dinsdag 26 maart 2024

atoomklokken

                Tegenwoordig hebben we het niet meer over tweelingen waarvan eentje een ruimtereis maakt en niet over treinen die met bijna de lichtsnelheid door tunnels rijden. De moderne manier van zeggen is dat sedert het Begin er overal in het heelal evenveel tijd verstreken is, maar de klokken lopen verschillend doordat het tempo van de fysische processen afhangt van de lokale gravitatiepotentiaal. Die is aan het aardoppervlak ietsje groter dan in een vliegtuig of satelliet en in tegenstelling met wat er in de NRC geschreven wordt over trager tempo beneden hebben de verspringingen van elektronen naar een verdere schil dan meer energie nodig, dat zich uit in hogere absorptiefrequenties dan op afstand van een object mat zwaartekracht. De algemene relativiteitstheorie is daarom fout. Juist op Aarde ligt dat tempo hoger en dit rijmt met het snelle verloop der gebeurtenissen in het vroege zeer geconcentreerde universum. Een oerknal als bron van de Schepping hoeft niet plaats gevonden te hebben want vanuit een veld is ook denkbaar. Een punt is een wiskundig begrip en bestaat in de natuurkunde niet omdat het geen afmetingen heeft. Goochelen met een singulier punt is flauwe toverij. De Schepper zal het bovendien gemakkelijker gehad hebben bij niet alles in een punt proppen. Biologen worden gauwer atheïst dan astronomen omdat zij niet nadenken en dat niet hoeven over het wonderlijke koolstofatoom, etc. 
Er geldt het principe van least action en een gehoorzamend foton zoekt een baan met "zo groot mogelijke stappen (lagere frequentie) en daarvan zo weinig mogelijk" (Yanchilin 2003). Waargenomen wordt een route niet vlak langs een massa waar de frequenties hoger uitvallen (lensaffect). Het foton heeft een massaequivalent en licht zorgt daardoor voor verandering in de distributie van massa. Verplaatsing van het equivalent vergt energie en komt dit van het foton zelve dan vermindert de resterende energie. Dit heeft consequenties voor de interpretatie van roodverschuiving en de daaraan gekoppelde tijdschaal. Ondertussen blijft de speciale relativiteitstheorie geldig mits op een bepaalde plaats en een bepaalde tijd. Yanchilin veronderstelt een koppeling tussen de lichtsnelheid en de gravitatiepotentiaal. De laatste is een scalair en in alle richtingen gelijk doch verandert met het uitdijend heelal. 
Het Boerhaave museum vertoont een foto van een zwart gat, waarin de tijd tot stilstand komt volgens de foute a.r.t. maar de prent is een gemanipuleerde creatie met in de schil van heet spul rondom precies een gaatje richting Aarde, zodat wij het ding kunnen zien. Wel een beetje bedrieglijk toch, daar te Leiden. Mogelijk zijn vermeende zwarte gaten in werkelijkheid resten of nieuwvormingen van wat er bestond voordat het jonge heelal doorzichtig werd. Yanchilin geeft in zijn boek The Quantum Theory of Gravitation (2003) een visie op zwaartekracht als een puur kwantummechanisch proces. Honderd jaar geleden was men daar nog niet aan toe. Met hypothese dat massa de Heisenberg onzekerheid reduceert zullen er in de helft van een deeltje het dichtst bij een externe massa minder kwantummechanische overgangen naar de verste helft (vergelijk het overkoken van melk) zijn dan omgekeerd. Daarom is zwaartekracht relatief zwak en onomkeerbaar. Verruimt dit onze horizon? Te Utrecht willen ze er niets van weten omdat ze daar een renormalisatie bedacht hebben voor tekortkomingen in de a.r.t. Als die onjuist is wordt hun werk waardeloos. In Amsterdam hebben professoren een eigen theorietje ontwikkeld, welke echter niets oplevert en daarom geen waarde heeft. Om concurrentie van Yanchilin tegen te gaan hebben ze zijn boek naar een afgelegen magazijn gebracht waar de studenten moeilijk bij kunnen en zo onwetend, dom blijven. Op de VU hebben ze daarvoor een kelder en te Groningen slagen ze er ook niet in om Yanchilin onderuit te halen. Nijmegen heeft een hou je vast professoraat zwarte gaten.  
Wij hebben Saba met een 700 meter hoge berg. Hierop en aan de voet zijn naar idee van Yanchilin atoomklokken te plaatsen met registratie van de tikken, die na enkele weken aan het strand en zwemmen in de warme zee vergeleken worden. (Buiten beschouwing gelaten of verval van atoomkernen gerelateerd is aan zwaartekrachtspotentiaal). Het onopgemerkte addertje bij metingen in vliegtuigen was dat bij de kortere seconde op Aarde de tikken bijgeteld moeten worden gedurende de periode dat in het vliegtuig de seconde langer duurt. Dit dan in oude termen verwoord. Gemakkelijker is om voortaan te spreken over verschil in tempo naar gelang de plaatselijke zwaartekrachtspotentiaal. 
Zou Vasily Yanchilin (yanchilin@mail.ru) een en ander verder willen uitleggen op een gastcollege? Met daarna discussie. Wel eerst zijn boek lezen om vragen die daarin al beantwoord worden over te slaan. Eind vorig jaar publiceerde hij bij de King Saoud University over het astronomisch interval, waarin volgens hem aan de rechterkant van de formule ... = (1...)(...) die 1 een variabele kan zijn. Eerder schreef hij in de Canadian Journal of Pure and Applied Science over Poincaré, die stelde dat Riemann meetkunde niet nodig is en volstaan kan worden met euclidische als de lengtemaat variabel genomen wordt. Maar zijn stuk over energietransport van de Aarde naar de Maan behoeft verbetering danwel nadere uitleg. 
Actueel is de vraag hoe verstrengeling kan bestaan. De russische wetenschapper vermeldt in zijn boek dat een foton-trein bestaat uit een geheel aantal golven. Aan het end een halve golf of een kwart? Dan wordt er op zo'n plek niets waargenomen. Misschien bestaat verstrengeling onder meer uit splitsing van een golf aan de bron in een bovenste en onderste helft, die dan op het eindpunt gelijkelijk tegengesteld eindigen.  










Geen opmerkingen: