige gevoel dat er zeer slechte tijd ging aanbreken.
 
Een jonge, leuk-ogende politieagente komt naar Harry toe en probeert hem over te halen weg te gaan.
Pol: Hi, hoe gaat het?
H: Dag; wat wil je?
Pol: Je mag hier niet staan met je caravan.
H, een tikkeltje wijsgerig: Van wie mag iets wel of mag iets niet.
Pol: Caravans, voertuigen horen hier niet. Dit is een stoep.
H: Een stoep voor een ingang, ja.
Pol: Ja!
H: Ik ben een plekje nodig, maar ik weet niet waar.
Pol: Vast niet hier, althans niet met je caravan.
H: Juist daarom ben ik hier gekomen met mijn caravan.
Pol: Wat bedoel je?
H: Waar kan ik terecht met mijn caravannetje. Ik heb toch plek ervoor nodig. En hier op de universiteit weten ze alles. Horen alles te weten; ook waar er plek is voor mij en mijn caravan.
Pol: Ik denk van niet. Daarvoor moet je bij de gemeente zijn.
H: De gemeente heeft geen plek. Alles is al verdeeld. Er is niets over voor mij.
Pol: Kom, als je maar betaalt krijg je volop plek.
H: Maar ik heb geen geld, niet zoveel. Allemaal willen ze vette winst maken; ook al is de aangeboden plek helemaal niet van hen.
Pol: Ik denk dat jij je vergist. In ons land is er voor iedereeen wel een plekje.
H: Maar waar voor mij?!
Pol: Kom laten we een kopje koffie drinken. Ga mee.
Terzijde: Dan kunnen ze ondertussen van de gemeente die caravan weghalen.
H: Ik heb wel trek in een bak koffie; maar eerst moet ik te weten komen waar er plek is voor mij en m'n caravan.
Pol: Je kletst; je mag hier niet staan met een caravan. Punt. Uit. Weggaan of ik ga verbaliseren!
H: Tut, tut. Rot jij maar op, je hindert mij. Ik ben aan het onderzoeken waar er een plaatsje in dit land voor mij is zonder dat ik uitgebuit wordt. Ik bedoel: ik heb ook niet eens geld om af te staan aan uitbuiters.
Pol: Nou, jij krijgt straks een vette boete want je bent in overtreding. Ik ga eerst versterking halen en dan zullen we wel zien of jij hier baas bent.
H: Ik wil helemaal geen baas zijn. Ik heb net uitgelegd dat ik een plekje zoek en hier bij de universiteit moeten ze me daar toch over kunnen inlichten.
Pol: Ik denk dat de geleerden wel wat anders te doen hebben.
 
Ondertussen zijn er twee professoren in toga opgekomen, die hebben staan luisteren.
Prof rechtsgeleerdheid tegen prof psychiatrie: Zo zie je maar weer. Dromen komen onverwacht en ook de inhoud is allerminst van tevoren bekend.
Pp: Nou...., de hersens zijn met iets bezig. 's Nachts kan naar boven komen wat op de dag, in waaktoestand, onbewust werd opgepikt.
Pr: 'k Heb anders niks voor de radio gehoord of op de televisie gezien over een teken in de lucht, zoals die dromer vertelde.
Pp: We dromen vaak in beeldtaal, een beetje te vergelijken met hoe je op het station allerlei symbolen voor toiletten, loket, bus en zo verwerkt.
Pr: Die jongen is bang geworden van zijn droom.
Pp: Ja, kennelijk. Hij zit daar maar te suffen of te peinzen. Wie weet, als wij niet nader onderzoeken, waar hij mee bezig is en wat hij moet verwerken?
Pr tegen Harry, op hem toestappend: Goedendag jongeman, mag ik vragen met welk doel u hier bent, zo gezeten voor dat kleine caravannetje op ons terrein?
H: Ik zoek een plek.
Pr: Een plek zoekt u. Hm, en wat voor plek? Is het voor uzelf of misschien voor die caravan? Hier om de hoek is een parkeerplaats. Dit is een stoep waarop geen voertuigen toegelaten worden.
H haalt de schouders op.
Pp: Kunnen wij misschien iets voor u doen? Heeft u assistentie nodig om de caravan te verplaatsen? Uw droom was interessant, maar maakt u zich geen zorgen. Voorspellend karakter hebben dromen eigenlijk niet. Omdat er indrukken uit het verleden (hij benadrukt dit woord) in verwerkt worden.
H: Dat is het hem juist. Ik kwam hier met mijn caravannetje omdat ik geen plekje heb. Hier bij de universiteit dacht ik kunnen ze me verder helpen. Maar tot nog toe gaat dat moeilijk. En nou komt die droom daar bovenop, niets goeds voorspellend.
Pp: Gelooft u maar niet teveel in voorspellend karakter van dromen.
H: U zei net dat een droom indrukken uit het verleden bevat. Ik heb geen plek en als u gelijk heeft krijg ik, gezien die droom, er ook geen.
Pr: Misschien slaat uw droom niet zozeer op uzelf maar meer op laten we zeggen de samenleving. Er zijn altijd misdaden en misdadigers geweest en die zullen er blijven komen.
Pp, op collega prof wijzend: Hij bedoelt dat u niet angstig voor uzelf hoeft te zijn.
H: Maar zo hoog aan de hemel; als een ster dominerend...... Hij loopt heen en weer. Waar blijf ik met mijn caravannetje als er nu al geen plekje voor mij is.
Pr: Welzeker is er plek voor u. Als mens en burger hebt u recht op plek.
H: Legt u dat toch uit, want de practijk is zo anders.
 
Meisjeskoor:
                  Als de maan schijnt door de bomen,
                  ieder is in rust geraakt,
                  Komen booz' of leuke dromen;
                  meestal weg als je ontwaakt.
 
                  Maar owee, wat bittre smart
                  als een pijl vol angst treft t' hart.
                  'n Teken aan de wand voor dreigend kwaad
                  dat jou toekomt en jijzelf vergaat.
 
          Duivel, kom niet binnen met je knecht.
          Want de wereld wordt dan wel zeer slecht.
          Liever voor ons , voor allen recht.
          Goed is dat daarvoor een ieder vecht.
 
Er komen drie politieagenten aanzetten, waarvan eentje een stevige oudere vrouw is. Zij vraagt een toeschouwer (medeacteur) in het publiek om haar uniformjasje en pet aan te nemen en te bewaren, opent haar tasje en zet daaruit een hoedje met lange lokken op. Ze stapt naar voren, naar Harry die haar nog niet gezien heeft en zegt:
Pl: Zo Harry? Zo heet je toch? Vallen ze je lastig? Vertel mij maar wat er aan schort. Leuk caravannetje heb je. Woon je daarin? Lijkt mij ook wel wat; voor de vakantie.
H: Ik ben hier bij de universiteit om om om...Kijk ik dacht ik meende dat ik hier terecht kon om een plekje in dit land, ook mijn land te krijgen. Maar het valt niet mee. Die professoren praten wel veel, maar ik heb van hen nog niets gehoord dat houvast biedt.
Pl terzijde: Hou vast, ha, ha.
H wijst naar de professoren: Kijk ze discussieren met elkaar. Alsof ze nog niet precies weten hoe en wat.
Pl, terzijde: Hoe en wat! Dat weet ik! Ha, ha.
H staat op en kijkt naar de professoren. Pl sluipt achter hem en met een arm om zijn nek haalt ze hem onderuit, ook met een voet in de knieholte evt. De andere twee agenten snellen toe en boeien Harry. Hij wordt afgevoerd.
 
Meisjeskoor:
                   Zie zo komt het recht in dit land hier weer aan.
                   Agenten, zij dienen, dat zien wij graag staan.
                   Hoe prettig, de knuppel die slaat kwaad terneer.
                   Hoe mooi is ons spreken en zuiver de leer.
 
Pr wijst naar de meisjes en zegt: Ze bedoelen dat onze wetten goed zijn, dat de politieagenten die de orde handhaven OK zijn, dat er met die Harry iets mis moet zijn; Hij deugt niet of anders heeft hij hulp nodig en zal hij geholpen worden.
Pp: Bedoel je "ter beschikking gesteld worden"?
Pr: Hij wou een plek. Art 1 der Verklaring van de rechten van de mens
Pp: "Ieder wordt geboren vrij en gelijk in rechten"
Pr: impliceert ook materiele componenten, zoals recht op een plek.
Pp: Vanzelfsprekend!
Pr: Ons land, onze regering, het parlement, de rechters erkennen dat art 1 niet. Het is een vrijblijvende, mooie idee. Maar geen wet!
Pp: Dus is er ook geen recht op een eigen plek om te wonen of te verblijven zonder dat anderen daar tegen je wil munt uit slaan?
Pr, dansend en handenklappend:
     Neen, nergens hoor; neen, neen, neen:
     Plek voor Harry is er geen.
     Als je voor een dubbeltje bent geboren
     heb je automatisch recht op eigen plek verloren.
     Het land ons welgestelden toebehoort
     en als zulks Harry niet bekoort
     is hij een type dat orde hier verstoort.
 
Pr: Wij verdienen zoveel dat we  met ons overtollig geld huurhuizen voor de armen kuinnen laten bouwen.
Pp: Om te verhuren aan aan de arme mensen.
Pr: Er moet natuurlijk wel huur betaald worden.
Pp: Kostendekkende huur met ook een beetje winst.
Pr: Ja met ook winst, anders schieten we er niets mee op.
Pp: Dus niemand hoeft in zo' n caravannetje te wonen.
Pr: Als hij ons maar flink huur betaalt.
Pp: Als hij ons maar flink veel huur betaalt.
Pr en PP: Dan krijgt hij plek.
Pr en Pp terzijde: Voor ons meer, voor de mindren minder. Zo hoort het. Al zeg je dat niet hardop.
 
Meisjeskoor:
                   Als sterren aan de hemel
                   zeer ver boven 't gewoon gewemel
                   van Harry en kornuiten
                   de profs voor ons besluiten.
 
Maar......
                Zij breien "recht" dat krom blijkt;
                behandlen slecht wie dom lijkt;
                hebben op hun blazoen
                de tekens van veel poen.
 
                      Elk mens van gelijke waarde?
                      Welneeen; niet hier op Aarde!
                      Hun leer is niet artikel 1.
                      Zomaar 'n plek voor Harry is er geen.
 
                             Een schaduw aan de hemelboog:
                             onheil verspreidt de zwarte toog.
                             Wie haalt hem neer?
                             Brengt goede keer?
 
         De valse "wijzen", zeer geleerd,
         verheffen zich. Da's zeer verkeerd.
         Zij stichten nijd en haat; da's zeer groot kwaad,
         want "dienend zijn" da's pas goede raad.
         Zeg Harry zoals jij bestaat
         het beter met de wereld gaat.
         Ga door, hou vast en dan ont-dek
         voor iedereen een echte plek.

 


Meer dan chatten alleen. Check nu de nieuwe Windows Live

maandag 23 maart 2009

ewa

In Westeuropa vond vroeger het rechtspreken plaats op een ding, een soort volksvergadering. Men zocht voor conflicten redelijke oplossingen, die duurzaam stand zouden houden. Het woord eeuw is afkomstig van zulk ewa recht. Indertijd had men geen geschreven teksten en daarom kon iets best strafbaar zijn hoewel het niet in een wet omschreven was. Oudere mensen herinnerden zich de afloop van vroegere rechtsgedingen en speelden daarom een belangrijke rol.

Het romeinse recht, dat in de westerse wereld momenteel domineert, wordt gemaakt door een elite en die zal zichzelf niet tekort doen. Dikwijls wordt getracht om zich te bevoordelen en daartoe helpt ruime beschikking over geld en meer dan evenredige zeggenschap. Heb je die dan is het prettig om zoveel mogelijk en ongestoord je gang te kunnen gaan, want je vermag meer dan vele concurrenten.
Vandaar dat in dit systeem niets strafbaar is tenzij in het verleden kwalijke gevolgen bleken en er op het papier van het wetboek in vervolging en straf voorzien wordt.
Omdat aldus geschreven tekst uiterst belangrijk wordt mag vaak een enkele persoon die goed kan lezen als rechter funktionneren. Natuurlijk behoort hij wel eerlijk te zijn en moet zich houden aan de eed of belofte van getrouwheid. De rechter verkeert volgens de alom gepropageerde ordening van Montesquieu in een onafhankelijke positie naast de wetgevende en de uitvoerende machten. In de practijk volgt hij niet zelden onder loslaten van die onpartijdige onafhankelijkheid de regering, temeer om dan zelf ook van begunstiging te profiteren.

In het dierenrijk heerst bestendige harmonie wat betreft de instandhouding van soorten indien de mens afwezig is. Als medeschepselen hebben zij recht op plek naast de mens die zich over de Aardbol verspreidde. Om goed tot hun aard te komen blijken er evenwel beperkingen voor ons mensen noodzakelijk. Dit geldt ook ten aanzien van de planten. Eenvoudige regels helpen hierbij op de goede weg:
Elk dier onder controle van de mens zal beschikken over voldoende natuurlijke buitenruimte om tenminste drie seconden achtereen voluit te rennen, vliegen of zwemmen.
Bij kunstmatig verhard oppervlak, hetzij erf, straat of dak boven gebouwen zal hoog opgaand geboomte aangeplant worden ter compensatie van voor de Natuur verloren gegane vruchtbare aarde.
Elk dier zal zijn natuurlijke gang gaan.
Gebruik van vergif is verboden tenzij er door bevoegde rechters overmatige agressieve activiteit vastgesteld wordt.
Het Amazone-oerwoud, het Noordpool-gebied, delen van de Noordamerikaanse prairie, van oostelijk Siberie, de Himalaya, de Sahara, binnen-Borneo en het Dreamland der Aboriginals zullen losgemaakt worden van staten en mensenvrij, behoudens stammen van inboorlingen, onder internationale controle gebracht worden gelijk Antarctica ten behoeve van wilde flora en fauna.
Grenslijnen tussen staten kunnen veranderen in mensenvrije grenszones, met bijvoorbeeld de beer weer heer op de Golan en de leeuw brullend in de Sinai.
In dichtbevolkte streken zoals Nederland hebben de mensen bijna alle grond in gebruik genomen voor zeer opgeschroefde behoeften, zodat er weinig resteert voor een gezond dierenrijk. Dit moet veranderen en kan geschieden door de boeren te verplichten om een tiende van de akkers te bebouwen voor het wild, de honden die kleine dieren opjagen of aanvallen in de omgeving van de woningen te houden en niet daarbuiten, kunstmatige hindernissen zoals asfaltdijken tussen verschillende milieus te vervangen door overgangszones en zich met handel en wandel te concentreren in stedelijke gebieden en compacte dorpen.
Hierover is een ding bijeen te roepen, dat vervolgens per referendum voorstellen doet, waarna een ondergeschikt parlement zorg draagt voor uitwerking en dagelijkse controle op de gang van zaken.
Daarna komen de verhoudingen tussen de mensen onderling aan de orde.

zaterdag 7 februari 2009

straattoneel


                 carriere/derriere/barriere
 
Een piepklein caravannetje (beschikbaar uit stalling De Ganzenhoeve te Zeewolde) staat tegen het hek op het bordes voor de hoofdingang van de Vrije Universiteit. Er boven is een spandoek bevestigd met daarop de tekst: zoek eerst het rijk der hemelen. Op de stoep spelen straatmuzikanten (er zijn hele goeie in Amsterdam te vinden) een soort marsmuziek.
Acht heren in een blauw sollicitatiepak, maar met rode stropdas, paraderen in een revue a la Folies, zingend:
 
WIJ....jongens van het flinke wanten
vormen de recruiters nieuwe klanten
We hebben zin en willen werk
solo: Voor welk bedrijf maak ik me sterk? En ik? En ik? En ik?
DAAR....waar je maakt carriere;
laat de rest achter je derriere
 
Een meisje komt op, gekleed in grijs streepjes-mantelpak van passend korte afmetingen om met beweging het woord derriere te benadrukken. Ze maakt grote stappen met sprongen ook en zwaait driftig met een aktentas:
 
Ahoy, carrieredagen!
Talenten gaan ze vragen
Wie wil er niet op wagen
dat z'n netwerkje zal slagen?
 
Uit de caravan komt iemand met een grote Bijbel in zijn handen en roept:
Netwerken is achterdeurtjes aflopen. We kunnen er toch wel zonder?
Hij verdwijnt weer in de caravan.
 
De heren staan in een kring en zingen op lage toon:
Hum, hum, hum.
Nou ja, lik af en toe een reet
dan ben je binnen voor je 't weet.
Zo krijg je concurrenten beet
en laat op 't lager volk een scheet.
 
Acht meisjes dansen een revue:
Met een mooie derriere maak je carriere.
Ze dansen in optocht:
Achter dikke derrieres maakt men vlotte carrieres.
Ze vormen samen zittende houding als van een enorme persoon:
Een goeie carriere leidt tot een grote derriere.
 
De iemand in de caravan doet het deurtje open en roept:
Pas toch op voor dikkonten die gewone mensen hinderen.
 
De meisjes dansen weer de revu:
Met een appetijtelijke derriere maak je vast en zeker carriere.
 
Een jongen, een van de acht heren, rent naar voren en beweegt ook mee met de revu, het achterpand van zijn jas optillend.
Een andere heer roept wijzend: Kijk, een ho-, ho-, hoger opgeleide.
De overige heren in koor: Dat zullen sommige bazen wel ideaal vinden!
 
Uit het caravannetje komt de iemand even te voorschijn en wijst op het spandoek.
 
Koor van alle jongens en meisjes:
Opzij. Opzij. Opzij.
Geen barriere voor mijn carriere.
Opzij. Opzij. Opzij voor mij.
'k Heb honger naar een goeie baan;
bij kaarslicht eten ook voortaan.
 
Persoon uit caravan: Aan een tafeltje in een luxe, duur restaurant, elke dag en de anderen naar de gaarkeuken of naar de voedselbank? Komt, eet en drinkt waar 't is vrij. De Heer der wereld maakt je blij en nodigt tot Zijn maal. Of rijk of arm, of lief of stout, sportief of met een kwaal: aan 1 tafel, aan dezelfde tafel allemaal! 
 
De jongens en meisjes:
Opzij. Opzij. Opzij, wij willen zijn volkomen vrij. Wat and'ren eten, wat min zij krijgen deert ons niet. Voor ons een toppositie in 't verschiet. Met stev'ge derriere na geslaagde carriere. Ze wijzen op het spandoek: De hemel, ach; 't pensioen daar ons nog niet te boeien mag. Opzij. Opzij. Opzij, voor onze carriere asjeblieft geen barriere. Wij zijn toch vrij?! Dus: Opzij, opzij, opzij! Ze trekken de caravan weg. Een reusachtig blauw gebodsbord met witte pijl (zoals in het verkeer) wordt zichtbaar. Op de pijl staat in duidelijke schuine letters Zuidas. Als ze klaar zijn:
Wij willen onze carriere
niet verruilen voor misere
van karig brood
en liever als despoot
de wereld schikken naar onz' hand;
schoon Eva is gestrand.
 
Zo juicht ons lijf, onz' buik en ook de derriere;
't verstand moet bukken als onnoozle stagiaire.
"Het pakken" is onz' oprecht' moraal;
wie daaraan komt stuit wis op staal.
Onze grote dictionnaire
bevat slechts carr- en derriere.
 
            Cary your derriere; dans de heel affaire
            Als 't stinkt je een borrel drinkt.
 
Uit het deurtje van de caravan:
Wat betreft melk en honing.....
 
De groep:
Zwijg stil, jij bent een nil.
Blijf jij maar hier parterre, wij maken carriere!
Wij stijgen naar de top;
terzijde: hoewel bij Eva 't werd een flop.
En plukken al het aardse
totdat het is ....   op.
 
Het volgende is strikt geheim en daarom gecryptiseerd: *.tstaalpguret keodnaps tem navarac ed eid tad thcawrev keilbup teh nav tdrow nerereggus et fo neggez et stei rednoZ
 
*Gebeurt het niet dan valt er nog wel aan het onderwijs op de VU te verbeteren.
 
                                                   .
(Sommige leestekens worden door het gebruikte keyboard geweigerd)
 

dinsdag 3 februari 2009

straattheater Q


        Quilcsalkmot
 
Een caravannetje waarvoor een jonge vrouw in zomerse kledij zit.
Quilcsalkmot komt aanzetten met gebogen gang als van een dier. Hij draagt bontjas, -muts en -wanten.
Q: Br wat is het koud hier. Terzijde: Ik ben warmer gewend. Brrr, foei, nog geen 30 graden denk ik. Brrr.
Hij ziet het caravannetje, sluipt naderbij, loert.
Q: Daar is wellicht werk voor mij. Hoe zal ik mij voordoen?
Hij verandert in net pak dragend. De muts afzettend worden er twee horens zichtbaar. Die bedekt hij met een zwarte hoed.
Q: Goede middag, mevrouwtje. Mooi warm weertje he? Hij rilt.
V glimlachend: Daag.
Q: Leuk caravannetje hebt u.
V: Voor de vakantie. Ik bedoel: Mijn huis heb ik verhuurd aan vakantiegangers. Zo verdien ik een beetje bij.
Q: Uw man werkt niet?
V: Die is overleden aan kinderverlamming.
Q: Ach, mijn deelname. Hij peinst, krabt zich achter het oor en terzijde: Heb ik die nou wel of niet bij ons in het vuur?
V staat op en kijkt de weg af.
Q slaat gade en vraagt: Ziet u iets, eh wat u behaagt?
V: Nee, of beter nog niet. Ziet u, mijn kind komt dadelijk van school en ik ben een beetje ongerust. Er schijnt polio de ronde te doen en dat is erg besmettelijk.
Q: Is het niet ingeent?
V: Nee, onze dominee zei dat het niet mag.
Q: Van wie niet?
V: Van God niet. Bij het woordje God krimpt Q telkens ineen.
Q: Oei! Hij denkt na, loopt heen en weer. Meent een antwoord gevonden te hebben, bedenkt zich. Tenslotte terzijde:Die "voorganger" zal wel door de andere dominees weggejaagd worden. Gelukkig is het nog niet zover.
Q: De dominee heeft vast gelijk. Terzijde: Een kind erbij in ons gezellige (hij grijnst) vuur is altijd welkom. Zo'n kleintje mag liefst niet de andere kant op naar de hemel. Dat moet ik voorkomen. En nu al een rot leven voor zo'n schepsel is mooi meegenomen.
Q listig: Als u bidt dat uw kind geen polio krijgt zal het vast niet gebeuren. Stenen kunnen toch ook brood worden?
V: Ja maar, je mag God (Q krimpt ineen) niet verzoeken.
Q: Och kom. Die vangt de mensenkinderen toch ook op als zij vallen!?
V: Ja maar, zoiets uitlokken. Ik moet er niet aan denken.
Q: Tja, misschien kan ik u helpen. Ik ben van de verzekering, ziet u? Als u even tekent, met een druppeltje bloed graag; het prikje doet helemaal geen pijn.
V: Ja maar, ze aarzelt, dan nadrukkelijker: hoor ik het goed? U wilt mijn bloed?
Q: Och, een klein druppeltje maar. Ik garandeer u dat er dan optimaal voor uw kind gezorgd zal worden. Terzijde, grijnzend: Sommigen geloven me nog ook.
Een druppeltje maar en ik persoonlijk zorg ervoor dat jouw kind en jij in het mooiste huis van de buurt zullen komen wonen. Die ouwe caravan is toch veel te klein. Jullie verdienen beter, een prachtige villa.
Terzijde: Maar dat kan natuurlijk wel afbranden. Of instorten. Misschien kan ik een windhoos regelen. Iemand nog een tip voor me?
Een kind komt aanrennen. De vrouw vangt het op in haar armen. Het kind huilt. Ze vraagt wat er aan schort.
K: Mama, ze willen ons op school komen prikken. Dat doet vast heel veel pijn.
V: Prikken?
Q: Prikken?
V: Waarvoor prikken. Ze willen toch geen bloed van je?
Q terzijde, ongerust: Concurrentie?
K: Nee, mam, maar het bloedt misschien wel. Voegt er rustiger aan toe: Een beetje misschien, heel misschien een ietsje. Het kind maakt zich vrij van de moeder en wordt weer de oude, vrolijk.
V: Waarom willen ze jou prikken, lieverd?
K: Tegen de polio. Anders wordt ik misschien misvormd.
Q: Dat valt best mee hoor, misvorming. Het staat helemaal niet lelijk en het vormt geen enkel beletsel om bij ons te komen.
V: Bij U? Waar komt u vandaan? Terzijde: Is het daar wel pluis?
Q doet verontwaardigd: Nou bij ons in  huis.....is het lekker warm. (Terzijde: om niet te zeggen heet, gloeiend, verstikkend heet) en iedereen kan net zo vaak en net zo diep geprikt worden, haha, als hij maar wil (terzijde: En ook als hij niet wil). Daar sta ik garant voor.
V: Wie bent u?
 
Muziek van straatmuzikanten:
Q zingt:
              Mijn naam is Quilczalkmot 
              of Czalkmotquil
              Bij ons geldt geen gebod;
              een tang maakt stil!
              Als 't volkje krijst en smeekt
              geen meelij ons doorweekt.
 
V zingt:    Mijn kind, jouw Maker heb ik lief
              'k bescherm je voor de dief.
              Nu aangereikt de spuit!
              Behoudt mijn kleine guit.
              Het prikje doet geen zeer,
              verblijdt de Lieve Heer!
 
Q:   Ach, 'k wil zo graag dat vrouwtje
      binden aan mijn touwtje
      en leiden naar de hel.
V:   De duivel is heel fel:
      Met valse hulp vermomd
      uit duisternis hij komt.

Q, hoofdschuddend:  
      'k Zal zinken naar benee;
      daar is mijn vaste stee.
      Dit rondgaan is mislukt.
V:   De hemel prijs en lof
      want 't serum is zeer tof,
      voorkomt rakend gebukt.
Q:   'k Mot afzien nu alweer
      van wat ik zo begeer:
      voor mensen groot ellende.
V:   Oh dokters, welkom nog;
      uw zorg is dienend toch;
      tot hulp zich ieder wende!

De muziek stopt.
Q schreeuwend: Wat ben IK? Ik ben ego. Wat kan mij de gezondheid van zo'n kind schelen. Als een kalf in de put valt moet het daar zelf maar weer uit zien te komen. Zeker 's zondags. Hij loopt weg.
De straatmuzikanten spelen de psalm "Looft de Heer want Hij is goed; looft Hem met een blij gemoed" en de vrouw met haar kind maken op de muziek een dansje.
Iedereen kan meedansen.
 
Dit straattheater bedoelt bij te dragen aan de campagne voor inenting tegen polio.                                                           
In de optiek van het stuk wordt naast fysieke ook geestelijke evolutie onderkend. Van Boven komt verspreiding van lief en leed zodat de mens geen zombie wordt maar door schade en schande wijzer zich richt op ontwikkeling, inhoudend ook het zoeken van God. En zo nodig van zijn helpertjes zoals dokters.



maandag 19 januari 2009

Yanchilin versus Einstein



    
 
     Kernvraag is wie er gelijk heeft: Einstein die meende dat licht nabij massa vertraagt, hetgeen in extremo het bestaan van zwarte gaten mogelijk zou maken, of Yanchilin die tot de conclusie komt dat het tegenovergestelde waar is.
Licht van Mercurius dat vlak langs de zon passeert wordt afgebogen naar het grote hemellichaam toe.
 
Het algemeen aanvaarde principe van Fermat stelt dat licht de in tijd gemeten kortste weg volgt.
 
Langs de zon zou de baan van een foton niet recht maar vanaf de zon bezien volgens de theorie van Einstein hyperbolisch moeten verlopen omdat de tijd dichter bij de zon trager tempo heeft en de duur van een gebeurtenis, het afleggen van het traject, toeneemt.
Is het juist wat Yanchilin beargumenteert, namelijk dat verder van de zon de tijd langzamer verloopt, dan zal het licht daar passeren. In zijn boek verduidelijkt Yanchilin een en ander als volgt: Stel dat het passerend deeltje radio-actief is en na tien seconden eigen tijd uiteenvalt. Dichter langs de zon gaande zou het volgens de oude theorie nooit aankomen omdat er al tien seconden eigen tijd verstreken zullen zijn voordat het hele traject afgelegd is.
Was er op Aarde geen dampkring met varierende brekingsindex dan zou je eens moeten waarnemen of de zon eerder of later ondergaat dan uit de baan van de Aarde berekend wordt.

Voorts mag er in de berekening van de verandering der baan van licht nabij massa volgens Yanchilin niet over het hoofd gezien worden dat er ook sprake is van verandering der "interne energie".

Ondermeer voor geologen is de nieuwe theorie van groot belang, want Yanchilin komt tot de conclusie dat in het verleden de radii van atomen kleiner waren, hetgeen bestaan van trans-uranium elementen mogelijk maakte. Zirkonen dienen wegens het radio-actief verval van ingesloten deeltjes vaak als gids voor tijdsbepaling. Die zal bijgesteld moeten worden als Yanchilin gelijk heeft. Ook tektoniek kan dan mogelijk beter verklaard worden en denk hierbij eens aan de aangroei van de oceaanbodems met mogelijke rotatie van de Britse eilanden tot gevolg alsmede verwijding van de Noordzeeslenk, opheffing van de Ardennen en met het Amsterdamse misschien ongeveer op het draaipunt. Zodat hier gevaar van aardbevingen, niet waargenomen in de laatste duizend jaar, klein zal zijn?

straattheater 7 euro


           
 
                         
                   of havermout en rijst

Een heel klein caravannetje op een stukje plantsoengras in een villabuurt zoals het Museumplein.
Voor het deurtje staat een stoel.
Er komt een bankdirecteur, met dikke sigaar en aktetas, langs wandelen. Hij blijft staan en bekijkt de caravan alsook de omgeving. Dan klopt hij aan en een oud mannetje doet open.
 
B: Goedendag, bent u eigenaar van dit caravannetje?
Oude man: Eigenaar? Deze caravan is van mij.
B: Ik wil het ding kopen, hoeveel wilt u er voor hebben?
O: Kopen? Jij wilt mijn caravannetje kopen? Die is niet te koop.
B: Kom, ik bied u een goede prijs. Zegt u maar hoeveel.
O: Nog voor geen tienduizend gulden verkoop ik mijn caravannetje. Ik woon erin.
B: Kom, ik bied u honderd euro. Dat is een redelijke prijs voor zo' n oud ding. Ik zoek namelijk onderdak voor mijn hond. Die krijgt jongen en dan is het oude hondehok te klein. Dit caravannetje is precies wat ik mijn hond graag gun.
O: En ik dan? Ik woon hier toch?
B: Heeft u geen huis? U kunt toch geld voor een woning bij de bank lenen? Ik ben bankier. Een lening bij ons is niet duur, maar elf procent rente op persoonlijke lening of doorlopend krediet.
 
De minister van Financieen, met steekhoed, komt langs.
 
B: Ach, minister goed dat ik u zie. Legt u, minister van financieen, deze oude man toch eens uit dat hij zich niet zo dwars moet opstelllen. Ik heb dit caravannetje nodig om mijn hond van goede huisvesting te voorzien.
M: Zo...dan kan hij het toch aan u verkopen? Tegen O: Deze heer wil graag uw caravan kopen.
O: Ik woon in mijn caravan. Ik heb die nodig om te wonen.
M: Heeft u geen huis? Er zijn ook voor u goede stenen woningen.
O: Die kan ik niet betalen van mijn AOW.
B: De AOW is toch net weer verhoogd?
M: Ja, met zeven euro.
B: Met zeven euro; da' s niet mis. Daar kun je wel 25 pakken havermout voor kopen.
O: Ik eet geen havermout, althans weinig. Ik ga meer rijst eten.
B en M: Rijst? Hoezo?
O: Nou ik wil een reis maken naar Indonesie, eindelijk naar de tropen, naar dat mooie land waar ze heel veel rijst eten.
M: Naar Indonesie? Dat kan toch niet van uw AOW?
B: Onmogelijk, de laatste keer dat ik naar Indonesie ging kostte een ticket 10.000 euro.
O: Ja, in de business class, maar daar reis ik niet in. Ik heb geen zaak die voor mij betaalt.

B: U kunt ook hier in eigen land rijst eten. Dat halen wij heel goedkoop uit de Derde Wereld.
M: De AOW is bedoeld als minimumvoorziening, niet voor luxe. Waar haalt u het geld vandaan?
O: Ik betaal geen hoge huur voor een goede woning. Ik woon in deze caravan.
M: U staat met uw caravan op openbaar groen, grond van de gemeente, dat mag niet.
B: Nee, dat mag niet, u mag hier niet wonen. Dit is grond van de gemeenschap. Verkoopt u nou maar het caravannetje zodat mijn hond onderdak krijgt.
O: Koop maar wat anders voor je hond. Jij hebt toch geld genoeg?!
B: Geld genoeg!? Helemaal niet. Hij wendt zich tot M: Kunt u mijn bank een paar miljard lenen?
M: U bedoelt garant staan voor een paar miljard. Bijvoorbeeld als u het uitleent aan senioren voor leuke woningen.
O tegen M: Dan kunt u beter rechtstreeks aan mij lenen.
B en M: Dat gaat niet. Wij proberen de economie draaiende te houden. Dat moet u begrijpen.
B: Precies. De regering zorgt ervoor zoals de minister zegt dat ik, ik bedoel mijn bank, genoeg geld krijgt om aan u uit te lenen. Dat mag u best waarderen.
O: U wilt aan mijn huis verdienen.
M: Dat is normaal. Daar is een bank voor. Hoe kan een bankier anders zijn villa bekostigen, zijn tweede huis, zijn jacht.
B: En een goed onderkomen voor mijn hond. Die heeft niet veel nodig. Dit caravannetje past precies. Ik bied u honderdentien euro.
M: Dat lijkt mij een goed bod.
O tegen B: Wat kost een hypotheek bij u?
B: Van 500 tot 5000 euro en meer per maand, afhankelijk van hoeveel aftrek u van de minister krijgt.
O: Aftrek? Dan krijg ik zeker heel veel aftrek, want ik heb slechts AOW inkomen.
M: Nee, nee, aftrek is voor welgestelden. Die hoeven dan minder belasting te betalen.
B: Iedereen evenveel belasting betalen. Dat zou het eerlijkst zijn. Tegen O: Ik veronderstel dat u eigenlijk te weinig belasting betaalt. Heeft u eigenlijk wel extra grondbelasting betaald nu uw caravannetje hier op gemeentegrond staat?
O: Van mijn 7 euro AOW erbij zeker. Kan ik niet met mijn caravannetje in uw tuin staan? Die is zo groot.
B: Mijn tuin is particulier bezit. Dat kan de minister bevestigen. M knikt plechtig. Als u geen huis kunt betalen hebben wij gelukkig het Leger des Heils. Dat is een hele goede organisatie met prima nachtopvang. Kom, ik heb u 110 euro geboden, dat is een heleboel geld. Misschien kan ik er nog wel een rijksdaalder bij doen.
M tegen O: Hoort u dat? De bankier heeft alweer zijn bod verhoogd. Weest u toch een beetje sociaal. Zijn hond heeft onderdak nodig. Tegen B: Waar gaat u de caravan plaatsen?
B: In mijn tuin natuurlijk; die is groot genoeg. He, wat is die oude man koppig, daar wordt je moe van. Hij gaat op de stoel voor het caravannetje zitten.
O: He, dat is mijn stoel.
B: Dat weet ik; ik mag er toch wel even op zitten?!
O: Nou, dat weet ik zo nog niet.
B: Ik ben moe en dan is het uw plicht om mij een stoel aan te bieden.
O: En ik loop elke dag, terwijl u mij in een grote auto met nog wel vier lege plaatsen voorbij rijdt.
M: Dat is meneer de bankier zijn dienstwagen.
B: Met chauffeur; er zijn maar drie onbezette plaatsen in de auto.
M: Ik weet zeker dat meneer de bankier de bedrijfswagen voor zijn werk gebruikt, want de onkosten worden van de belastingen afgetrokken.
O: De tram is voor meneer de bankier zeker te duur.
 
Hij gaat terug in zijn caravannetje.
 
B tegen M: Die caravan mag hier toch niet blijven staan?! Het is hier gemeentegrond en het ding verstoort mijn uitzicht.
M: Ik zal de politie zeggen het ding weg te halen en naar het gemeentelijk opslagterrein te brengen.
B: Dat kost zeker wat geld als de caravan daar opgeslagen wordt. Kan de oude man dat niet betalen en doet hij daarom afstand van de caravan dan wil ik die graag in mijn tuin geplaatst zien. Voor mijn hond.
M: Voor uw hond.
B: Mijn hond krijgt jongen.
M: Ach wat leuk, en die hebben natuurlijk een beschut plekje nodig tegen regen en kou. Ja, een oude caravan leent zich daar wel voor.
B: Zo is het; wij begrijpen elkaar. En die miljarden bankgarantie apprecieren wij; tweehonderd miljard voor alle banken samen? Een mooi bedrag; zo kunnen wij veel uitlenen.
M: En veel rente vangen. Vergeet niet om daarover ook wat belasting te betalen. Ik moet mijn ambtenaren immers goede salarissen geven.
B: Voor uzelf blijft er natuurlijk ook wel wat over?!
M: Eh ja, er zijn nogal wat ambtenaren die meer verdienen dan een minister. Dat moeten wij ministers inhalen.
B: Dat zal dan wel een salarisverhoging van zeven duizend euro betekenen voor u en de collegas.
M: Eh ja, per maand dan.
B neigt zich naar M's oor: Kunt u mooi arme mensen mee helpen. Mensen die te weinig verdienen voor een eigen huis en moeten huren. Van u. Of als u aandeelhouder van mijn bank wordt: wij verstrekken hypotheken en daarop krijgt u gegarandeerd hoog rendement. De mensen moeten immers altijd wonen Zo in een caravannetje dat is maar niks. Goed dat dat verboden is op grond van de gemeenschap of van particulieren.
 
Ben M schudden elkaar de hand.
 
M: Altijd prettig u te ontmoeten.
B: Wederzijds en als u later minister af bent: wie weet hebben wij nog een funktie a 7000 euro per week.
M: U schertst. U bedoelt natuurlijk zeven duizend euro per dag. Dat wordt dan, even narekenen, een drie, vier miljoen per jaar.
B: U bent dat waard!
M: En u ook.
 
De oude man is ondertussen weer uit de caravan gekomen en op de stoel gaan zitten.
 
O: Ik niet!
 
Vrouwelijke straatmuzikanten zetten muziek in en hij begint te zingen:
 
O:            Ik ben maar voor een dubbeltje geboren

               de sociale strijd heb ik verloren
               Wel vrij, maar niet gelijk in rechten
               ben ' k arm door 't pikken van de slechten
 
B & M:       Wij leven in een land heel overvloedig
                Met wind in onze rug gaan wij voorspoedig
                Dus volk, juich toe en help met blazen
  terzijde    Wij hebben jullie flink te grazen
 
B & M:       Wat hebben wij het goed
O:             Maar mij raakt tegenspoed
B & M:       Niemand die hoeft te klagen
O:             Toch heb ik nog wel vragen
B & M:       Een ieder krijgt zijn draai
O:             Ik niet, 'k verfoei gegraai
 
B & M        Wij delen eerlijk, doen onsz' stinkend' best;
                voor oudjes zeuven euro er nog rest
 
O roepend:  En daarvoor koop je wel 20 pakken havermout
 
B & M:        Vijfentwintig!
 
Ondertussen haalt een hele grote takelwagen van de politie het caravannetje weg.
 
(Een piepklein caravannetje, momenteel in stalling De Ganzenhoeve te Zeewolde, is beschikbaar voor opvoering)
 

Er kunnen evt. flyers uitgedeeld worden met daarop de tekst van art 1 der Verklaring van de rechten van de mens: "Ieder wordt geboren vrij en gelijk in rechten" en met toevoeging: "Dit behelst ook materiele componenten, bijvoorbeeld het recht op een minimale eigen plek om te wonen of te verblijven zonder dat anderen daar tegen je wil munt uit slaan. Het gaat hierbij niet over bouwvakkers die een reele prestatie leveren of de gemeente die de straat aanlegt, maar betreft huisjesmelkers, aandeelhouders van hypotheekbanken en lieden die al genoeg verdienen voor hun levensonderhoud maar meer wensen om arme mensen te kunnen "helpen" aan een huurhuis".

Vanzelfsprekend is een en ander ook van toepassing voor studenten en wellicht komt er dan na de voorstelling discussie op gang.


vrijdag 16 januari 2009

Brandstapel



                     Bij de Calvijn-week hoort natuurlijk een brandstapel en aangezien daarvan nog niets te merken was hieronder een voorstel tot opvoering van straattheater rondom zo'n opruimend geval. Het spel kan gespeeld worden zondag 18 januari MMIX op de Westermarkt, alwaar in de Westerkerk dan ook een zangstuk over Calvijn opgevoerd wordt.
 
       
                                    straattheater Calvijn
 
Uit een piepklein caravannetje naast de enorme Westerkerk komt af en toe een meneer iets betogen wat tegen het zere been van Calvijn is. Die (acteur uitgedost met lange baard volgens portret) loopt langs, luistert, trekt een zuur gezicht, verdwijnt, komt weer terug, etc.
Op zeker ogenblik komen werklieden aanzetten en bouwen een brandstapel. Calvijn knikt goedkeurend. Iedereen eventjes af.
Er arriveren lieden van Wikipedia, werpen het boek, een reusachtig kartonnen exemplaar met duidelijk leesbare kaft, "The quantum Theory of Gravitation" van Vasily Yanchilin op de brandstapel en proberen de boel aan te steken, hetgeen mislukt.
(Toelichting: Het boek bevindt zich in de biebs van VU en UvA, maar Yanchilin's werk wordt geboycot door Wikipedia).
Calvijn komt weer op, haalt de man uit het caravannetje en geleidt deze op de brandstapel. Uit de Westerkerk komen modern geklede mensen toegesneld die, eerst aarzelend, dat omkeren, de man weer in zijn caravannetje zetten; maar wel het ding afvoeren onder wegwerpende gebaren.
Calvijn kijkt om zich heen, slaat een dik boek open en scheurt daaruit etiketten "predestined for hell" (zo snappen toeristen ook enigszins waarover het gaat) en peinzend onderzoekt hij het publiek of daar misschien op te plakken valt. De modern geklede mensen komen terug en pakken na veel heen en weer gemompel en gesticulatie Calvijn die etiketten af, werpen deze papiertjes vervolgens in het vuur (praktisch bijvoorbeeld heel klein brandend in een wok) van de brandstapel. 
Evt. kunnen refo-gristenen ook homos aanvoeren (bedenk zelf een vervolg; het monument ter herinnering is er al).
Een paar straatmuzikanten beginnen te spelen: "He's got the whole world in His hands" (In de wetenschap is niets bekend over de Eerste Oorzaak. Religies noemen dat God en knopen er aan vast dat Die de mensen vriendelijk gezind is) en daarna toepasselijke liederen zoals "Onward christian soldiers" en het "strijdlied van de Amerikaanse Burgeroorlog". Calvijn staat er een beetje beteuterd bij, krabt zich achter de oren en zo, verdwijnt in het publiek. Tenslotte zingt een soprane:
 
Edel en hoog geboren
als mens naar Godes beeld
zoek ik rechtens behoren
de vrijheid onverheeld
Om 's Heren aardse gaven
te proeven met verstand
bied ik mijn broeder haven,
deel oogst in dit rijk land.
 
Humain par la sagesse
de Dieu le Createur
nous cherchons en noblesse
la liberte d' tout coeur
Le droit pour chaque tete
's appelle egalite;
sur Terre se rend une fete
plein de fraternite
                             (kan gezongen worden op de melodie van het Wilhelmus; meer coupletten en andere melodie zijn beschikbaar) 
 
De man uit het caravannetje komt weer op en gooit samen met de anderen emmers water op de brandstapel.
 
Waar daartoe gelegenheid te maken valt ware het publiek in staat te stellen om eigen slechte karaktertrekkenop een papiertje te zetten en dat vervolgens in het vuur van de brandstapel te werpen als teken dat men die nare eigenschappen kwijt wil. Het wordt zo van een straffend een reinigend vuur. Misschien rappend uit te leggen?