Aardrijkskundige namen zijn soms zeer oud en tonen in Nederland en omgeving mogelijk systematisch hoe woorden zeer lang geleden gevormd werden. De Peel, de Veluwe, Ter A-pel, Havelte (met klankverschuiving) bevatten mededeling over landschapsvormen van een rug of een licht convexe verhoging. We hebben ook de woorden pil, pol, paal, pul, pool, piel (pijl) en ga na welke vorm de klinker wil aangeven. In drieletterwoorden zou de eerste consonant gekozen kunnen zijn om iets over afbakening te zeggen, terwijl de slotmedeklinker betrekking heeft op een overgangszone. Soms schrijven we een klank met twee letters, zoals ng. Oud lijken voorts de woorden siel (zijl) Saale, IJ-sel, Moezel, Mussel A en Zeelland (streek met veel sielen, waterlopen). Bij Amsterdam heb je a, e en i in afwateringen, wellicht om verschillend karakter aan te duiden. Er werd hier een nauwe doorgang (tiel) gegraven voor de scheepvaart. Waarna toen de Zuiderzee doorbrak er eb en vloed op het IJ ontstond, zodat een dam nodig was om water voor de boten op de Aam te houden. Kan verder onderzoek leiden tot het soortgelijk vinden van woorden voor nieuwe zaken? Taal moet soms bewust gemoderniseerd worden om beter te klinken, gemakkelijker te begrijpen, mooier te geraken. Pannenkoeken en kinderenwagens schrijven is stom. Maar net als in het gronings het lelijke ge- weglaten zal moeilijk zijn. Ook de Duitsers mogen een handje geholpen worden en weer Neen zeggen. In Noord-Nederland was het fries waarschijnlijk een tijdelijke cultuurtaal, terwijl aan weerszijden van de Eems eigen "dialect" bestond. Dat valt net als op het houtje van Westeremden gemakkelijker in het futhark dan in het latijnse alfabet te schrijven en Grunn (liever een rondje op de halfvokaal n), Knoal, Baffelt kan zo al op plaatsnaamborden.
zondag 28 december 2025
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten