vrijdag 7 mei 2010

"-SCHOON"

 
              theaterspel op dagen voorafgaande aan Hemelvaart
 
Er staat een klein caravannetje op de stoep van het VU-hoofdgebouw (zonnige achterkant) met daarvoor een stoel, waarop een luierende schoonmaker in bedrijfskleding, gapend, duttend, zich rekkend.
Een professor in toga stapt op hem af; halverwege haalt hij iets uit zijn zakken, bijv. een zakdoek en laat dan tevens onbewust rommel vallen.
De professor tegen de schoonmaker: Dag goede vriend, heeft u niets te doen?
De schoonmaker hangt achterover op zijn stoel, rekt zich uit met de handen achter het hoofd, wijst dan met alleen een vinger (niet met de hele arm) op de rommel die de professor heeft veroorzaakt.
P: Juist, daar ligt rommel. Is het niet uw taak om die op te ruimen?
S haalt de schouders op: Die rommel heb ik niet gemaakt.
P: Kan wel zijn, maar u bent toch schoonmaker van beroep?
S: Wij schoonmakers staken.
P: Staken? Waarom? Bent u ontevreden? U hebt het toch goed hier, bij de VU?
S: Wij staken voor loonsverhoging.
P: Loonsverhoging? In deze tijd van crisis?
S: Het gaat maar om twintig cent per uur.
P: Twintig cent? Terzijde: Wat koop je daarvoor, voor twintig cent! Als de VU groter wordt krijgt de bovenbaas wel twintigduizend euro meer.
P: Twintig cent kan toch geen reden zijn om de boel hier maar te laten vervuilen?
    Hij haalt zijn zakdoek te voorschijn en weer valt er rommel van hem op de grond.
S wijst weer met het vingertje.
P kijkt: Ja, rommel, dat moet opgeruimd worden. Draait zich om en wil weglopen.
S met luide stem: Wilt u meehelpen opruimen?
P draait zich weer naar S toe: Beste man, wij leven in een hoog ontwikkelde maatschappij met verregaande arbeidsspecialisatie. U bent schoonmaker. Ik ben professor.
S wijst naar de rommel die P opnieuw laat vallen: Maar u maakt rommel en dat opruimen kunt u toch ook?
P terzijde: Minder ontwikkelde mensen begrijpen het verkeerd. Tegen S: Zoals ik al zei hebben we arbeidsverdeling, specialisatie. We moeten de klok niet terug draaien. Ik ben trouwens onmisbaar als professor en moet al mijn tijd daaraan besteden. Intellectueel bezig zijn, ziet u?
S: De hele week je harsens honderd procent belasten? Dat houdt toch geen mens vol? Daar krijg je toch hoofdpijn van!
P: U wel, maar ik niet!
S: Geloof ik niet; u doet vast de helft van de tijd maar alsof.
P: Absoluut niet en daarvoor wordt ik betaald.
S staat op: U verdient veel te veel. Da' s niet eerlijk. Als u helpt schoonmaken kunt u voor de daaraan bestede uren hetzelfde loon krijgen als ik. En omgekeerd ik de uwe om mijn hersens eens goed te laten werken.
P: Als u die heeft, die hersens.... Pardon, zo bedoel ik het niet.
S: Zou toch mooie nivellering voor u zijn; komt u wat dichter bij gewone mensen. En voor mij betekent het eindelijk voldoende geld om rond te komen.
P: Uw prestatie zal er niet naar zijn. Blijf toch gewoon schoonmaker en wees tevreden met uw loon.
Terzijde: Dat kost ons al meer dan genoeg. De ruimte voor onze salarisverhoging verdwijnt als zijn soort zich niet voldoende inspant en er meer lager personeel, ik meen uitzendkrachten nodig zijn om de VU schoon en aantrekkelijk te houden. Zuchtend: Alleen meer geld voor het onderwijs kan onze salarisverhogingen garanderen.
 
Een jonge vrouw komt op. Zij tilt haar voeten extra hoog op om haar mooie glimmende schoenen goed zichtbaar te doen zijn. Ze omhelst de professor: Hoe gaat het schat. Moet je mij nou toch eens zien met zulke oude schoenen.
P: Denk je dat je aan nieuwe toe bent? Hij geeft haar een groot bankbiljet en laat daarbij rommel vallen. De vrouw af.
S: Alweer.
P: Wat is er, wat bedoelt u?
S: U maakt alweer rommel.
P: Dat is toch niet erg. U als schoonmaker bent een vakman en kunt het opruimen.
Ze zwijgen en blikken dan in de richting van de terugkerende vrouw.
V: Dag schat. Ze heeft andere, nieuwe schoenen aan en draagt ook een grote schoenendoos, bijv. voor laarzen, onder de arm. Daar wijst ze op: Deze zijn voor zondag als we naar de kerk gaan. Ze laat iets van de schoenen in de doos zien en er valt zonder dat zij het merkt verpakkingsrommel op de grond.
S lacht: Ik dacht in de kerk kijk je naar boven, niet naar beneden, naar schoenen. 
V tegen S, wijzend op de schoenen aan haar voeten: Vindt u ze mooi?
S: 't Kan er mee door.
V, beteuterd, houdt hand op bij P, die haar weer een groot bankbiljet geeft, af.
P: Dus u gaat nu schoonmaken? Anders verdient u niet uw loon!
S: Dat zal u ook wel eens gebeuren; het loon, uw salaris niet verdienen....Omdat u niet presteerde...of niks presteren kon.
P: Foei, met u treed ik niet in discussie.
S: Hoeft helemaal niet. Wij staken voor redelijk loon; maar een paart dubbeltjes per uur meer; niet een paar euro per uur meer zoals u gewend bent.
P: Foei, met u valt niet te praten.
V komt op met andere schoenen aan; tegen S: Dit zijn mooie, he? De nieuwe mode. Tegen P: Ik kwam honderd euro tekort. Ga jij die even betalen? P af.
V tegen S: Werkt u ook op de Vrije Universiteit?
S: Ja en nee. Ik werk er wel, maar er niet bij. De VU vindt ons te duur en kiest voor een uitzendbureau. Daar werk ik.... maar nu niet, want we staken.
V: Staken; wat leuk, weer eens wat anders, he?
S: Nee, niet echt leuk, het gaat om een serieuze zaak, om geld.
V: Dat heeft de VU toch genoeg? De professor krijgt wel een ton zo ongeveer.
S: Honderdduizend euro? Dat is meer dan ik dacht. Dan blijft er voor mij weinig over.
P komt weer op en V omhelst hem.
V: Heb je iets voor me meegebracht? Nieuwe schoenen?
S: Nog meer schoenen?
V: Zeker! Ik kan me toch niet vertonen met steeds dezelfde ouwe schoenen aan?!
S: Vast niet. Waar gaat u zich vertonen?
V: Nou, hier en daar; op straat, op feesten, recepties, op partijtjes. In de VIP box misschien.
S: Dan houdt u weinig tijd over om te werken.
V: Werken? Ik werk heel hard. Relaties opbouwen, de professor helpen vooruit te komen.
S: Tja, wat zal ik zeggen.
P: U hoeft niets te zeggen. Gaat u toch schoonmaken.
S: Eerst loonsverhoging; maar twintig centjes per uur.
P: Dat wordt ons veel te duur. Ik bedoel; regelt u dat maar met uw werkgever het uitzendbureau.
S: De VU is er toch voor de kleine luyden; om die te helpen?
P: De VU heeft zich ontwikkeld en gaat binnenkort samen met de Zuidas, waar de nederlandse financiele elite werkzaam is.
V terzijde: Wat voor schoenen moet ik daar dragen. Toch maar eens kijken in de winkels wat ze hebben.
S na zich achter het oor gekrabbeld te hebben: De VU is toch christelijk?
P: De VU is heel gristelijk; altijd geweest.
S: Maar....
P: Kijk eens beste man: In de wetenschap spreken wij volgens moderne inzichten, gebaseerd op onderzoek. Welnu, het wetenschappelijk onderzoek heeft aangetoond dat Van Nazareth geen doctors of ingenieurstitel had, wellicht zelfs niet eens volledig afgestudeerd was. Wij moeten daarom hiaten aanvullen en dat doen wij naar ons beste weten, ik bedoel gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek.
Voor de VU is het beter dat het Rijk of de Gemeente zich voortaan bemoeit met wat u noemt "kleine luyden"; of anders het Leger des Heils. Wij willen kenniskwartier worden van de Zuidas. Daar ligt onze toekomst, wil die riant zijn. Terzijde, grijnzend: En flinke salarisverhoging opleveren. 
S naar beneden kijkend: Ik begrijp het niet. Jezus deed toch aan voetwassen?! Dat is een soort reinigen, schoonmaken.
P heft in vertwijfeling de armen omhoog: Beste, ongeletterde man. Jezus heeft volkomen voldaan. Alles gedaan wat nodig was. Daarom hoeven wij niet meer, niet te herhalen. God hoeft niet dubbelop te hebben. Dat druist in tegen onze principes. De officiele gereformeerde leer der Vrije Universiteit is dat onze Verlosser alle schuld volkomen geboet en ons vrijgemaakt heeft. Daar houd ik mij aan. Wij zijn nu vrij en kunnen ervoor kiezen om ons aan te sluiten bij de mensen van de Zuidas.
S: Bij de Mammon op de Zuidas zult u bedoelen.
P: Foei, foei, nogmaals foei. U beledigt mij. Het is beter dat u niet meer op de VU komt als u zulke praatjes heeft. En niet wilt schoonmaken!
S haalt schouders op en zwijgt.
P: Nogmaals: wij mogen niet ondankbaar zijn en niet aardse gaven weigeren als God ons die voortaan schenkt.
S: Schenkt? Die jullie pakken zal dichter bij de waarheid zijn. 
V tegen P: Kom, word nou niet boos. Ga liever met mij mee, dan gaan we gezellig winkelen. In de Leidsestraat zijn wel tig schoenwinkels. En morgen samen naar dat carrierecongres vliegen. Kun je 's middags met de collega's lekker golf spelen. Ze trekt een nadenkend gezicht met de hand aan de kin: Waar haal ik zo gauw nieuwe terreinschoenen? P en V af.
 
S blijft achter en gaat weer voor het caravannetje zitten, nadenkend; dan: Als die professoren een ton krijgen zullen ze vast wel geld over hebben om ons weinig verdienende schoonmakers aan een huisje te helpen in plaats van een caravan.
S staat op en krabt zich achter het oor: Of-schoon...........: ze vragen zulke hoge huren. En daar worden ze nog rijker van terwijl ze al welgesteld zijn. Hij schudt het hoofd en mompelt: Boter bij de vis. Voor wat hoort wat. Voor een dubbeltje geboren word je geen kwartje. Hij gaat de caravan binnen. Hij komt de caravan weer uit: Die professor verdient zoveel. En dat in een beschermd baantje. Ontslagen wordt ie niet. Zweten doet ie niet. Ik met mijn caravannetje. Die professor heeft vast een mooi huis en krijgt aftrek hypotheekrente. Tegen publiek: Wat stond er ook al weer in de krant? Gemiddeld 3000 euro aftrek per huishouden. Ik krijg geen aftrek. Dus hij misschien wel zesduizend. Hij gaat weer naar binnen. Plotseling opent het bovendeurtje van de caravan en hieruit hangend wijst S naar het publiek: Maar de studenten; die willen ons vast wel helpen. Vlug komt een statig dansend koortje (met liefst kinderstemmen) op en zingt op gregoriaanse melodie:
 
       Simon, zoon van Johannes, heb jij Mij lief?
       Heer....U weet alles, u weet dat mijn  hart voor U is.
       Alex, zoon van de VU, etc.
       Berend, Cornelis, zonen der Vrije Universiteit, etc.
       Enz. , het hele alfabet afgaande.
 
       Tussendoor een aria van S: (uit de psalmen)
                        
                         De HERE hoedt wie argeloos zijn.
                         Zijn oor neigt naar wie Hem roept.
                         O Heer, Uw knecht mag ik zijn
                         want Gij ontsluit mijn boeien.
 
                             met ook het koor:
 
                                 i...i...i...i....dimisit inanes.
 


Haags straattheater

   optocht 30 april - 9 juni 
 

Een stoet van parlementariers vertrekt van het Binnenhof naar een piepklein maar mooi caravannetje (beschikbaar uit de stalling Ganzenhoeve te Zeewolde) in de buurt van het paleis Noordeinde.
Voorop loopt een in blauw pak met oranje sjerp geklede Mark Rutte (acteur met masker), dragend een bord met daarop: "de VVD wil vrijheid voor iedereen behalve natuurlijk voor het volk (geen referenda)".
Daarachter een in het wit met vuile vlekken geklede Balkenende, voorzien van een oranje hoge hoed, die een emmer met schoonmaakspullen draagt. Op de emmer staat: "wij wassen voeten". Hij loopt af en toe op het publiek toe waar een acteur staat die zijn voeten wil laten wassen. Maar Balkenende keert zich schaterend van hem af.
Bos en Cohen sluiten aan, de een met oranje pet, zich alsmaar in de handen wrijvend en verstaanbaar mompelend "vijf ton wachtgeld, da's binnen!" en de ander met enorme oranje das op een roze overhemd, een theepot meezeulend. Ze delen fake stadspassen uit. Vrolijk doen ze elkaar sjaals om met de tekst "adspirant-lid miljonairsclub".
Vervolgens een D-66-er met bijv. oranjebroek en spandoek waarop: "Meer geld voor het onderwijs" en daaronder: "More money for teachers, professors, civil servants" in nog grotere letters.
Een PVV met oranje geschminkt gezicht, beladen met handboeien in verschillende formaten, loopt af en toe uit de rij en monstert personen uit het publiek om dan mogelijk passende handboeien te inspecteren.
Een in het groen geklede Groen Linkser met oranje pruik draagt wiegend een bord met daarop: "Ook wij willen aftrek hypotheekrente houden. Gemiddeld bedraagt dat bijna 4000 euro per huishouden".
Hierachter de SP, die rode kledingstukken uittrekt, waarop oranje ondergoed zichtbaar wordt. Een tweede SP-er draagt een bord: "Aftrek hypotheekrente laten blijven (al krijgen de minima niets en de rijken des te meer)".
Een SGP-partijlid met flink wat oranje aan het lijf keert al lopend telkens een bord om, waarop aan de ene kant staat: "Bekeert u tot Mammon's bio-industrie" en aan de andere kant: "Goed Nieuws: Het deel van de Tien Geboden waarin ook aan het vee sabbath, ontspannen rondscharrelen in een natuurlijke omgeving, toegekend werd is afgeschaft".
Aan het eind van de rij loopt de Dierenpartij (dame), net als de vorige personen met goed zichtbaar partij-embleem, dragend een reusachtige oranje tandenborstel. Het publiek begrijpt niet wat dat moet voorstellen. Leugens wegpoetsen?Ze heeft aan de hand een jong meisje met etiket "Sociale Unie". Het kind deelt folders uit met daarop de tekst:
   "Echte democratie betekent referenda over hoofdzaken, waarna een ondergeschikt parlement zorgt voor uitwerking en dagelijkse controle.
   Niet toename van flutbanen maar herverdeling van de betere funkties -zodat iedereen zich tenminste een deel van de week optimaal kan ontplooien- brengt meer welvaart. Het maakt de arbeidsweek korter en scheelt files.
   De NL rechters werken het Internationale Verdrag op de burgerrechten onder tafel, met als gevolg adel boven minder volk. Maar zijn ik en mijn leeftijdsgenootjes niet allemaal prinsen en prinsesjes? Toekomstvisie? Handel daarnaar en stuur de bedervende Trix Amsberg met haar familie weg".
 
De optocht komt aan bij het caravannetje, waarin een jongeman huist die zijn hoofd uit het bovendeurtje steekt om rond te kijken. De politici, behalve de Dierenpartij met het kleine meisje, vormen een halve kring en zeggen in koor: Woont u daar? In een caravannetje?
De jongeman antwoordt: Ja, hier woon ik. Ik woon hier tijdelijk, totdat ik misschien ooit rijk ben.
Het koor: Een caravan hoort op de camping.
J: Maar dat kost wel tweeduizend euro per seizoen.
K: Gaat u dan in een huis wonen!
J: Dat is duur, zoveel geld heb ik eigenlijk niet.
K: Gaat u dan op een kamer wonen.
J: Dat kost ook een heleboel. Wel drie-, vierhonderd euro in de maand. Iedereen wil aan mij verdienen.
K: Koop dan een pand, dan krijgt u aftrek hypotheekrente.
J: Een eigen huisje van vijftig, zestig mille, dat zou niet gek zijn.
K: Ha, ha, ha. U bent gek. Bij zo'n lage prijs is er geen hoge hypotheek nodig en dan krijg je geen renteaftrek. 
J: Renteaftrek? Wat is dat?
K: Dat is belastingverlichting voor modaal en bovenmodaal.
J: Maar men moet toch naar draagkracht betalen. De zwaarste lasten op de sterkste schouders?
K: Ha, ha, ha. U bent zeker een vreemdeling in Den Haag. Wij genieten van aftrek hypotheekrente.
J: Ik niet.
VVD-er: Nee, maar u bent wel belangrijk hoor.
PvdA-ers: U telt heus mee, hoor!
J: Hoezo?
D-66-er: Gemiddeld is de aftrek hypotheekrente bijna 4000 euro.
PVV-er:  Als u niets krijgt ontvangen wij dus des te meer.
Ze wrijven zich in de handen, behalve de Dierenpartij die op een paaltje zit en een beetje met het meisje speelt.
J: Nou ja, ik vind het niet eerlijk. maar wat doe ik er aan.
Groenlinks: U moet meehelpen. Update: Je hebt gelijk.
J: Meehelpen, hoezo?
SGP: U krijgt geen aftrek en wij krijgen daarom meer. Geeft u ons dat dan maar.
J: Geven? Wat geven?
K: Gemiddeld 4000 euro per huishouden, dat is per twee huishoudens in totaal 8000 euro, snapt u?
J: Ja, ja, ik kan ook wel rekenen, hoor.
VVD-er: Nou als het gemiddelde 4000 is en de een niets krijgt, wat wordt er dan op de bankrekening van de ander bijgeschreven?
J: Gefeliciteerd, een mooi bedrag. Zoveel geld, daar moet ik een heel jaar van leven.
SP: Ik wil het geld graag contant.
CDA-er: Hij stapt op de jongeman af, die intussen buiten de caravan is gaan staan. Geeft u dan maar het geld contant.
K: Ja, contant mag ook best, hoor.
De VVD-er probeert bij de broekzak van de jongeman te komen om daaruit geld te halen.
De CDA-er voegt zich erbij met ongeveer dezelfde handeling.
De PvdA-ers heffen vermanend het vingertje op en roepen: Solidariteit, geeft u nu het geld dat ons toekomt.
De SP roept: Wij zijn voor loonsverhoging met 5% in de komende jaren. Dat is wel vijftig cent meer voor wie nu een tientje verdient.
D-66 zwaait woest met zijn bord en wijst daarop onoplettend de tekst "meer geld voor de schoolmeesters" aan. De Groenlinkser corrigeert hem, gebaart dat hij "meer geld voor het onderwijs" moet aanwijzen. De D66-er schrikt en corrigeert.
De SGP-er houdt de jongeman zijn hoofddeksel voor als collectezak.
De jongeman loopt op de Dierenpartij toe. Deze glimlacht en geeft hem een hand. De jongeman loopt terug naar de caravan, gaat naar binnen en sluit de deur.
K: Dat gaat zo maar niet. Om de beurt: Houd de dief. Ze duwen de caravan naar een parkeerplaats waar een groot bord staat met "Afval hier". Het kind kijkt toe en begint te huilen.
De politici verzamelen zich weer op de plek van het toneel -waar de caravan niet meer het uitzicht beneemt- en eentje roept, wijzend: Kijk daar staat het paleis van onze koningin. De VVD-er roept: Leve de koningin. De CDa-er roept zo idem en alle anderen volgen, de SP een beetje lusteloos. Behalve de Dierenpartij, die het kind verzorgt, dat nu luid is gaan bleren. De politici trachten te overstemmen met "Leve de koningin, hoera". Het kind huilt nu sloten tranen. De Dierenpartij vangt die op in een fles en laat die zien aan het publiek, maar ze verwisselt de fles zichtbaar voor Amaro bitter en daarvan krijgen de omstanders een glaasje aangeboden.
 
Hoe loopt het nu verder af? Krijgen de politici berouw, komen zij tot inkeer? Waarschijnlijk niet. Zij houden vast aan ongelijke verdeling van macht en bijbehorend inkomen. Ze houden het volk vleespotten der bio-industrie voor. Het kan nog lang duren voordat het kleine meisje groot wordt en aan Uittocht naar werkelijke democratie begint.
Straatmuzikanten spelen en zingen (er is melodie beschikbaar op deze site):
 
Edel en hoog geboren
als mens naar Godes beeld
zoek ik rechtens behoren
de vrijheid onverheeld
Om 's Heeren (mag ook Natuur's) aardse gaven
te proeven met verstand
bied ik mijn broeder haven
deel oogst in dit rijk land.
 
           En voor buitenlanders goed te verstaan:
 Humain par la sagesse
de Dieu le Createur
nous cherchons en noblesse
la liberte d'tout coeur
le droit pour chaque tete
s'appelle egalite;
sur Terre se rend une fete
plein de fraternite
   (kan de leestekens niet vinden)


woensdag 31 maart 2010

veldtheater

                                 d e   r e d e   r e g e e r t
                                                                      
toneel
            te Nieuw Statenzijl, op de hoogte aan de overkant van de Westerwoldse A
 
      monologen over pacht
 
 
De bezoekers zien voordat ze het pad over de sluis op gaan een scherm,
met daarop per zin achtereenvolgens geprojecteerd Jesaja 5:1-7 (NBV)
 
"Voor mijn geliefde wil ik zingen het lied van mijn lief en zijn wijngaard.
Mijn geliefde had een wijngaard, gelegen op vruchtbare grond.
Hij bewerkte de grond, haalde de stenen eruit en plantte een edele druivensoort.
Hij bouwde er een wachttoren, hakte ook de perskuip uit.
Hij verwachtte veel van zijn wijngaard, maar die bracht slechts wrange druiven voort.
Welnu, inwoners van Juda en Jeruzalem, spreek recht tussen mij en mijn wijngaard.
Wat kon ik meer aan mijn wijngaard doen, wat heb ik te weinig gedaan?
Ik verwachtte zoveel van mijn wijngaard, waarom bracht hij slechts wrange druiven voort?
Luister, ik zal jullie vertellen wat ik met mijn wijngaard ga doen:
Ik ruk de doornhaag uit en breek de muur af, zodat hij verbrand en vertrapt kan worden.
Ik zal hem laten verwilderen, er wordt niet meer gesnoeid,
niet meer gewied, dorens en distels schieten er op.
De wolken zal ik opdragen geen regen op hem te laten vallen.
Israel is de wijngaard van de HEER van de hemelse machten,
de uitgelezen aanplant zijn de inwoners van Juda.
Hij verwachtte recht, maar oogstte onrecht,
Hij zocht rechtsbetrachting, maar vond rechtsverkrachting".
 
Na de sluis is er een ander scherm met daarop in z'n geheel, of van beneden naar boven kruipend,
het evangelie volgens Lucas 20:9-19 (samengevat):
 
Een heer ging geruime tijd op reis en verpachtte ondertussen zijn wijngaard. Wat later stuurde hij een knecht om de pacht of een deel van de oogst in ontvangst te nemen. Maar die werd door de pachters geslagen en met lege handen weggestuurd. Dat overkwam ook een tweede en derde knecht van de heer. Die vroeg zich af: Wat moet ik doen? En hij stuurde zijn zoon, want die zouden de pachters toch wel respecteren. Maar zij konkelden met elkaar en zeiden: Dat is de erfgenaam: laten we hem doodmaken, dan zal de wijngaard ons toebehoren. Zo deden zij. Toen kwam de heer zelf, doodde de moordenaars en gaf de wijngaard aan anderen.
 
Op de hoogte staat een piepkleine maar mooie caravan (uit stalling De Ganzenhoeve te Zeewolde)
met daarin/daarbij:
                             Anneke    - in de deuropening
                             Anna       - achter gesloten raam (met luidspreker en felle verlichting)
                             Anita       - dansend buiten bij de trekhaak
                             Annie       - in het geopende venster aan de achterkant
 
Het publiek trekt om de caravan heen, verplaatst zich naar de zijde waar de actrice optreedt.
Boven elke kant van de caravan staat de naam waarmee de actrice speelt.
 
Anneke:
Wat leuk dat jullie hier gekomen zijn.
Het wordt vast gezellig.
Ik dacht: Laat ik m'n caravannetje nou eens niet op een camping zetten; tussen al die andere caravans in.
Wat heb je hier een ruimte.
De wereld is hier zo onbegrensd, he.
 
De bakker is niet om de hoek en de supermarkt mis ik niet.
Hoe dat kan? Ik bak m'n eigen brood. En het zeewier daarginds (wijst naar de Dollard) is heel smakelijk, bovendien hardstikke gezond. Niet verder vertellen: Ik eet ook wel eens een eitje. Van die vogels daar. Ach, het zijn er zo veel; zo'n eitje missen ze vast niet. Ze leggen wel weer bij, toch?
 
Ja, ik kan eigenlijk zonder wat ze noemen beschaafde wereld om me heen. Ik bedoel ik red me zelf. Geen mens nodig. Dat is niet kwaad bedoeld, hoor. Gezellig dat jullie hier zijn. Een beetje babbelen doet mij best goed.
Maar ik blijf erbij: Ik red me zelf. Ik heb anderen niet echt nodig. Als ik ziek word zoek ik kruiden. Die laat de Natuur hier volop groeien. Hier rond de caravan tussen 't gras. Daar bij de waterkant tussen het riet en verderop in de zone van hoog en laag water. Alles loopt vanzelf. 'k Heb niemand nodig. Zelfs geen God.
Kan mij wat schelen dat de wetenschap beweert, ja beweert dat er een Eerste Oorzaak moet zijn. Da's hun logica, maar ze kunnen er helemaal niks over preciseren.
In de kerk wordt die Eerste Oorzaak God genoemd. Maar wat heb ik daaraan? Kan ik wel zonder. Gezellig ook hoor zonder God met jullie erbij. Oh ja, die God zou de mensen vriendelijk gezind zijn. Jullie weten wel beter met al de ellende in de wereld. Dan zeggen ze erbij, die religieuze types, dat je lief en leed moet doormaken, ervaren omdat je anders een zombie of een automaat wordt. Geestelijke evolutie heet het met deftige woorden. Ik denk dat ik er niks van geloof. Waarom zou ik? Godentaal moet je leren als je de Eerste Oorzaak zou willen begrijpen. Niks voor mij. Ik heb hier mijn plezier en dat is voldoende. De rest gaat mij niet aan en kan mij niet schelen. Nou ja, 't weekend ga ik natuurlijk naar de stad, bioscoopje pikken, lekker eten, dansen, scharrelen. Mag ik even? Hoe ik dat betaal? Nee lieve mensen, dat gaat jullie niet aan. Dat blijft mijn geheimpje. Denk maar dat ik een suikeroompje heb of de lotto won. Nu niet gaan bedelen voor een of ander zogenaamd goed doel, he, als je zometeen gaat denken dat ik er warmpjes bij zit. Er kan echt niets af, al zeg ik het zelf. Niet boos worden, vandaag is het misschien niet mijn superdag. Een mens mag toch wel eens wat humeurig zijn. Nee, jaloers op jullie ben ik niet. En ik hoop jullie ook niet op mij. Dan krijgen we tenminste geen ruzie. Ieder voor zichzelf, zou ik zeggen.
Ze smijt het deurtje van de caravan met een klap achter zich dicht. Anneke begon goedlachs en eindigt humeurig.
Het publiek trekt naar de tegenovergestelde zijde van de caravan. Evt met uit een luidspreker geluiden van dieren in de vrije natuur.
 
Anna, nogal monotoon uit de luidspreker klinkend:
De mensen in de streek verderop zeggen in hun dialect dat de wereld hier met krantepapier is dichtgeplakt.
-Daar zocht ik naar!-
Naar een end van al het bestaande, een grens waar je niet voorbij kunt.
Een afbakening die duidelijk is -tenminste voor de geest-, iets stevigs als een muur waar je tegenaan kunt leunen. Die je remt, stopt als je op hol bent geslagen; gevlucht misschien of zelfs gedeserteerd.
 
Met krantepapier dichtgeplakt.
De krant mag vol staan met verhalen over gebeurtenissen elders. Maar voor mij zijn die gebeurtenissen slechts op papier, ontdaan van werkelijk bestaan. Ik ben er niet bij en wil er niet bij zijn. Slechts vage indrukken -zoals drukinkt op papier maar onnauwkeurig en gebrekkig de werkelijkheid weerspiegelt- dat is voor mij voldoende.
 
Lijk ik een soort kluizenaar? Zo hier in dit piepkleine ding op een lege vlakte? Ik kom de caravan niet eens uit.
Is het huiver voor de ontzettend grote ruimte rondom? De einde-, eindeloze uitgestrektheid. Ik weet diep in mijn binnenste dat die niet ophoudt in Noordoost-Groningen, op de meest godverlaten plek van Nederland. Wel een mooi plekkie overigens, fijn om hier te staan; in de caravan te zitten en de ruimte rondom, de enorme ruimte rondom Niets te laten zijn; zonder betekenis voor mij.
 
Ja, ja, Einstein dacht dat de ruimte gekromd is. Kunt u zich dat voorstellen? Hij bedoelde dat lengte en tijd veranderen nabij massa; bij iets zwaars zoals de zon, de Aarde. Wat merk je daarvan bij of in een caravan......Niets!
Nog eentoniger, volstrekt monotoon liefst:
In het jaar 2003 geviel het dat de russische geleerde Vasily Yanchilin alles sekuur narekende en tot de conclusie kwam dat de algemene relativiteitstheorie van bijna honderd jaar geleden niet deugt. De nieuwe hypothese is dat de totale massa van het heelal de aard van de natuurkundige wetten bepaalt: Ver weg van massa neemt de onzekerheid, bekend begrip in de kwantummechanica, toe. De Heisenberg sfeer waarbinnen een deeltje bestaat wordt dan groter en die onzekerheid over zijn preciese plek op een bepaald ogenblik groeit. Alsof je dicht bij massa rustig op of bij je stoel blijft terwijl verderop je heen en weer zou rennen. Alsof de deeltjes, atomen, electronen in het vrije heen en weer vliegen terwijl ze nabij massa rustiger worden, meer aan een plek gebonden raken. En je weet: als er meer volk van buiten richting attractie, naar die massa toegaat dan er binnen opstaan en naar buiten vertrekken.......... Zwaartekracht, gravitatie, beweging naar massa toe wordt aldus thans verklaard als een puur kwantummechanisch verschijnsel.
 
Met andere stem, een beetje moedeloos: Zo heb ik het gelezen. heb ik het begrepen? Is het nodig dat ik het begrijp? Ik grijp naar het weten. Maar soms zijn het niet meer dan wetenswaardigheden die ik net zo goed kan vergeten. Mijn kluisje, dit caravannetje, hoeft het ook allemaal niet te bevatten.
Gaan jullie nu maar. Ik heb jullie zo weinig te zeggen. Wie verwacht er ook iets van een kluizenares. Verder dan af en toe wat broodkruimels strooien voor de vogels kom ik niet.
De luidspreker knettert.
Ook dat nog. Waarom niet eigenlijk? Waarom wel, waarom niet, waarom wel, waarom niet (afzwakkend).....
 
Anita, komt dansend uit de caravan:
Was dat even zware kost, daarnet?!
Ik zal jullie mijn nieuwe dansje laten zien (ze danst een tikkeltje a la revue).
Wacht, een muziekje erbij. Dat hoort zo. Dan dans je beter.
Ze zet muziek aan, maar al gauw verandert het dansen in heupwiegen en begint ze te zingen:
Het leven is vol lol
als die zit in je bol,
in je benen, armen, lijf.
'k Ben nog lang geen oud wijf!
Moet je horen, gistermorgen
liep 'k nog rond met grote zorgen,
denkend aan toekomstig graf.
Als je dr in valt ben je af.
 
Daarom heb ik liever feest
'k kan tekeer gaan als een beest:
lekk're mixjes of ook bier!
Daar, daar (ze wijst naar beneden en naar boven) is 't niet, dus drink je 't hier.
En een vent mag mij behagen;
zomaar, zonder moeil'ke vragen.
Ze barst in lachen uit: Ha, haha, haha...ha...ha...ha (aarzelend)
Sprekend: Misschien ben ik wat vergeten, hoe dat ook mag heten....
Wacht (ze heft een vinger op, denkt na)... het is de pacht (langzaam, duidelijk uitgesproken)
voor al die prrracht, dag en nacht
en 't potverteren, vervullend mijn begeren.
Ze slaat de handen tegen 't hoofd en rent naar binnen, de caravan in.
 
Annie, uit het raampje aan de achterkant van de caravan hangend:
't Is al weer ..... (ze noemt het uur)
Wat gaat de tijd snel, he?
Vonden jullie die dans mooi? (Ze staart voor zich uit)
De pacht..... die pacht! De eigenaar wil huuropbrengst.
Er moet rente betaald worden.
De Schepper wil beloning. Pacht, pacht.......pacht!
Waar haal ik het vandaan. Ik ben zelf alles nodig.
Het Leger des Heils zegt toch: "God houdt van jou". Anders dus, lijkt het.
Hij wil pacht, rente, opbrengst, beloning voor Zijn werk.
En ik vermag niet te ontkennen dat de wereld spannend, boeiend in elkaar zit als de beste film die je ooit gezien hebt.
 
Maar ik heb toch niet zelf gekozen om hier te zijn? Nou ja, wel in dit caravannetje; maar niet om geboren te worden, om een piepklein wezentje op Aarde te worden. Dat ook nog eens allerlei lelijks en meestal een heleboel leed moet meemaken. Zou ik niet eerder geld toe moeten krijgen van God?
Pacht, opbrengst wil Hij en wie ben ik dat ik Hem dat uit Zijn hoofd zou praten. "Ik ben Die er is" noemen de Joden Hem. "Ik ben...Die ...er...is". Hm, moet ik over nadenken.
Als God er is en pacht wil, van mij iets wil dat ik moet afstaan en ik heb dat niet....Dan zou ik dat moeten zien te krijgen eerst. Van andere mensen? Van anderen! Hebben die dat dan wel?
Ach, natuurlijk; het gaat niet om geld. Dat is zaak van de Mammon, maar een afgodje is die, een kwade genius, een duiveltje dat de argeloze mens betovert, overvalt, meesleept.
Willen ze Hierboven soms wijn? De wijn die wij in onze wijngaarden produceren? Dat kan zelfs hier op de Dollardklei als je maar een tegen wind en herfstige nattigheid beschut zonnig hellinkje maakt. Tegen een heuvel aan die een stuk dijk vervangt bijvoorbeeld.
Dorstig Hierboven? Ze kunnen er toch water in wijn veranderen? Vraag het maar aan die bruiloftsgasten en hun ceremoniemeester.
Wat moet ik bijdragen? Wat missen ze Daarboven dat ze mij nodig hebben?
 
Opeens harde, schetterende muziek.
De actrice zingt slotlied, bovenop de caravan:
Ia, ia, d'ezel zegt ja, ja.
Toen Bileam neeg tot het kwade
kwam ik, stom beest, die man te rade,
De engel had al 't zwaard geheven.
Mijn koppigheid liet Biljam 't leven
Ia, zeg de ezel na: ja, ja.
                                    Melodie bijv.: afafabagf/dgabbafae/faabc'c'bba/ad'd'c'c'bbaf/fabc'agffd/afabagcd
Ia, ia, d' ezel zegt ja, ja.
De Here heeft op mij gereden
voordat Ie d'hemel ging betreden.
Zijn achting deed mij zozeer goed.
Moog' dit toch werken-op uw gemoed (dieren goed behandelen; geen bio-indsutrie)
Ia, zeg de ezel na: ja, ja.
 
Ia, zeg de ezel na: ja, ja.
Vaak d' menslijk' ezel is verblind,
weet niet dat hij mag zijn Gods "kind".
De halve pacht wordt reeds voldaan
als gij uw medemens "ziet staan".
Doch wees ook met het dier begaan.
De HERE God dan niet zal slaan.
Ia, dat zeggen (aanvoegende wijs) all' ezels ja.



maandag 8 maart 2010

Opvaart zangen

 
Het zit in een bijlage (zonder muziek). Vraag opsturing via e-mail: janjitso@hotmail.com.

aan Hotmail en Messenger

zondag 28 februari 2010

engeltje/prof

mini-straattheater 

           Een engeltje (kleine studente in lang wit met extra korte vleugeltjes omdat het geen echte engel is) zingt al dansend met sopraan stem: 't Kan......C'est possible........yes it can be.......puo.............es ist moglich.........'t kin ja.......dimisit inanes.... in vele herhalingen, telkens als hiervoor even ruimte is. Namelijk als de andere speler, een lange professor in toga, adem tekort komt bij zijn protesteren tegen wat er staat op het projectiescherm in de hal van de Vrije Universiteit, een instelling ooit bedoeld om samen leven te vergemakkelijken:
    Tien, twintigduizend euro minder voor de profs/wetenschappelijk personeel en het collegegeld kan met 500, duizend euro omlaag.
 
Er is competitie mogelijk doordat de acteurs zelf argumenten bedenken die de professor uitspreekt, mompelt, schreeuwt en tracht te onderstrepen met gebaren. Hij mag zelfs een exemplaar van het universiteitskrantje Ad Valvas grijpen om daamee het woordje "minder" te bedekken, al docerend dat meer geld voor het onderwijs (voor salarissen, anders gaan we naar het buitenland) dringend nodig* is.
*Met meer geld dan nodig voor levensonderhoud kan de bovenlaag (als aandeelhouders van de hypotheekbank) immers arme mensen helpen aan een huurhuis (wel duur natuurlijk voor extra inkomsten om zo de kloof te vergroten; verschil moet er zijn).
 


zondag 21 februari 2010

planning on Jerusalem

                     The important question in Israel is whether the believers should abstain from rendering the Temple Mount a more beautiful, more worthy place honouring God. David fought wars and only Salomon was to work constructing there. The psalms tell to go into the gardens on the mount where staying renders more happiness than can be obtained in shops and conference rooms. The christians need no curtain separating the most holy spot from view and tourism as the Messiah becomes door to God. Moslims think prophet Mohammed talked here with Moses and Jesus, which means rendering hommage to the older religions, after which he rode for reconnaissance of part of heaven. The Jews may have sacred green grass in the middle, where nobody of the human race is allowed to put his foot, unaccessible like the fire of the shrub Moses was nearing. But not stay away, outside before the Wailing Wall, because not there the message of the Torah originates.
                     Presently the old city of Jerusalem is not a nice place. Read previous notes.
Serving God/Allah should not be done with lips only, but hands may be used to improve the situation. How such is possible will be described here, while keeping in mind some stories told in the Torah like about the Golden Calf and Abraham offering Izak.
At the time a deity had a calf as a footbank like a king wears a crown. When Moses stayed away on the mountain the Israelites felt very lost and to attract God they made a golden calf. But obiously He did not appreciate to be where people want him. And possibly have Him do as they like. In modern times one should not try to get God in a third temple or a special mosque.
Abraham had to acknowledge that not he was master over his son. In his days what belonged to the deity had to be thrown into the fire, offered. The story ended well or individual freedom was confirmed from Above. Therefore political or religious moslim leaders are not allowed to send youth on suicidal terrorist missions. Next Abraham found a goat, which probably did not get struck on the flat surface of the Temple Mount but more likely in the bush on the steep slope where now is the Wailing Wall. Where God gives is to be regarded as a holier spot than where man answers with offerings.
In Saoudi Arabia no christian churches are allowed and a good reason for this might be that in christendom a man, called Jesus, is raised to deity status. Remember how Eva was punished when she tried to climb in that direction. The gospel author John first refers to Genesis, when a mighty but far king uttered a few words and things happened accordingly. This is a good technical description when no human eyes were present. The New Testament means raising the status of man from servant to child. A child sits with the father at the table and has some access to his wallet. John tells about this with poetic words like light. Next he explains that Jesus was the first with the new status and such from birth on. Father and son often means alike in words and deeds towards others. No Greek or physical relationship is necessary nor has to be put in the translation. Later Jesus died like "the lamb loaded with sins and sent into the desert" for those, like Thomas, who otherwise cannot believe that God forgives for nothing in return like the jews and the moslims and some christians believe and is expressed in certain psalms.
 So several interpretations hold by religous people may not be correct. These should not obstruct that we create a physically beautiful environment for "the word of God that is going out from Jerusalem" and the same for those who will be registered as "born in Jerusalem, whether Jews, Arabs, etc. like the psalm mentions.
 In short for this purpose a new measuring for what belongs to the religious centre may deliver a "wall" that is placed outwards to get the moslims graves inside, on which high park trees then are planted after raising the surface up to the old wall's height with fresh earth; which runs west along the northern border of the Temple Mount and then curves to comprise supposed parts of old Sion, as well modern excavations in the southeastern corner. In the other parts of the old city a jewish quarter, a moslim one and a christian one can survive, while existing buildings within the the new "holy" area serve for tourists lodging. Eventually near the Damascus Gate, inside or outside, a palace for an autonomous Arab government can be erected while Israeli law stays in vigour here like Belgium law at the Brussels headquarters of the European Union.
Since the present wall around the Temple Mount is of Herodian origin not much relgious value can be ascribed to it. The New Jerusalem is depicted in the Bible along a broad river with fruit trees, where everybody gets what he needs. So a synagogue and a church may be added and of course a Psalms House for all three religions, while the mosque with the golden dome becomes a prayer house for all believers of any kind. The five buildings can be arranged as forming a David star, with the synagogue above the Wailing Wall and the Psalms House and church on the opposite side of the mount. Then in the very middle of this "David Star" the already existing little field with green plants should be enlarged. Sheep may graze here, symbolizing God's friendly and peaceful attitude towards man. Note that He sends good and bad in order that we become real human, more than just a zombie or a robot; spiritual evolution cannot do without such.
 There was a bird's eye view picture of the Temple Mount and surroundings in the magazine of Alitalia. How about the idea that God might like to see more than what exists there nowadays. We can add stones, gold, silver and songs, music, prayers. We are not able to let the grass grow that can be in the very middle: witnessing. 



vrijdag 12 februari 2010

stripachtig theater

stripachtig
                                  straattheater
              lokatie: buitentheatertje VU-hoofdgebouw, met publiek ook achter de ramen
 
                                  FAUST jr
 
Een student, mager, lang en met bril, zit te studeren in een heel groot dik boek, aantekeningen makend. VU-bewakingspersoneel komt kijken, maar loopt niet naar de student, heft een wolkbordje omhoog met daarop <?>. De student antwoordt met een wolkbordje <Faust jr>. De bewakers steken hun duim omhoog en verdwijnen.
De student vertoont tekenen van vermoeidheid, bijvoorbeeld achterover hangen, achter het oor krabben, hand onder de kin, lusteloos bladeren, boek dicht en weer open, spelen met balpen. Opeens ontdekt hij een dikke duivel in de vorm van een tweepotig dier met horens en staart, die rondsluipt, pist en poept (alsof). De student staat op, steekt een wolkbordje omhoog met daarop <kssst!> en de duivel trekt zich terug in een hoek. Waar hij verandert in een oudere heer met donkere jas en hoed door de stukken van zijn duivelspak af te werpen. Hij steekt een wolkbordje omhoog met <hulp bij studie (studie doorgestreept en in plaats daarvan:) carriere> terwijl hij de student nadert. Daar gekomen steekt hij een wolkbordje omhoog met <old boy>.
Nu volgt een scene waarin getracht wordt om de student duidelijk te maken dat hij met een bloeddruppel het akkoord moet gaan bekrachtigen om tot "les cent familles" te gaan behoren. Old boy wijst eerst op zijn hart, dan op dat van de student, gebaart bloedsomloop en prik; bij het laatste de bolpen vragend en gebruikend. Er is veel onbegrip en verwarring bij de student, maar dan steekt hij een wolkbordje omhoog met de vraag <bloed?>. Old boy knikt heftig en brengt het wolkbordje "les cent familles" omhoog". De student ijsbeert, pakt dan zijn dikke boek en jaagt hiermee old boy weg. Hij gaat weer in het boek zitten lezen.
In een hoek verandert old boy in het VU-hoofdgebouw (kleding of karton) door de old boy spullen af te doen. Het hoofdgebouw schuift heel langzaam richting student; als deze kijkt telkens stilstaand. Het heft een wolkbordje <WETENSCHAP> omhoog en doet dit vlak daarna vergezellen van een wolkbordje <fusie met de Zuidas>, maar tracht dit tweede bord uit het zicht van de student te houden. Die ziet het tenslotte toch door met veranderen van zijn plaats en houding het te kunnen lezen. Hij schrikt en steekt verschrikt een bord <kapitalisme?> omhoog. Het hoofdgebouw knikt van ja, klapt in de handen en heft wolkbordje <kleine luyden (doorgestreept) ELITE>. De student heft de handen in de trant van wat moet ik doen, richting de ramen waarachter toeschouwers. Hij draait naar links, van het hoofdgebouw weg met wolkbordje <links> en terug met het bordje <RECHTS>, een paar keer heen en weer, besluiteloos, tenslotte de borden razendsnel omhoog stekend en neerhalend. Het hoofdgebouw ontrolt tussen zijn armen een spandoek met daarop <carrieredagen>. De student laat zijn borden vallen en omarmt het hoofdgebouw.
 
Muziek (bijv. van een harmonica) met zang uit alle luidsprekers van de VU:
 
    Hoe heerlijk en verheven
    staat Mammon's naam geschreven
    op alle winkelruiten
 
    Het rijk en jolig leven
    ,in kerkgang niet bedreven,
    is shoppend gaan-te-buiten
 
Ietwat rappend:
                        Carriere moet je snel en zeker maken
                        daartoe op de Zuidas zien te geraken
                        in 't wereldje van geld en status
                        verov'ren plek en macht, tot kwaad dus
                                                          (noot: immers niet eerlijk delend) 
Even een onderbreking met op de achtergrond de melodie op orgel van psalm 1;
dan weer zingend in rustig tempo, zodat publiek mee kan doen met refreinen:
 
                        Want zeg nou zelf, de kleine luyden
                        zij kunnen, mogen niets beduiden
                        Wij van d'elite zijn de heren
                        en 't laagre volk mag niet versjteren
 
Onderwijl dansen de student en het hoofdgebouw
 
een refrein:         en 't domme volk mag niet versjteren
 
refrein:               en knechten moeten niet versjteren
 
refrein:               't gepeupel mag zulks niet versjteren, 

dat P van d'A en CDA altijd mogen blijven regeren,
                                                    of wat verder nog te binnen schiet