maandag 18 mei 2026

Begeren?

    Taiwan, Tibet, de Oeigoerse natie waren niet chinees. In de christelijk vrijzinnige remonstrantse kerk klinkt dat vrede, en die meer dan slechts zonder oorlog, bereikt wordt door de Tien Geboden na te leven. Dit betekent voor de Chinese leider niet begeren wat van anderen is of aan hen toekomt. Om buurvolkeren niet te verschrikken is er limiet in te voeren aan de bevolkingsomvang van een natie; te stellen op een half miljard. India en China moeten daarom splitsen en in hun hoofdsteden zijn daartoe plannen te maken. Alvast kan Beijing afzien van heerschappij over Taiwan en Tibet. Er blijft genoeg over en de politiek hoort gericht te zijn op vermindering van het aantal mensen dat gelijktijdig op onze planeet verblijft. Waartoe verplichte DNA-registratie nodig is om sancties te kunnen nemen tegen overbevolking, welke mens en dier zeer schaadt. Bestraffing is vereist van mensen die de dieren niet zodanig respecteren dat elk beest onder controle van de mens voldoende natuurlijke buitenruimte heeft om tenminste enige seconden achterelkaar voluit te rennen, vliegen of zwemmen en zijn natuurlijke gang te gaan. 
Onder andere in Nederland zijn de rechters ter zake kwaadaardig en is hun afzetting geboden met bovendien gevangenisstraf of naar keuze kortere dwangarbeid wegens het buigen van het recht der dieren. Mondiaal idem dito en de vele organisaties voor bescherming van de natuur dienen zich hiertoe in te zetten. Als Palestijnen met een bevolkingsexplosie trachten de joden uit hun oude land te verdrijven is dit rechtens een misdrijf, want ook hier geldt het Gebod: dus niet begeren wat de joden aan natie toekomt zonder beperking, ergo met Judea en Samaria. De kapitalisten hebben geen vrijstelling van het Gebod. Het best regelt hier de fiscus met afroming naar de nationale Schatkist van wat een familietak meer bezit dan enige tientallen miljoenen. De overheid heeft taak om per regio de omvang van multinationals te beperken overeenkomstig de strekking van het Gebod. Zo is het aantal filialen van Albert Heyn drastisch te verminderen om andere kooplieden voldoende economische ruimte te bieden. 
Is de mond vrij om laster te uiten? De krant ook niet en bij aantijgingen hoort weergave van tegenspraak. In de wereld van de taal is overheersing met wegdrukken immers evenmin acceptabel. 

Geen opmerkingen: