M lachend: Jawel, onze broeders helpen.
L tegen J: Jij ook?
J: Och, ze schijnen ons nodig te hebben.
L: Nodig hebben? Hoe bedoel je?
M: Kijk, Allah wil het zo; dat geloven wij.
L: Wie zegt wat Allah wil?
M: Jullie hebben de Bijbel; wij de Koran. Daar houden wij ons aan.
L: In de Koran staast voor een groot deel hetzelfde als in de Bijbel: dat je een ander moet respecteren en in zijn waarde laten.
M: De Koran eist absolute gehoorzaamheid aan Allah.
L: Maar Allah is de duivel niet; Hij wil niet het kwade.
M: Allah weet alles, kan alles, maar wij zijn beperkt.
L: Juist en daarom moet je niet je geweer leeg schieten op onschuldigen.
M: Doen wij helemaal niet. wij strijden tegen de vijanden van Allah. Jihad heet dat en ik ben een jihad strijder. Hij ook (wijst op J).
J knikt en opent zijn mond, wil wat zeggen.
M: Ibrahim, die jullie Abraham noemen, is ons grote voorbeeld. Hij was absoluut gehoorzaam aan Allah en wilde daarom zelfs zijn zoon offeren.
L: De omstandigheden van toen.....zijn niet die van vandaag.
J na enige ogenblikken stilte: Toch wel, ik heb gelezen dat het verhaal heel anders is.
L en M: Hoe anders dan?
J: Wel, in die tijd gold dat hetgeen aan de godheid toebehoort in het vuur geworpen, geofferd moest worden.
Hij gaat aarzelend verder: Dus, dan moest Abraham/Ibrahim erkennen dat niet hij baas was over zijn zoon.
L: Als dat juist is zijn evenmin politieke of religieuze leiders baas over de jeugd. Mogen die niet uitsturen voor terroristische zelfmoordacties.
M: Och wat; het liep allemaal goed af.
J: Ja, en dat was bevestiging van Boven (hij wijst met zijn vinger omhoog, richt dan ook de blik opwaarts). Bevestiging van de universele Grondwet.
M: Universele Grondwet? Wat mag dat dan wel zijn?
J: Dat ieder wordt geboren vrij en gelijk in rechten. Art 1 der Verklaring van de rechten van de mens.
M: Een Verklaring? Huh, kan mij dat schelen!
L: Wel een mooie verklaring.
J tegen L: U kent het Tweede Grote Gebod; dat art 1 is daar een afspiegeling van.
L: Leer je dat allemaal op school?
J: Neen, de leraren weten er weinig van. Die zijn pro-oranje; u weet wel: rangen en standen.
M: Rangen en standen is ongelijkheid. Daar moeten wij moslims niets van hebben.
L: Dan ook niet zeggenschap over een ander. Zeggenschap dat je zomaar iemand die het niet met jullie eens is als tweederangs mag beschouwen. Of zelfs doden.
M: Wij doden alleen voor de goede zaak.
L: Ga weg! in de Koran staat dat iemand die een ander redt de hele mensheid redt.
J: Ibrahim ving een geit.
L: Wat wil je daarmee zeggen?
M: Die werd geofferd in de plaats van Izak.
J: Wacht even, eerst moest het beest gevangen worden en dat zal niet op een vlak stuk terrein gebeurd zijn. Hij voegt eraan toe: Waar nu de moskee met de gouden koepel staat.
M: Natuurlijk niet. Veeleer in dichte struiken op een steile helling.
L: Waar nu de Klaagmuur is?
J: Welke plek is dan heiliger. Waar God geeft of waar een mens antwoordt. Hij krabt zich achter het oor en kijkt vragend het publiek in.
M: Genoeg gepraat. Wij moeten op pad, onze verdrukte broeders in Syrie bijstaan, helpen.
L: Helpen klinkt zo mooi, maar ondertussen schieten jullie daar andere mensen overhoop.
M: Niks aan te doen. Het zijn onze vijanden. sterker nog het zijn ook uw vijanden (tegen publiek) want die Assad is een gemene, vuile smerige tiran. Dat beseft iedereen.
J: De Hollanders kwamen voor minder in opstand tijdens de Tachtigjarige Oorlog.
L: Dat ging over gewetensvrijheid.
M: En over geld zoals de tiende penning die de gezeten burgers niet wilden betalen. Van de armen die geen cent te missen hadden werd niets gevraagd.
L: Ik ben nooit in Syrie geweest. Hoe zou ik precies weten hoe de zaken daar liggen?
L zingt uit het Liedboek der kerken psalm 139 vers 1.
J vervolgt rappend met vers 2.
M zingt vers 3 op islamitische muziek.
Samen zingen ze vers 4 en hebben ietwat dansend in een kringetje de linkerhand tegen de rechterhand van een ander, deze omhoog gestoken.
Verzen 5 en 6 gedeclameerd door M.
7 gezongen door J.
8 door L.
9 idem
10 en 11 in een duet door L en J op andere melodie, bijv. uit joods repertoir.
12 en 13 door M.
14 samen.
Aanpassingen mogelijk.