Het CERN in Zwitserland is actief bezig om meer te weten te komen over het Brout-Englert-Higgs-veld, dat verondersteld wordt deeltjes van massa te voorzien. De ruimte is gevuld met sterrenstelsels zodat de massa sterk verdeeld is en het genoemde veld derhalve varieert. De formule over energie als product van massa en het kwadraat van de lichtsnelheid is niet helemaal correct als het opgeschreven wordt zonder tamelijk kleine aanvullingen aan de rechterkant. Bij vermeende constante lichtsnelheid in vacuüm -wat nog steeds geloofd wordt op de meeste universiteiten- zou beter de gemeten waarde van c in een cijfer uitgedrukt kunnen worden. Een relatie tussen de lichtsnelheid en de gravitatiepotentiaal, welke een scalair is, zorgt er mogelijk voor dat metingen eenzelfde c uitwijzen in alle richtingen; MAAR dit op een bepaalde plek en een bepaalde tijd. Het heelal verandert en idem de gravitatiepotentiaal. Het onderzoeksinstituut NIST beweert een atoomklok te hebben met een precisie van een seconde per miljard jaar. Wegens die veranderingen kan er echter hoogstens sprake zijn van nauwkeurigheid tot een miljardste per seconde! De moderne manier van spreken is dat er sedert de Schepping overal evenveel tijd verstreken is terwijl de atoomklokken verschillend aanwijzen al naar gelang van de lokale gravitatie die het tempo van de fysische processen, ook in de klok, bepaalt.
In zijn boek The Quantum Theory of Gravitation (2003) ontwikkelde de Russische wetenschapper Vasily Yanchilin, thans woonachtig in New York, een visie op de zwaartekracht als puur kwantummechanisch verschijnsel. Dat kon een eeuw geleden nog niet omdat toen de kwantummechanica nog niet bestond. "Met hypothese dat massa de Heisenberg onzekerheid reduceert zullen er in de helft van een deeltje het dichtst bij een externe massa minder kwantummechanische overgangen naar de verste helft zijn dan omgekeerd. Het nettoresultaat is verplaatsing van het deeltje in de richting van die massa op enige afstand". In de kwantummechanica worden geen continue maar bepaalde waarden gemeten, terwijl het totaal wel een continu beeld kan geven. Dat verspringen wordt vaak met het overkoken van melk vergeleken: sommige druppels "springen eruit". Gravitatie is aldus een onomkeerbaar proces. Probleem is hoe weten deeltjes iets van op afstand en hier kan het Higgs veld een rol spelen. De ruimte zit boordevol straling, maar onze apparatuur is niet fijn genoeg om te meten tot aan de Planck-lengte, zodat er mogelijk nog veel verborgen is. Bijvoorbeeld hoe het Higgs veld precies functioneert. Als dat overal constant zou zijn, net als een constante c in de meestal te kort en onvolledig gepresenteerde formule over energie en massa, speelt het geen bepalende rol.
Een foton gehoorzaamt het principe van least action. Yanchilin verklaart het lenseffect doordat het foton een baan neemt met zo groot mogelijke stappen (lagere frequentie) en daarvan zo weinig mogelijk. Dat het foton dan niet vlak langs massa passeert betekent daar hogere frequentie of in oude termen sneller verloop van de tijd. Dit is geheel in tegenspraak met beweringen een eeuw geleden, welke kritiekloos veelal nog geslikt worden. Het reizende foton passeert diverse gravitatiezones van verschillende intensiteit. Wegens de massa-energie relatie kan het dan vertraging of versnelling oplopen. Als de kracht daartoe niet van buiten geleverd wordt moet het foton daarin zelf voorzien en kan er roodverschuiving optreden. Met gevolg voor de huidige tijdschaal van het universum. Ondertussen wordt bij het aflezen van atoomklokken op Aarde en in satellieten geen rekening gehouden met de langere duur van de seconde in de ruimte. De gravitatie is daar iets kleiner en de fysische processen verlopen er wat langzamer. In de langere seconde worden meer tikken van de atoomklok geteld met verkeerde conclusie dat Einstein het heel knap bij het rechte eind had. Yanchilin kan dit haarfijn uitleggen op een soort symposium dat te houden is om de kwestie te bespreken of er vastgehouden moet worden aan de oude manier met axioma dat de tijd varieert danwel het beter is om te spreken van verschil in tempo naar gelang de plaatselijke gravitatiepotentiaal. Dit is zeer actueel voor goede opleiding van studenten, die thans verstoken blijven van nieuwe kennis omdat Yanchilin's boek naar de kelder verhuisd werd teneinde eigen ideetjes van professoren te promoten. Die helaas niets opleveren en achterwege kunnen blijven. Op zo'n symposium kan men vrijuit praten en van gedachten wisselen; is men niet gebonden aan een voor eeuwig vastgelegde publicatie die misschien fout blijkt. Het kan allemaal prima in het door ons best begrepen nederlands, want AI vertaalt zo nodig. Samenvattingen zijn gewenst op de tv en voor het middelbaar onderwijs, terwijl het ook hoog tijd is voor een goed leerboek over de sterrekunde.
donkere materie
De theorie van Yanchilin over gravitatie leidt beschouwing van de intensiteit der kwantummechanische overgangen in de kernen van Galaxy's. Als daar de fysische processen zeer snel verlopen en dus mogelijk kwantummechanische activiteiten veelvuldiger voorkomen verandert voor ons oog de aantrekkingskracht tussen deeltjes. Te onderzoeken ware welke rol dit kan hebben als op Aarde geschatte massa's van zulke Melkwegen onvoldoende is om de bewegingen in de stelsels te verklaren.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten